Het EVRM en het materiële omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/10.6:10.6 Conclusie
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/10.6
10.6 Conclusie
Documentgegevens:
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS445053:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overheid stelt ter bescherming van de omgeving veel beperkingen aan het gebruik van eigendommen door middel van verboden. Deze gebruiksbeperkingen vormen directe aantastingen van het eigendomsbelang en kunnen verschillende soorten vermogensschade tot gevolg hebben: een waardedaling van eigendommen, inkomstenderving en het verloren gaan van een in het verleden gedane investering. Uit de rechtspraak van het ehrm blijkt dat een waardedaling van eigendom en/of een inkomstenderving die het gevolg is van een omgevingsgerelateerde overheidsmaatregel die beperkingen aan het gebruik van eigendom stelt, op grond van artikel 1ep onder omstandigheden vergoed moet worden om een ‘fair balance’ tussen het algemeen belang en het eigendomsbelang te waarborgen. Blijkens de rechtspraak moeten (in het verleden in eigendommen gedane) investeringen die geheel of gedeeltelijk teniet zijn gegaan als gevolg van een omgevingsgerelateerde overheidsmaatregel die beperkingen aan het gebruik van die eigendommen stelt, op grond van artikel 1 ep onder omstandigheden eveneens vergoed worden ter verzekering van een ‘fair balance’.
Het ehrm is echter wel terughoudend met het aannemen van een (uit artikel 1ep voortvloeiende) verplichting voor de overheid om een gehele of gedeeltelijke schadevergoeding aan te bieden voor de schade die veroorzaakt wordt door beperkingen van omgevingsbelastend gebruik van eigendommen (waaronder bouwbeperkingen). Bij bouwbeperkingen heeft het ehrm in ieder geval enkele keren geoordeeld dat geen sprake was van een ‘fair balance’ (mede) vanwege het ontbreken van een gehele of gedeeltelijke schadevergoeding. Bij beperkingen van ander omgevingsbelastend gebruik van eigendommen (dan bouwbeperkingen) heeft het ehrm bij mijn weten echter nog nooit geoordeeld dat geen sprake was van een ‘fair balance’ (mede) vanwege het ontbreken van een gehele of gedeeltelijke schadevergoeding. De Nederlandse rechtspraak biedt daarentegen wel een voorbeeld waarin dergelijke beperkingen wegens het ontbreken van schadevergoeding in strijd met de vereiste ‘fair balance’ werden geoordeeld, namelijk de arresten van de HR inzake NVV c.s./Staat en Staat/Lohuis. Al met al is de rechtspraak van het ehrm mijns inziens te terughoudend en zou vaker een schadevergoedingsplicht aangenomen kunnen en moeten worden om recht te doen aan de gedachte dat ernstig nadeel dat door overheidsmaatregelen in het algemeen belang wordt veroorzaakt ook door de maatschappij die bij die overheidsmaatregelen baat heeft gedragen dient te worden. In dit verband heb ik een poging gedaan om in hoofdlijnen aan te geven in welke gevallen de overheid naar mijn oordeel op grond van artikel 1 ep verplicht zou moeten zijn schadevergoeding aan te bieden voor beperkingen van omgevingsbelastend gebruik van eigendommen (waaronder bouwbeperkingen) ter verzekering van een ‘fair balance’ tussen het algemeen belang en het eigendomsbelang.
Het Nederlandse nadeelcompensatierecht waarborgt over het algemeen dat de overheid verplicht is schadevergoeding aan te bieden voor beperkingen van omgevingsbelastend gebruik van eigendommen (waaronder bouwbeperkingen) in die gevallen waarin zij op grond van artikel 1ep verplicht is om schadevergoeding voor die beperkingen aan te bieden. Een vergelijking tussen artikel 1 ep en artikel 4:126 Awb leert namelijk dat artikel 4:126 Awb vrijwel zeker in meer gevallen het aanbieden van schadevergoeding vereist dan artikel 1 ep (zoals uitgelegd door het ehrm). In het algemeen komt aan artikel 1 ep dus (mogelijke uitzonderlijke gevallen daargelaten) geen aanvullende werking toe ten opzichte van artikel 4:126 Awb. Een belangrijke aanvullende werking heeft artikel 1 ep echter wel bij schade die is veroorzaakt door een wet in formele zin. Anders dan artikel 4:126 Awb kan artikel 1 ep namelijk ook een recht op schadevergoeding geven voor schade die is veroorzaakt door een wet in formele zin.