Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/73
73 De rol van de verklaring voor recht in het kader van de collectieve actie
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS400590:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
De consultatieversie van het wetsontwerp is te raadplegen via www.internetconsultatie.nl/ motiedijksma. Zie voor de motie Dijksma Kamerstukken II, 2011/12, 33126, nr. 6. Zie over dit wetsvoorstel ook Van Abeelen, NTBR 2015, p. 19 t/m 27.
In het voorstel staat weliswaar dat de procedure uit vier stappen bestaat, maar vervolgens beschrijven de opstellers van het voorstel vijf stappen die zij ook nummeren (zie onder 4.7). Ik ga er dan ook van uit dat de collectieve schadevergoedingsprocedure uit vijf stappen bestaat.
Zie hiervoor, nr. 34. De belangenvereniging of stichting zou met een beroep op HR 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:760 (AIG/X) kunnen betogen dat de rechter dient uit te gaan van voldoende belang bij een gevorderde verklaring voor recht. Maar anders bij een schadevergoedingsvordering in een individuele procedure lijkt de belangenvereniging of stichting in een collectieve schadevergoedingsvordering geen schadevergoeding nader op te maken bij staat te kunnen vorderen, althans die mogelijkheid komt in de consultatieversie van het wetsontwerp niet aan de orde. Of het verschil tussen een verklaring voor recht en een veroordeling tot schadevergoeding net zo formalistisch is als bij een individuele procedure waarin het gaat om schadevergoeding wegens aansprakelijkheid, is dus maar de vraag. Zie over HR 27maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:760 (AIG/X) hiervoor, nr. 39.
Het is de vraag of de verklaring voor recht in de toekomst nog van belang is voor de collectieve actie ex art. 3:305a BW. Momenteelwordt gewerkt aan eenwetsvoorstel dat strekt tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie. Het ambtelijk voorontwerp lag tot oktober 2014 ter consultatie voor.1 Het doel van het wetsvoorstel is om een ‘efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling vanmassaschade te bevorderen en een ongewenste claimcultuur te voorkomen’. Om dat te bewerkstelligen is het voorstel omhet bestaande verbod op het vorderen van collectieve schadevergoeding af te schaffen. De collectieve schadevergoedingsprocedure bestaat volgens het voorstel uit vijf stappen.2 De rechter laat zich eerst uit over de ontvankelijkheid van de eiser (stap 1). Vervolgens beslist de rechter of de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld (stap 2). Als de rechter heeft vastgesteld dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld, stelt de rechter partijen in de gelegenheid om een ‘collectieve schikking’ te beproeven. Lukt het partijen niet om er onderling uit te komen, dan moeten partijen dat nogmaals proberen onder regie van de rechter tijdens een comparitie van partijen (stap 3). Als partijen ook dan nog geen collectieve schikking treffen, beveelt de rechter partijen (of een van de partijen) om een voorstel voor een schikking te doen (stap 4). Komen partijen op basis van dat voorstel niet (al dan niet onder begeleiding van een mediator) tot een schikking, dan stelt de rechter mede aan de hand van de overgelegde voorstellen zelf een regeling voor een collectieve schadeafwikkeling vast.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen en ingevoerd, is de vraag welke rol de verklaring voor recht nog speelt in het kader van het collectieve actierecht. Als met de collectieve schadevergoedingsprocedure wordt bereikt dat massaschadeclaims op eenvoudigewijzeworden afgewikkeld, is de verklaring voor recht niet langer nodig om een precedent te scheppen of om een schikking te bevorderen. De belangenvereniging of stichting die in plaats van een collectieve schadevergoeding een verklaring voor recht vordert, zal wellicht zelfs moeten stellen (en bij betwisting bewijzen) dat bijzondere omstandigheden splitsing van de vorderingen rechtvaardigen.3 In het wetsvoorstel gaat de wetgever op de rol van de verklaring voor recht niet in.