Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.1:II.4.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.1
II.4.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625526:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat het bepaaldheidsvereiste centraal. In paragraaf 2.2.2.4 merkte ik reeds op dat het bepaaldheidsvereiste een essentialia van de uiterste wilsbeschikking is.
De uiterste wilsbeschikking is een eenzijdige rechtshandeling (art. 4:42 lid 1 BW). Rechtshandelingen zijn naar hun aard gericht op een of meer rechtsgevolgen, die kenbaar dienen te worden gemaakt door een wilsuiting (art. 3:33 BW). Om de rechtsgevolgen te kunnen vaststellen, zal de wilsuiting van de handelende persoon steeds in voldoende mate moeten zijn bepaald. Een onbepaalde wilsuiting kan geen rechtshandeling zijn, omdat de rechtsgevolgen (die per definitie aan iedere rechtshandeling verbonden zijn) bij gebreke aan bepaaldheid niet kunnen worden vastgesteld. Met het gegeven dat de uiterste wilsbeschikking een rechtshandeling is, is onlosmakelijk verbonden dat zij steeds in voldoende mate bepaald dient te zijn.1
Wat houdt dit ‘in voldoende mate bepaald zijn’ in? Ofwel wat houdt het bepaaldheidsvereiste in? Dient erflater de inhoud van zijn uiterste wilsbeschikkingen steeds in volledigheid te hebben bepaald of voldoet een andere dimensie van het bepaaldheidsvereiste, zoals bepaalbaarheid?
Deze vraag is, zoals ik ook al in paragraaf 2.2.2.5 liet doorschemeren, van wezenlijk belang voor de vraag of en in hoeverre er ten aanzien van de inhoud van de uiterste wilsbeschikking kan worden gedelegeerd. Indien erflater zijn uiterste wilsbeschikkingen steeds in volledigheid dient te bepalen, is er geen ruimte om te delegeren. Indien bepaalbaarheid daarentegen volstaat, is er, afhankelijk van hoe de bepaalbaarheid nader ingekleurd dient te worden (objectieve of subjectieve maatstaf?), voor wilsdelegatie wellicht wel ruimte. Kan de bepaalbaarheid bijvoorbeeld nader worden ingekleurd aan de hand van subjectieve elementen, zoals het oordeel van een derde, dan zou er kunnen worden gedelegeerd. Ik ga hierop nader in, in paragraaf 4.3 en 4.4.2
De uitleg van het bepaaldheidsvereiste voor de uiterste wilsbeschikking is mijns inziens de sleutel voor het vraagstuk óf en in hoeverre wilsdelegatie ten aanzien van de inhoud van uiterste wilsbeschikkingen is toegestaan. Wilsdelegatie bij uiterste wil is immers slechts mogelijk indien de wilsbeschikking door het verlenen van de delegatiebevoegdheid het karakter van uiterste wilsbeschikking behoudt. Is dit het geval indien een ander mede de inhoud van de wilsbeschikking bepaalt of wordt er dan aan het bepaaldheidsvereiste (en daarmee aan een van de essentialia van de uiterste wilsbeschikking) tekortgedaan?
Boek 4 BW laat zich niet uitdrukkelijk uit over hoe het bepaaldheidsvereiste in het erfrecht dient te worden opgevat. Het maakt evenwel deel uit van het vermogensrecht dat een gelaagde structuur kent. Ik zal daarom voor de uitleg van het bepaaldheidsvereiste allereerst Boek 3 BW raadplegen. In Boek 3 BW zijn bepalingen opgenomen omtrent het vermogensrecht in het algemeen. Wat zeggen deze bepalingen over het in voldoende mate bepalen van rechtshandelingen?