NJ 1925, p. 759:Hanzebank. Voorloopige surséance gevolgd door faillissement. Opkoopen van vorderingen — voor en gedurende de surséance — ten einde deze met schuld aan den boedel in compensatie te brengen. Inbreuk op verkregen rechten der schuldeischers ? Strijd met openbare orde of goede zeden?