BNB 2025/68
Bezwaarschrift tegen navorderingsaanslag ten onrechte niet aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering van (primitieve) aanslag en vergrijpboete. In beroep had onderzocht moeten worden of sprake is van een fictieve weigering om te beslissen
HR 07-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:360, m.nt. A.J.H. van Suilen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 maart 2025
- Magistraten
Mrs. Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
23/03651
- Noot
A.J.H. van Suilen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10437:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:360, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Bezwaarschrift tegen navorderingsaanslag ten onrechte niet aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering van (primitieve) aanslag en vergrijpboete. In beroep had onderzocht moeten worden of sprake is van een fictieve weigering om te beslissen
Samenvatting
Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV 2015 opgelegd. Daarbij zijn verliezen van voorgaande jaren verrekend en is een vergrijpboete opgelegd. Belanghebbende heeft tegen de aanslag en de beschikkingen bezwaar gemaakt. Vervolgens is kort daarna aan belanghebbende een navorderingsaanslag IB/PVV 2015 opgelegd, waarbij de verliesverrekening is teruggenomen. Ook hiertegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het bezwaar tegen de aanslag en de beschikkingen ongegrond ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.