AB 2019/330
Binnengemeentelijke decentralisatie; vragen over wie waartoe bevoegd is.
RvS 14-11-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3681, m.nt. F.S. Helder en H.E. Bröring
- Instantie
Raad van State
- Datum
14 november 2018
- Magistraten
Mrs. D.A.C. Slump, R. Uylenburg, C.M. Wissels
- Zaaknummer
201710389/1/A3
- Noot
F.S. Helder en H.E. Bröring
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS68116:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:3681, Uitspraak, Raad van State, 14‑11‑2018
- Wetingang
Art. 5:32 lid 1, art. 10:3 lid 1 Awb; art. 156 Gemw; art. 2.5.2 lid 1 Verordening op het binnenwater 2010
Essentie
Het algemeen bestuur was bevoegd te beslissen op bezwaarschriften tegen in ondermandaat van het dagelijks bestuur genomen besluiten.
Samenvatting
Ingevolge art. 1 Mandaatbesluit, gelezen in samenhang met A.13 van het daarbij behorende mandaatregister van 30 augustus 2016, heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen in ondermandaat van het dagelijks bestuur genomen besluiten, gebaseerd op een aan het algemeen bestuur gedelegeerde bevoegdheid, gemandateerd aan het dagelijks bestuur. Gelet hierop heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid om te beslissen op het bezwaarschrift van appellant op correcte wijze gemandateerd aan het dagelijks bestuur. Zoals de Afdeling eerder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.