Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.4.2
4.4.2 De positie bestuurder van de failliet bij paulianeuze handeling
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS409031:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie in deze zin expliciet ten aanzien van de werking van artikel 47 Fw Van Andel: 'Of het initiëren van een (vernietigbare) betaling van een opeisbare verplichting aan de vooravond van een faillissement onrechtmatig is, hangt af van de vraag of de bestuurder ter zake een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. De beoordeling daarvan dient te geschieden op basis van de concrete omstandigheden van het geval.' Noot Van Andel bij Rechtbank Arnhem 4 juli 2007 en 21 november 2007, JOR 2008/170. Hoewel Van Andel de problematiek enkel bespreekt ten aanzien van de pauliana besloten in artikel 47 Fw bestaat er op dit punt geen fundamenteel verschil tussen artikel 47 Fw en artikel 42 Fw. Zie in het algemeen over externe aansprakelijkheid van bestuurders op grond van artikel 6:162 BW Y. Borrius, 'Kroniek bestuurdersaansprakelijkheid', in: M. Holtzer, A.FJ.A. Leijten en D.J. Oranje (red.), Geschriften vanwege de vereniging Corporate Litigation 2008-2009, p. 90-92. Zie verder Olaerts, Vennootschappelijke beleidsbepaling in geval van financiële moeilijkheden; de positie van bestuurders en aandeelhouders, p. 181 tot en met 189.
HR 8 december 2006, NJ 2006, 659 (Ontvanger/Roelofsen).
HR 18 februari 2000, NJ 2000, 295 (New Holland Belgitun/Oosterhof), m.nt. Maeijer.
HR 8 december 2006, NJ 2006, 659 (Ontvanger/Roelofsen).
In de New Holland-zaak, had New Holland Belgium (NIM) drie tractors geleverd aan Driespan. Driespan verkocht de tractors door aan derden zonder NHB te betalen. Na het faillissement van Driespan sprak NHB de bestuurder van Driespan in persoon aan op grond van onrechtmatige daad omdat de bestuurder de wanprestatie jegens NHB bewust zou hebben uitgelokt of bevorderd en zich schuldig zou hebben gemaakt aan verduistering. In Ontvanger/Roelofsen stelde het cassatiemiddel de vraag aan de orde in hoeverre 'het herhaaldelijk en opzettelijk doen bewerkstelligen door een bestuurder van een aantal bv's van 'het slepen met omzetten' door de fiscale eenheid als een onrechtmatige gedraging van de bestuurder (in privé) jegens de Ontvanger kan worden aangemerkt.' Zie conclusie A-G Timmerman.
Zie bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam 3 december 2008, JOR 2009/67, m.nt. Borrius bij het toetsen van de aansprakelijkheid van bestuurders bij een sterfhuisconstructie. Zie voor een geval van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor het te niet te goeder trouw creëren van een verrekeningsmogelijkheid, Hof Den Bosch 9 december 2008, LJN BH8220, waarin het hof ook de toets van een 'ernstig verwijt' hanteert voor het beoordelen van de vordering van de curator jegens o.a. de bestuurder op grond van artikel 6:162 BW.
Gispen (G.H. Gispen, 'De onrechtmatige daadvordering als complement van de actio Pauliana', in: L. Timmerman (red.), Vragen rond de faillissementspauliana, Deventer: Kluwer 1998, p. 41) merkt hier het volgende over op: 'Zolang de actio Pauliana ten dienste staat aan de crediteur of aan de curator, lijdt de crediteur c.q. de curator mijns inziens geen schade als bedoeld in artikel 6:162 BW Immers tot zijn vermogen behoort de vordering op het verhaalsvermogen, waartoe door de actio Pauliana ook vermogensbestanddelen van of aanspraken op derden behoren. (...) Indien aan de curator of aan de schuldeiser de actio Pauliana ten dienste staat, maar hij deze niet instelt, is dat mijns inziens een omstandigheid die voor zijn risico moet blijven; in dat geval kan niet gezegd worden dat de schade is veroorzaakt door de aantasting van het verhaalsvermogen. De schade is dan het gevolg van het feit dat de curator of de schuldeiser niet een verhaalsrecht hebben uitgeoefend.' De stelling van Gispen lijkt me in haar algemeenheid te ver gaan. Wel zal er onder omstandigheden rekening gehouden moeten worden met de vraag waarom de curator de bestuurder aanspreekt en niet de wederpartij van een benadelende transactie.
Zie hoofdstuk 2 (§ 2.4.2).
Zie hoofdstuk 3 (§ 3.4.2).
In de vorige paragraaf (§ 4.4.1) heb ik uiteengezet waarom het mijns inziens ongewenst is om de actio pauliana ten aanzien van onverplichte rechtshandelingen te zien als een lex specialis van de onrechtmatige daad voor zover het de betrokkenheid van de wederpartij betreft. De vraag kan uiteraard opkomen in hoeverre het aangaan van een paulianeuze rechtshandeling wel altijd een onrechtmatige daad van de bestuurder veronderstelt. Indien de curator de bestuurder wil aanspreken voor de benadeling van de gezamenlijke schuldeisers, dan zal hij ook tegen de bestuurder een zogenoemde Peeters q.q./Gatzen-vordering moeten instellen.
Ook hier heeft te gelden dat een bestuurder niet per se onrechtmatig handelt zodra komt vast te staan dat hij een paulianeuze handeling heeft verricht. De toets is of de bestuurder een voldoende ernstig verwijt gemaakt kan worden.1 De maatstaf van 'een voldoende ernstig verwijt' is ontleend aan de arresten Ontvanger/ Roelofsen 2 en het eerdere arrest New Holland Belgium/Oosterhof.3
In het arrest Ontvanger/Roelofsen oordeelde de Hoge Raad in het algemeen ten aanzien van de maatstaf voor aansprakelijkheid van de bestuurder jegens de individuele crediteuren, als volgt:
Wet gaat in een geval als het onderhavige om benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder
(i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (h) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 18 februari 2000, nr. C98/208, NI 2000, 295).,4
Zowel het arrest New Holland als het arrest Ontvanger/Roelofsen betreffen niet zuivere pauliana-gevallen en ook geen vorderingen van de curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers 5 De maatstaf als gehanteerd in deze arresten wordt ook toegepast in lagere rechtspraak voor het beoordelen van de aansprakelijkheid van bestuurders bij paulianeuze of pauliana-achtige handelingen.6
Bedacht dient te worden dat de bestuurder vermogensrechtelijk geheel geen partij is bij de paulianeuze rechtshandeling. De wederpartij heeft, anders dan de bestuurder, vaak zelf een voordeel gehad bij de transactie.7 In die zin ligt het ook niet voor de hand om een automatisme aan te nemen waarbij de bestuurder automatisch aansprakelijk is indien hij namens de vennootschap paulianeus heeft gehandeld. Separaat zal bezien moeten worden of de bestuurder een voldoende ernstig verwijt treft. Deze lijn waarbij de pauliana ziet op de rechtsverhouding tussen schuldenaar en wederpartij, en niet automatisch tot aansprakelijkheid van bestuurders leidt, wordt ook in het Duitse8 en het Engelse recht9 gevolgd.