Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.2.6.4:6.2.6.4 Termijn tussentijds appel
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.2.6.4
6.2.6.4 Termijn tussentijds appel
Documentgegevens:
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen
- JCDI
JCDI:ADS982266:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad week in HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1924 (Gemeente Borger-Odoorn) hiermee ingrijpend af van zijn eerdere regeling in HR 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7051 (Ponteecen/Stratex).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de rechtbank tussentijds appel heeft opengesteld, gelden dezelfde termijnen voor het instellen van het hoger beroep. Dat komt dus neer op drie maanden in bodemzaken. Een tussenvonnis in kort geding met een tussentijdse appelmogelijkheid is een zeldzaamheid. Indien het zich toch voordoet, geldt de gewone appeltermijn van vier weken.
De termijn gaat pas lopen vanaf de datum van het vonnis waarin de rechtbank de toestemming voor tussentijds appel heeft gegeven.1