V-N 2025/53.16
Hoge Raad geeft ‘soepele’ uitleg aan verwijtbaarheidstoets in art. 6:13 Awb
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1801, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij, Borman
- Zaaknummer
24/03091
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36503:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1801, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:357, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad verklaart het verzet van X gegrond, omdat zij als betrokkene voor zichzelf hoger beroep heeft ingesteld en niet namens haar ex-echtgenoot. Het hof moet de ontvankelijkheid van haar hoger beroep – met inachtneming van dit arrest – opnieuw beoordelen.
Samenvatting
X trekt met toepassing van art. 2.17 Wet IB 2001 specifieke zorgkosten af in de aangifte van haar echtgenoot. Na correctie daarvan door de inspecteur gaat X eerst in bezwaar als de gemachtigde van de echtgenoot. Daarna stelt zij ‘op eigen naam’ beroep in, omdat de relatie inmiddels is beëindigd en zij uit veiligheidsredenen geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.