Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/8.3:8.3 Conclusies uit de toetsing van het systeem (hoofdstuk 6)
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/8.3
8.3 Conclusies uit de toetsing van het systeem (hoofdstuk 6)
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630431:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de positiefrechtelijke analyse, heb ik onderzocht of de fiscale regels bij een sfeerovergang voldoen aan de kwaliteitseisen van goede fiscale regelgeving (subonderzoeksvraag 5). Hiervoor heb ik diverse praktijkcasus getoetst. Om een praktische toetsing mogelijk te maken, heb ik de regels getoetst aan de hand van de volgende vragen:
Is de uitwerking in overeenstemming met de uitgangspunten van het totaalwinstbeginsel, dat wil zeggen:
alleen de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengsten en gemaakte kosten die toerekenbaar zijn aan de belaste periode behoren tot de totaalwinst, tenzij de hoogte van de winst is beïnvloed door het onzakelijk handelen ten behoeve van een gelieerde (rechts)persoon. De hoogte van de winst moet worden gecorrigeerd voor de effecten van dat onzakelijke handelen.
alle voordelen verkregen uit de onderneming die toerekenbaar zijn aan de belaste periode zijn onderdeel van de totaalwinst. Dit is het geval als er een milieuverband tussen de voordelen en de bedrijfsuitoefening van de onderneming is.
Worden de voordelen op een adequate manier toegerekend aan de belaste periode, dat wil zeggen: worden de voordelen toegerekend aan de periode waarin ze worden veroorzaakt door de bedrijfsuitoefening?
Is er sprake van een duidelijk en praktisch toepasbaar systeem?
Uit deze toetsing heb ik de volgende conclusies getrokken:
Bij waardering tegen waarde in het economische verkeer wordt aangesloten bij de economische realiteit en worden vermogensmutaties volledig toegerekend aan de periode waarin ze zijn ontstaan. Op het moment van sfeerovergang wordt er bij wijze van fictie vanuit gegaan dat de onderneming de vermogensbestanddelen op dat moment van een derde verkrijgt. Er is echter geen sprake van een daadwerkelijke overdracht, maar het gaat om de winstbepaling bij één lichaam, zodat het veronderstellen van een fictieve overdracht niet altijd passend is. Door het systeem van waardering tegen waarde in het economische verkeer worden ook niet gerealiseerde voordelen in de belastingheffing betrokken, wat op gespannen voet staat met de uitgangspunten van het totaalwinstbeginsel.
Ook blijkt dat de voordelen niet worden toegerekend aan de periode waarin ze door de bedrijfsuitoefening worden opgeroepen. Doordat alleen wordt uitgegaan van de waarde in het economische verkeer wordt voor de bepaling van de totaalwinst doorslaggevende betekenis toegekend aan het tijdstip waarop ondernemingsbeslissingen worden genomen en contractuele verplichtingen worden aangegaan. Aan het gebruik van vermogensbestanddelen of de uitvoering van overeenkomsten wordt voor de winstbepaling daardoor te weinig betekenis toegekend.
Waardering tegen waarde in het economische verkeer leidt in een aantal onderzochte casus tot een arbitraire verdeling van de winst, die niet in overeenstemming is met belangrijke fiscale winstverdelingsbeginselen, zoals het realiteitsbeginsel. Ik heb daarom geconcludeerd dat er geen sprake is van een adequate toerekening van de voordelen aan de totaalwinst.
Ondanks dat de waarde in het economische verkeer moeilijk is vast te stellen (vooral bij minder courante vermogensbestanddelen), is het systeem van waardering tegen waarde in het economische verkeer wel praktisch toepasbaar.