Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/12.3.5
12.3.5 Aansprakelijkheid in verband met overeenkomst tussen vennootschap en derde
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS349760:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Morse 2015, par. 8.2201-2202.
England and Wales Court of Appeal, 20 november 2007, https://www.bailii.org/ew/cases/ EWCA/Civ/2007/1201.html (Contex Drouzhba Limited v Wiseman Air).
Morse 2015, par. 8.2210.
Morse 2015, par. 8.2210 en Mortimor 2013, p. 570 beide onder verwijzing naar England and Wales Court of Appeal, 26 juni 1952, https://www.bailii.org/ew/cases/EWCA/Civ/ 1952/5.html (D.C. Thompson & Company Limited v Arthur Deakin a.o.).
HR 31 januari 1958, NJ 1958, 251 (Van Dullemen/Sala). Zie bijvoorbeeld: HR 26 maart 2010, NJ 2010, 189 (Zandvliet/ING Bank); HR 11 september 2009, NJ 2009, 565 (ComSystems/Van den End q.q.); HR 17 juni 2005, JOR 2005/234 m.nt. S.M. Bartman (De Berghorst/Maas); HR 3 april 1992, NJ 1992, 411 m.nt. J.M.M. Maeijer (Van Waning/ Van der Vliet).
Indien bestuurders zich niet persoonlijk jegens derden verbonden hebben tot nakoming van de overeenkomst, zullen bestuurders in het Verenigd Koninkrijk niet snel aansprakelijk kunnen worden gehouden voor tekortkomingen van de vennootschap:
“As agents, directors are not generally personally liable on contracts purporting to bind their company. The above rule applies even if the company’s failure to carry out the contract is due to the fault of the directors, or if the company could not, at the time the contract was made, fulfil it. Note that the alternative claim against the directors, suing them in tort rather than on the contract, and asserting liability for inducing a breach of contract, is rarely successful.”1
Hier bestaan echter wel uitzonderingen op. Een uitzondering is bijvoorbeeld wanneer een bestuurder zich persoonlijk verantwoordelijk heeft gesteld voor de (niet-)nakoming van de overeenkomst op grond van de hiervoor behandelde rechtsfiguur ‘assumption of responsibility’. Een andere uitzondering is de aansprakelijkheid van de bestuurder omdat hij bij het aangaan van de overeenkomst te kwader trouw schriftelijk namens de vennootschap heeft bevestigd dat de vennootschap de overeenkomst zou nakomen dan wel verhaal zou bieden voor de schade als gevolg van eventuele niet-nakoming. Er is dan sprake van ‘fraud’ of ‘deceit’ en dan is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk.2 Dit is een iets zwaardere variant van onze Beklamel-norm (waarin kwade trouw niet per se is vereist). Nog een uitzondering is dat de bestuurder – te kwader trouw – moedwillig de nakoming van verplichtingen van de vennootschap frustreert. Dat kan a contrario worden opgemaakt uit de literatuur:
“if a servant acting bona fide within the scope of his authority procures or causes the breach of a contract between his employer and a third person, he does not thereby become liable to an action of tort at the suit of the person whose contract has thereby been broken.”3
En:
“a director is also not liable in tort at the suit of a third party, if acting in good faith within the scope of his authority, he procures or causes the company to breach a contract with the third party.”4
Handelt een bestuurder niet te goeder trouw, doordat hij tegen beter weten in de nakoming frustreert, dan kan aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad ontstaan. Deze situatie is mijns inziens vergelijkbaar met de nakomingsfrustratie-norm uit het arrest Van Dullemen/Sala en met de in lijn daarmee gewezen latere arresten die betrekking hebben op nakomingsfrustratie en/of betalingsonwil.5 Duidelijk is wederom dat het persoonlijk handelen van de bestuurder centraal staat, maar dat in dat verband niet wordt gesproken van een hoge drempel voor aansprakelijkheid.