Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.4.3:9.4.4.3 Stemming
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.4.3
9.4.4.3 Stemming
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens , datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192758:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Codire-rapport 2018, p. 201-202 dat als ‘best practice’ beschrijft dat de rechter tijdens de homologatiezitting moet nagaan of manier waarop de stemuitslag tot stand is gekomen op orde is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
507. De rechter gaat na of de procedure voor stemming voldoet aan de “daaraan te stellen eisen”. De procedure wordt vooral door de aanbieder van het akkoord zelf opgesteld, zo bleek in §8.5. Voor de democratische legitimatie van een stemuitslag is een deugdelijk stemproces net zo essentieel als een deugdelijke klassenindeling. Daarom kan de rechter ambtshalve de homologatie weigeren, indien de stemming niet conform de voorschriften is verlopen.1
De rechter kan gebreken in de stemprocedure slechts negeren in die gevallen waarin het gebrek niet tot een andere stemuitslag heeft geleid. Om dezelfde redenen als hiervoor in nr. 505 en 506 uiteengezet, acht ik dit een doelmatige, maar onhandig geformuleerde bepaling.