Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.5.15:11.4.5.15 Standaardvoorwaarde 12: afsplitsing met negatieve winst
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.5.15
11.4.5.15 Standaardvoorwaarde 12: afsplitsing met negatieve winst
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491756:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In onderdeel 11.4.4.15 is uitgebreider aandacht besteed aan de (vergelijkbare) standaardvoorwaarde 12 die van toepassing kan zijn bij fiscaal gefaciliteerde zuivere splitsingen.
Het gaat over de aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de afsplitser.
In de vergelijkbare standaardvoorwaarde 12 in het Beleidsbesluit NLF 2021/1056 over bedrijfsfusies staat dan ook (terecht) dat de beperking niet geldt als de overnemer wordt opgericht bij de bedrijfsfusie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Standaardvoorwaarde 12 luidt als volgt:
“1. Als op het afsplitsingstijdstip de waarde in het economische verkeer van de overgegane vermogensbestanddelen lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen geldt de volgende beperking bij de bepaling van de winst van de verkrijgende rechtspersoon van na het afsplitsingstijdstip.
2. Voor zover uit hoofde van een vermogensbestanddeel dat op afsplitsingstijdstip tot de overgedragen onderneming behoort na het afsplitsingstijdstip een negatief voordeel wordt genoten en dit negatieve voordeel verband houdt met de in het eerste lid bedoelde lagere waarde, komt dit negatieve voordeel slechts in aftrek tot het bedrag van de (overige) winst dat is toe te rekenen aan de in het kader van de afsplitsing verkregen onderneming.
3. Het resterende bedrag wordt als negatief voordeel in aanmerking genomen bij de bepaling van de winst van de verkrijgende rechtspersoon van de jaren genoemd in artikel 20, tweede lid, Wet Vpb1969, in de volgorde waarin deze winsten ontstaan, voor zover er in het desbetreffende jaar winst is toe te rekenen aan de in het kader van de afsplitsing verkregen onderneming en tot ten hoogste het positieve belastbare bedrag van het desbetreffende jaar.
4. De toerekening bedoeld in de vorige leden vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de winstsplitsing van voorwaarde 8.
5. Voor zover een negatief voordeel op het belastbare bedrag van een voorafgaand jaar in mindering wordt gebracht, zal de aanslag over dat jaar worden herzien. Over het bedrag van de herziening wordt geen belastingrente vergoed.
6. Als de afsplitsende rechtspersoon wordt opgericht bij de afsplitsing blijft de beperking geregeld in de vorige leden achterwege.”
Standaardvoorwaarde 12 is van toepassing indien de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen die in het kader van de afsplitsing overgaan, lager is dan de fiscale boekwaarde van deze vermogensbestanddelen.1 Voor zover de verkrijger na het afsplitsingstijdstip een negatief voordeel geniet uit hoofde van een bij de afsplitsing verkregen vermogensbestanddeel en dit negatieve voordeel verband houdt met de genoemde lagere waarde, komt het negatieve voordeel bij de verkrijger slechts in aftrek tot het bedrag van de (overige) winst dat in het realisatiejaar toerekenbaar is aan de onderneming2 die is overgenomen van de afsplitser (winstsplitsing). Mogelijk dat het negatieve voordeel niet (geheel) in aanmerking kan worden genomen in het nasplitsingsjaar waarin het wordt gerealiseerd, omdat in dat jaar te weinig winst wordt behaald door de overgenomen onderneming. Het (resterende) negatieve voordeel kan dan met inachtneming van art. 20, lid 2, Wet VPB 1969 en de winstsplitsing in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de winst van de verkrijger in andere jaren, in de volgorde waarin deze zijn ontstaan. Het belastbaar bedrag in die andere jaren kan hierdoor niet negatief worden. De hiervóór beschreven beperking geldt volgens standaardvoorwaarde 12, lid 6 niet als de afsplitsende rechtspersoon wordt opgericht bij de afsplitsing. Hier moet sprake zijn van een verschrijving. Bedoeld zal zijn te bepalen dat de beperking niet geldt als de verkrijgende rechtspersoon bij de afsplitsing wordt opgericht.3 In die gevallen kan het doorgeschoven splitsingsverlies na de afsplitsing immers uitsluitend worden afgezet tegen winsten die samenhangen met de overgenomen onderneming of tegen winsten die worden behaald met activiteiten die na de afsplitsing zijn opgestart. De tekst van de standaardvoorwaarde 12, lid 6 dient op dit punt te worden aangepast.