Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/1.1:1.1 Begrip 'omzetting'
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/1.1
1.1 Begrip 'omzetting'
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS497811:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 oktober 1995, NI 1995, 105.
Een voorbeeld van deze verwarring is te vinden in Stcrt. 2008, 109 waar gesproken wordt over vermogensovergang bij omzetting in het kader van vrijstellingen successie- en schenkingsrecht.
J.L. van de Streek, Omzetting van rechtspersonen (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 2008, p. 11.
B. Snijder-Kuipers, 'Rechtsvormwijziging in het ondernemingsrecht', WPNR 2007-6710, p. 448-452.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Juridische begrippen kunnen meerdere betekenissen hebben. Daarom is een consistent begrippenapparaat van belang. Soms wordt eenzelfde begrip gebruikt in meerdere betekenissen. Een voorbeeld daarvan is fusie. Met het begrip fusie wordt veelal een juridische fusie bedoeld, maar soms ook een aandelenfusie of bedrijfsfusie.
Een ander voorbeeld is het begrip 'omzetting'. Het is lastig om een eenduidige omschrijving van dit begrip te geven. De reden hiervan is tweeërlei. Het begrip wordt in verschillende betekenissen gehanteerd. Ik noem enkele voorbeelden. Omzetting wordt gehanteerd als synoniem voor wijziging of verandering, bijvoorbeeld uitgifte van aandelen waarbij de aandelen worden volgestort door middel van verrekening met een vordering. Dit wordt wel omzetting van een vordering in aandelenkapitaal genoemd. Een ander voorbeeld is de omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis.1 Een dergelijke omzetting vindt plaats bij overeenkomst van de schuldenaar met de schuldeiser. Een erflater heeft een levensverzekering afgesloten met zijn echtgenote als onherroepelijke begunstigde. De op de erflater jegens zijn echtgenote rustende natuurlijke verbintenis (van moraal en fatsoen) is bij overeenkomst tussen erflater en zijn echtgenote omgezet in een rechtens afdwingbare verbintenis van de onherroepelijke aanwijzing van de echtgenote als begunstigde.2 De term 'omzetting' wordt daarnaast ook gebruikt voor het omvormen van een personenvennootschap naar een rechtspersoon. In dat geval is sprake van inbreng van activa en passiva, waaronder begrepen schuld- en contractsoverneming, ofwel: vermogensoverdracht, ter storting op de bij oprichting van een rechtspersoon vol te storten aandelen.
Ten slotte wordt de term ook gebruikt om de rechtsfiguur 'omzetting' zoals bedoeld in artikel 2:18 BW aan te duiden. Er is dan sprake van het handhaven van de rechtspersoon. Het handhaven van de rechtspersoon impliceert het behouden van vermogen door de rechtspersoon. Deze laatste aanduiding komt in dit proefschrift aan de orde. Het gaat dan om de rechtsfiguur omzetting als bedoeld in de artikelen 2:18, 2:71, 2:72, 2:181 en 2:183 BW
De wetgever heeft dit begrip gebruikt voor een rechtsfiguur of rechtshandeling waarvan de rechtsgevolgen in de loop van de tijd door de wetgever zelf herhaalde malen zijn veranderd. Dat is een andere grond voor verwarring bij hantering van het begrip 'omzetting'. Oorspronkelijk was omzetting een rechtsfiguur waarbij sprake was van vermogensoverdracht. De rechtspersoon bleef niet gehandhaafd. Daarna kwam de periode van vermogensovergang. In de huidige wetgeving wordt de rechtsfiguur gedefinieerd in artikel 2:18 BW. Omzetting als bedoeld in dat artikel heeft geen vermogensoverdracht tot gevolg. Omzetting impliceert nu het handhaven van de rechtspersoon. Dat betekent dat het vermogen door de rechtspersoon gehandhaafd blijft.3
Het hanteren van de term 'omzetting' kan zoals hierboven is gebleken tot verwarring leiden aangezien omzetting een verzamelbegrip is geworden. Ik stel daarom voor een nieuw begrip te hanteren, te weten `rechtsvormwijziging'. Het doet me deugd dat Van de Streek4 recent het door mij geïntroduceerde begrip 'rechtsvormwijziging'5 heeft overgenomen.
Met de term `rechtsvormwijziging' bedoel ik de rechtsfiguur 'omzetting' als bedoeld in de huidige artikelen 2:18, 2:71, 2:72, 2:181 en 2:183 BW. Ook de omzetting van een cooperatie in een EESV, van een naamloze vennootschap in een SE, van een cooperatie in een SCE dan wel van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid en vice versa valt onder het door mij gehanteerde begrip `rechtsvormwijziging'. Rechtsvormwijziging is daarom een species van het begrip omzetting. Rechtsvormwijziging is de rechtsfiguur waarbij de rechtspersoon blijft bestaan. Het vermogen van de rechtspersoon blijft derhalve behouden. De rechtsvorm van de rechtspersoon wijzigt.
Rechtsvormwijziging sluit beter aan bij de huidige inhoud van het begrip 'omzetting' als bedoeld in de artikelen 2:18, 2:71, 2:72, 2:181 en 2:183 BW. Door gebruik van de term `rechtsvormwijziging' komt het rechtsgevolg van de rechtsfiguur beter tot uitdrukking. Rechtsvormwijziging betekent 'slechts' het wijzigen van de rechtsvorm. De rechtspersoon blijft bestaan; vermogensverschuiving vindt niet plaats. Een vergelijkbare terminologie wordt gehanteerd in het Duitse recht. Deze rechtsfiguur wordt in het Duitse recht aangeduid met de term Tormwechser. Vertaald luidt dat begrip: 'vormwisseling'. De term 'vormwisseling' geeft duidelijker dan het woord 'omzetting' aan wat feitelijk gebeurt. Wanneer hierna gesproken wordt over rechtsvormwijziging bedoel ik daarmee omzetting als bedoeld in de artikelen 2:18, 2:71, 2:72, 2:181 en 2:183 BW. Onder het begrip rechtsvormwijziging valt bijvoorbeeld niet de omzetting van een informele vereniging in een formele vereniging en de omzetting van een cooperatie U.A. in een cooperatie W.A. of B.A.