Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/3.4.2.4
3.4.2.4 Natrekking en vermenging (zonder hoofdzaak)
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS473182:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Ook beperkte rechten op de zaak vervallen door natrekking of vermenging. Vgl. HR 14 augustus 2015, JOR 2015/252, m.nt. A. Steneker (Glencore/Nationale Borg- Maatschappij).
Vgl. Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/511.
Zo ook Spath 2010/104; en Snijders/Rank-Berenschot 2012/246.
Natrekking en vermenging zonder hoofdzaak wordt ook wel aangeduid als “verbinding” of “samensmelting”. Vgl. Snijders/Rank-Berenschot 2012/285-286; Hartkamp 2005/205; en Hijma/Olthof 2014/227.
Vgl. Fikkers 1999/53 en Spath 2010/104.
Wichers 2002, p. 134-136. Vgl. ook Fikkers 1999/53.
Vgl. Spath 2010/104 en Wichers 2002, p. 137 en 311. Vgl. ook HR 14 augustus 2015, JOR 2015/252, m.nt. A. Steneker (Glencore/Nationale Borg-Maatschappij).
79. Natrekking, vermenging en zaaksvorming zijn nauw verwante figuren. Alle drie de figuren reguleren de eigendomsverhoudingen bij de vereniging van meerdere roerende zaken tot één zaak. Anders dan bij zaaksvorming, kan bij natrekking of vermenging niet steeds worden geconcludeerd dat een nieuw eigendomsrecht ontstaat.
Bij natrekking wordt een roerende zaak bestanddeel van een andere roerende zaak. Is die andere zaak aan te merken als de hoofdzaak, dan verkrijgt de eigenaar van de hoofdzaak de eigendom van de roerende zaak, aldus art. 5:14 lid 1 BW. Indien geen hoofdzaak valt aan te wijzen en de oorspronkelijke zaken verschillende eigenaars hadden, verkrijgen zij ieder een aandeel in de gemeenschappelijke eigendom van de nieuwe zaak, evenredig aan de waarde van hun voormalige zaak (art. 5:14 lid 2 BW). Van vermenging is sprake indien zaken die niet onderling individualiseerbaar zijn, worden verenigd tot één zaak. Behoorden de zaken toe aan verschillende eigenaars, dan zijn de regels van natrekking van overeenkomstige toepassing (art. 5:15 BW).
Natrekking en vermenging worden beschouwd als vormen van originaire eigendomsverkrijging. Bij natrekking door of vermenging met een hoofdzaak is welbeschouwd sprake van een vormvan eigendomsverlies. Door bestanddeelvorming verliest de roerende zaak haar zelfstandigheid als voorwerp van eigendom. De eigenaar verliest door natrekking of vermenging zijn eigendomsrecht van de roerende zaak die bestanddeel wordt.1 De eigendom van de hoofdzaak gaat ook de bestanddelen omvatten.2 De eigenaar van de hoofdzaak behoudt zijn eigendomsrecht op de zaak, die met een bestanddeel is uitgebreid.3 Van een nieuw eigendomsrecht op de samengestelde zaak is geen sprake.4
Dit ligt anders indien natrekking of vermenging plaatsvindt zonder dat een hoofdzaak kan worden aangewezen.5 Het resultaat van een dergelijke vereniging van zaken wordt door art. 5:14 lid 2 BW zelfs aangeduid als een “nieuwe zaak”. Het gebruik van dit begrip heeft vragen opgeroepen omtrent de verhouding tot zaaksvorming. Kent men aan het begrip “nieuwe zaak” dezelfde betekenis toe als in art. 5:16 BW, dan heeft de regel van art. 5:14 lid 2 BW nauwelijks zelfstandige betekenis. De nieuwe zaak zal vrijwel altijd door enig vormend handelen zijn ontstaan.6 Wichers heeft verdedigd dat het begrip “nieuwe zaak” bij natrekking inhoudelijk afwijkt van het begrip bij zaaksvorming. De nieuwe zaak in de zin van art. (5:15 jo.) 5:14 lid 2 BW, is in zoverre nieuw dat geen van de samenstellende roerende zaken als hoofdzaak blijft voortbestaan. De samengestelde zaak heeft niet de identiteit van een oorspronkelijke zaak die als hoofdzaak kan worden aangemerkt, maar zij ontleent haar identiteit aan de oorspronkelijke zaken gezamenlijk. De eigenschappen van de samenstellende delen bepalen gezamenlijk de identiteit van de nieuwe zaak. Dit geldt in het bijzonder wanneer min of meer gelijksoortige zaken worden verbonden tot één geheel. Daarin onderscheidt deze “nieuwe zaak” zich van de zaak die door zaaksvorming ontstaat. Deze laatste zaak heeft steeds een van de oorspronkelijke zaken te onderscheiden identiteit.7
Niettemin kan ook in de gevallen van natrekking en vermenging zonder hoofdzaak worden geconcludeerd dat een nieuw eigendomsrecht ontstaat. Geen van de samenstellende zaken blijft als zelfstandig voorwerp van eigendom voortbestaan; zij gaan op in één zaak met één eigendomsrecht. Door het ontbreken van een hoofdzaak ligt het niet in de rede om aan te nemen dat één van de betrokken eigendomsrechten wordt uitgebreid. Bij meer dan één eigenaar van de samenstellende zaken, wordt de eigendom gemeenschappelijk. Een nieuw eigendomsrecht op de zaak ontstaat. De oorspronkelijke eigenaars verkrijgen vervolgens een aandeel in deze gemeenschap.8