Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Einde inhoudsopgave
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.33.5:II.33.5 Nota naar aanleiding van het Verslag
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.33.5
II.33.5 Nota naar aanleiding van het Verslag
Documentgegevens:
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders, datum 04-04-2024
- Datum
04-04-2024
- Auteur
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders
- JCDI
JCDI:ADS964273:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 196: mogelijkheid voorlopige bewijsverrichting en weigeringsgronden
De leden van de SP-fractie vragen of in het eerste lid van artikel 196 niet eigenlijk wordt bedoeld dat de rechter voorlopige bewijsverrichtingen kan bevelen tot aan de in de dagvaarding aangezegde roldatum in plaats van voorafgaand aan het inschrijven op de rol.
Op grond van artikel 125, tweede lid, moet het exploot van dagvaarding uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend, voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum worden ingediend. De griffier schrijft de zaak vervolgens in op de rol waarna de rechter bekend wordt met de zaak. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.