Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/108
108 De benadeelde partij is niet-ontvankelijk
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458258:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Sas 2010, p. 83; Van Maurik 2013 (T&C Sv), art. 361, aant. 3.
HR 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8963, NJ 2002, 497; Sas 2010, p. 81; Sas 2012, p. 57. Overigens kan de benadeelde partij ook zelf zijn vordering splitsen en besluiten slechts een deel van haar vordering in het strafproces te voegen en het resterende deel in een civiele procedure te vorderen (art. 51f lid 3 Sv).
HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654, NJ 2007, 484. Zie hierover Langemeijer 2010, p. 108 en 115; Sas 2010, p. 85.
Conclusie A-G Langemeijer voor HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654, NJ 2007, 484 en de daar genoemde parlementaire geschiedenis en literatuur; Sas 2010, p. 81; Sas 2012, p. 57.
De strafrechter kan de benadeelde partij omverschillende redenen niet-ontvankelijk verklaren in haar schadevergoedingsvordering. Ten eerste verklaart de strafrechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk als de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel art. 9a Sr wordt toegepast of als niet rechtstreeks schade is toegebracht aan de benadeelde partij door een bewezen verklaard feit (art. 361 lid 2 Sv).1 Ten tweede spreekt de strafrechter de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij uit als de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengt (art. 361 lid 3 Sv); de schadevergoedingsvordering is ondergeschikt aan de strafzaak en kan derhalve alleen meegenomen worden in het strafgeding als de behandeling geen of (relatief) weinig extra tijd en moeite kost.2 De strafrechter kan de vordering ook ambtshalve splitsen als een deel van de vordering zich wel leent voor de behandeling in het strafgeding en een ander deel niet.3 Ten derde is de strafrechter verplicht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren als hij “niet verzekerd acht dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om naar voren te brengen hetgeen zij ter staving van de vordering, onderscheidenlijk het verweer tegen de vordering kunnen aanvoeren en, voor zover nodig en mogelijk, daarvan bewijs te leveren”. Dit betekent echter niet dat de procedure dezelfde waarborgen aan de verdachte en de benadeelde partij biedt als een civielrechtelijke procedure.4
Na een (gedeeltelijke) niet-ontvankelijkverklaring door de strafrechter kan de benadeelde partij haar vordering (gedeeltelijk) indienen bij de burgerlijke rechter.5 In deze gevallen kan met het oog op de civiele procedure een voorlopig getuigenverhoor worden bevolen.