De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/1.1.1:1.1.1 Inleidend
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/1.1.1
1.1.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384594:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast waren er op dat moment 36.144 maatschappen en 10.585 commanditaire vennootschappen ingeschreven. De cijfers heb ik ontleend aan Asser/Kroeze, Beckman & Verbrugh 2-I* 2015/160.
Mathey-Bal 2012.
Zie Mathey-Bal 2012. Zie ook Boschma & Mathey-Bal 2012, p. 231.
Zo ook Mohr 2009, p. 5.
Timmerman 2000, p. 159-160.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor u ligt een uitgebreide studie naar de positie van de vennootschap onder firma (VOF) in verschillende rechtsgebieden. De VOF is een contractuele samenwerking tussen twee of meer (rechts)personen waarbij onder gemeenschappelijke naam een bedrijf wordt uitgeoefend. Alle contractanten werken op basis van gelijkwaardigheid (dus zonder dienstverband) met elkaar samen, brengen iets in de vennootschap en hebben het doel om het voordeel dat met de samenwerking wordt behaald met elkaar te delen. De contractanten (de vennoten) zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de VOF. Voor het tot stand komen van een VOF gelden geen vormvereisten. Zo hoeft de overeenkomst niet schriftelijk te worden aangegaan en is er geen tussenkomst van een notaris nodig. De VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid. In het economisch verkeer komt de VOF veel voor: op 1 november 2014 waren 176.335 vennootschappen onder firma ingeschreven in het handelsregister.1
De wetten die de VOF in het bijzonder beheersen, zijn sterk verouderd: zowel het Wetboek van Koophandel (WvK) als Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek (BW) stammen uit 1838. De antieke staat van de regels blijkt wel uit het verouderde taalgebruik, wat de regels soms moeilijk leesbaar maakt. Ik heb mij er eerder al over verbaasd dat het Nederlandse recht sinds de afschaffing van de Franse Code Civil en Code de Commerce steeds in ontwikkeling is geweest, terwijl de personenvennootschapswetgeving in de afgelopen twee eeuwen nauwelijks is gewijzigd.2 Hierdoor golden voor de in 1870 aangegane VOF Goudsmit-Polak, waaruit later Koninklijke Bijenkorf Beheer N.V. is ontstaan, zo goed als dezelfde wettelijke regels als die gelden voor een anno 2015 aangegane VOF.3 In de rechtspraktijk is het personenvennootschapsrecht wel tot ontwikkeling gebracht, wat ervoor heeft gezorgd dat het wat meer aansluit bij de maatschappelijke en economische ontwikkelingen.
De centrale positie die de vennoten volgens de huidige wetgeving innemen, verdwijnt meer naar de achtergrond en we zien een steeds verder gaande mate van verzelfstandiging (en misschien zelfs verzakelijking) van de personenvennootschappen. Ik noem in dit verband twee voorbeelden. Ten eerste wordt in de vennootschapsovereenkomst vrijwel standaard afgeweken van de hoofdregel dat de VOF van rechtswege wordt ontbonden als een vennoot uittreedt. Ten tweede wordt de VOF in het maatschappelijk verkeer her- en erkend als entiteit4 : leveranciers en consumenten sluiten overeenkomsten ‘met de VOF’ zonder zich te bekommeren om de juridische kwalificatie en de VOF kan (daarom) als zodanig in het burgerlijk proces veroordeeld worden. In dit verband heeft Timmerman de verwachting uitgesproken dat steeds meer regels die voor rechtspersonen gelden ook op de personenvennootschappen van toepassing zullen worden.5
Omdat van de VOF zo veelvuldig gebruik wordt gemaakt, is het belangrijk dat de rechtsregels die haar beheersen duidelijk zijn, dat knelpunten worden gesignaleerd en opgelost. De ondernemers die samenwerken door middel van een VOF moeten in staat zijn om te weten wat zij wel en wat zij niet kunnen met hun VOF, tegen welke problemen zij kunnen aanlopen en hoe zij problemen kunnen voorkomen. De oplossing van geschillen achteraf, door de rechter, dient ook zo veel mogelijk voorspelbaar te zijn. Voor hen die met de VOF te maken krijgen, bijvoorbeeld als wederpartij of als adviseur, is eveneens van belang dat de regels die de VOF beheersen duidelijk zijn. Een wederpartij moet bijvoorbeeld zekerheid hebben over welke vennoten zij voor haar vorderingen kan aanspreken. Bij de oplossing van knelpunten kunnen meer actoren betrokken zijn; dit zijn natuurlijk de wetgever en de rechter, maar ook de vennoten zelf.