Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/1.6:1.6 Opbouw van het onderzoek
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/1.6
1.6 Opbouw van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS466892:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Niessen 2010, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek zal aanvangen met een geschiedkundige verhandeling over het ontstaan van het fiscale bestuurlijke boeterecht (hoofdstuk 2) om inzicht te krijgen in dit rechtsgebied. Een verantwoorde beoordeling van rechtsstelsels vereist immers inzicht in hun historische ontwikkeling.1 Specifiek zal daarbij aandacht worden besteed aan de wijze waarop de boeten in het verleden op maat werden gemaakt en welke beginselen en factoren daarbij van belang werden geacht. Door middel van bestudering van onder meer literatuur en de parlementaire geschiedenis wordt getracht het ontstaan van de geïndividualiseerde straftoemeting in fiscalibus in kaart te brengen.
In hoofdstuk 3 wordt in de context van dit onderzoek een rechtstheoretische uiteenzetting gegeven over algemene rechtsbeginselen en het internationale recht. Voor dit onderzoek – dat kortweg ziet op de wijze waarop de bestraffer de straf rechtens zou moeten toemeten – is namelijk allereerst van belang te beschrijven hoe het recht in het algemeen gedragsvoorschriften (rechtsnormen) kan voortbrengen. Gedragsvoorschriften waarop de betrokken actoren vervolgens kunnen worden aangesproken. Vandaar dat na een korte historische beschouwing over de evolutie van de democratische rechtstaat wordt ingegaan op de ontwikkeling van het denken over rechtsbeginselen en rechtsnormen. Ook wordt inzicht verschaft in de verhouding tussen de begrippen rechtsnorm, rechtsbeginsel en rechtswaarde. Het internationale verdragenrecht, de nationale wetgeving en beleidsregels en de rechtspraak worden daarna aan een onderzoek onderworpen.
De voor het straftoemetingsproces van belang zijnde rechtsbeginselen (zie het schema hiervoor) worden in rechtsnormatief opzicht per rechtsgebied ontleed in de hoofdstukken 4 tot en met 7. Per hoofdstuk zullen, na een korte inleiding van het rechtsbeginsel, de van belang zijnde rechtsbronnen worden nagelopen. Op onderscheiden onderdelen zal vervolgens het strafrecht met het fiscale bestuurlijke boeterecht worden vergeleken. Na elke vergelijking worden deelconclusies getrokken met inachtneming van het van toepassing zijnde rechtsbeginsel en de specifieke context van het betreffende rechtsgebied.
Het beginsel van onpartijdigheid zal worden besproken in hoofdstuk 4. Eerder is reeds aangegeven dat dit ondersteunende beginsel onlosmakelijk is verbonden met de beginselen van zorgvuldigheid, evenredigheid en het motiveringsbeginsel. Vandaar dat tevens aandacht zal worden besteed aan de samenhang tussen deze rechtsbeginselen. Overigens zal ook het belang van een onafhankelijke positie van de strafbeslisser aan de orde komen.
In hoofdstuk 5 komt het eerste beginsel van het gefaseerde proces van straftoemeting aan bod: het zorgvuldigheidsbeginsel. De nadruk wordt daarbij gelegd op de diepgang en reikwijdte van het onderzoek naar strafbeïnvloedende omstandigheden en het van belang zijnde bewijsrecht.
Op het evenredigheidsbeginsel, dat met name een rol speelt in de tweede fase van straftoemeting met betrekking tot een evenredige besluitvorming, zal worden ingegaan in hoofdstuk 6. Nader onderzoek zal worden verricht naar de van toepassing zijnde strafdoelen binnen de verschillende rechtsgebieden en de uitwerking daarvan in rechtsnormatief opzicht. Daarbij zal een beschrijving worden gegeven van de in het fiscale boeterecht voorkomende (categorieën en/of typen van) strafbeïnvloedende omstandigheden. Deze omstandigheden zullen daarna worden gespiegeld aan hun strafrechtelijke tegenhangers.
In hoofdstuk 7 zal het motiveringsbeginsel onder de loep worden genomen. Dit beginsel, dat zich in de derde en laatste fase van het straftoemetingsproces manifesteert, heeft binnen het strafrecht de afgelopen decennia een opleving doorgemaakt vanwege de aanhoudende roep om duidelijker strafvonnissen.
De conclusies met betrekking tot de probleemstelling zullen in hoofdstuk 8 worden verwoord. Daarbij zal per onderzocht rechtsbeginsel een lijst met aanbevelingen worden opgenomen ten behoeve van het doel van dit onderzoek: het verduidelijken van het theoretisch kader van het proces van individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht.