NJ 1925, p. 759
Hanzebank. Voorloopige surséance gevolgd door faillissement. Opkoopen van vorderingen — voor en gedurende de surséance — ten einde deze met schuld aan den boedel in compensatie te brengen. Inbreuk op verkregen rechten der schuldeischers ? Strijd met openbare orde of goede zeden?
HR 15-05-1925, ECLI:NL:HR:1925:126 (Kolfschoten/Van Leeuwen, Hanzebank)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 mei 1925
- Magistraten
Mrs. Bosch, Savelberg, Jhr. Feith, Kosters en Taverne.
- Zaaknummer
[15051925/NJ_1925,_p._759]
- Conclusie
Mr. Tak
- Roepnaam
Kolfschoten/Van Leeuwen
Hanzebank
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Bijzondere onderwerpen
Insolventierecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1925:126, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑05‑1925
- Wetingang
Essentie
Hanzebank. Voorloopige surséance gevolgd door faillissement. Opkoopen van vorderingen — voor en gedurende de surséance — ten einde deze met schuld aan den boedel in compensatie te brengen. Inbreuk op verkregen rechten der schuldeischers ? Strijd met openbare orde of goede zeden?
Samenvatting
Het beroep op art. 1470 B. W. voor de ongeoorloofdheid der surséance gaat niet op. Indien de surséance al „verkregen rechten" gaf, in den zin van dit art, dan zouden deze toch de surséance niet kunnen overleven. Ook het beroep op art. 14 A. B. faalt. De rechtsgeldigheid der cessie wordt niet aangetast, doch het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.