Vp-bulletin 2020/58
Inkomstenbelasting. Eigen woning valt in box 3 na tijdelijke terbeschikkingstelling aan uitwonende dochter.
HR 23-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1667, m.nt. mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 oktober 2020
- Zaaknummer
19/05223
- Noot
mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS243688:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:704, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑07‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2019
Essentie
Inkomstenbelasting. Eigen woning valt in box 3 na tijdelijke terbeschikkingstelling aan uitwonende dochter.
Uitspraak
(Publicatiedatum op www.rechtspraak.nl: 23 oktober 2020)
Inleiding
Op grond van artikel 3.111, eerste lid, Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is een eigen woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, met de daartoe behorende aanhorigheden. Bovendien moet dit (gedeelte van het) gebouw de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan op basis van eigendom. In artikel 3.111, zesde lid, Wet IB 2001 is de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.