Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/4.1.4:4.1.4 Tussenconclusie
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/4.1.4
4.1.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS409127:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Den Haag 8 maart 1984, Computerrecht 1984-2, p. 29 (RBC/Brinkers), bekrachtigd door HR 11 april 1986, Computerrecht 1986-3, p. 174 (RBC/Brinkers). Voor het bepalen van het criterium verwijs ik naar het Hof Den Haag en niet naar de Hoge Raad. Dit doe ik omdat het Hof Den Haag het criterium heeft geformuleerd en de Hoge Raad zich, bij gebreke aan daarop betrekking hebbende cassatiemiddelen, niet over de geldigheid daarvan heeft kunnen uitspreken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de uitvoering van KT-contracten zijn de deskundigheid van de leverancier en de deskundigheid van de afnemer beide relevant voor het inkleuren van de zwaarte van de schuld aan de zijde van de leverancier. Daaraan vooraf gaat echter de vraag of de deskundigheid van de leverancier iiberhaupt moet worden getoetst. Het antwoord op die vraag wordt bepaald door de verbintenissen die de leverancier op zich neemt.
De uit het RBc/Brinkers-arrest bekende toetsingsmaatstaf — of het handelen 'á of niet voldeed aan de mate van zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en bekwaam automatiseringsdeskundige geëist mag worden' — dient alleen te worden aangelegd als de leverancier (mede) een overeenkomst van opdracht uitvoert.1 Die (beroepsaansprakelijkheids)toets is immers een uitwerking van de toetsingsmaatstaf 'goed opdrachtnemer' (art. 7:401 BW). Vraagt een afnemer aan een leverancier om hardware met naam en toenaam aan hem te verkopen, zonder daarbij prijs te stellen op advies, is alleen sprake van een koopovereenkomst. Relevant zijn dan de maatstaven die bij een koopovereenkomst moeten worden toegepast, waaronder de vraag of de hardware conform is (art. 7:17 BW). Relevant is dan niet of de leverancier 'al of niet voldeed aan de mate van zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en bekwaam automatiseringsdeskundige geëist mag worden'. Dat is immers een maatstaf die bij een overeenkomst van opdracht moet worden toegepast. Partijen hebben echter een koopovereenkomst gesloten en niet (mede) een overeenkomst van opdracht.
Het vaststellen welke verbintenissen door de leverancier dienen te worden nageleefd, zal vaak niet eenvoudig zijn. In veel gevallen zal sprake zijn van een gemengde overeenkomst, in welk geval art. 6:215 BW van toepassing is.
Is (mede) een overeenkomst van opdracht gesloten, dan wordt aan de leverancier de hiervoor bedoelde beroepsaansprakelijkheidsmaatstaf als minimummaatstaf opgelegd. Hierboven heb ik uiteengezet hoe die maatstaf door de rechtspraak in concreto vorm is gegeven. Het minimumniveau van deskundigheid dat van de leverancier verlangd kan worden, wordt vastgesteld op het moment dat afnemer en leverancier met elkaar een overeenkomst sluiten. Die deskundigheid kan variëren naarmate de overeenkomst voortduurt, maar de deskundigheid waaraan moet worden getoetst is in ieder geval altijd gelijk aan of hoger dan het minimumniveau, ook á is de daadwerkelijke deskundigheid onder het minimumniveau gedaald.
De deskundigheid van de afnemer kan, net als die van de leverancier, variëren naarmate de overeenkomst voortduurt. Aan de deskundigheid van de afnemer worden echter geen minimumeisen gesteld.
Overigens geldt dat de deskundigheid van derden die partijen hebben ingeschakeld onder omstandigheden aan de partij die ze heeft ingeschakeld, kan worden toegerekend.
Als het verschil in deskundigheid van de leverancier ten opzichte van de afnemer toeneemt in die zin dat de leverancier ten opzichte van de afnemer steeds deskundiger wordt, neemt ook de kans toe dat een beroep van de leverancier op zijn exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar wordt geacht. De deskundigheid van de afnemer moet van dezelfde aard zijn als de deskundigheid van de leverancier, wil de deskundigheid van de afnemer gewicht in de schaal werpen bij de vergelijking tussen de deskundigheid van de leverancier en die van de afnemer.
Het moment waarop dit verschil in deskundigheid moet worden bepaald is het moment waarop de schadeveroorzakende gebeurtenis zich voor doet. Daarbij geldt dat de deskundigheid van de leverancier in ieder geval gelijk is aan het minimumniveau dat wordt vastgesteld op het moment dat afnemer en leverancier de overeenkomst hebben gesloten.