Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.7.3
III.C.7.3 De Nederlandse erfrechtelijke "selbsteintritt'
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404937:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over art 3:68 BW in het algemeen: ASSER-KORTMANN-VAN DER GRINTEN 2-I, De vertegenwoordiging, Deventer: Kluwer 2004, nr. 16: 'Deze regel is bevredigend, indien men hem aldus verstaat, dat de gevolmachtigde op de inhoud van de transactie geen invloed ten eigen bate kan uitoefenen.'A.C.VAN SCHAICK, Volmacht, Deventer: Kluwer 1999, p. 44 concludeert dat het verbod van art. 3: 68 BWook buiten toepassing kan blijven als de belangen van de volmachtgever in de omstandigheden van het geval voldoende zijn veiliggesteld.
Dat neemt niet weg dat men de problematiek serieus moet blijven nemen. Zo besliste Hof Amsterdam, 22 maart 2007, Notafax 2007, 95 met betrekking tot een algemeen geformuleerde volmacht dat nu de volmacht niet bepaalde dat een zoon als wederpartij van vader kon optreden, de notaris zich ervan had moeten overtuigen of de levering overeenkwam met de wil van vader, bij gebreke waarvan hij zijn dienst had behoren te weigeren. Door dit na te laten hadde notaris het vertrouwen dat het publiek in het notariaat moet kunnen hebben in ernstige mate beschaamden kreeg de notaris een berisping. Er is een belangrijk verschil met executele. Daar heeft erflater zijn vertrouwen en daarmee (wellicht) het voordeel van de twijfel gegeven aan de executeur.
VAN MOURIK c.s., model 114: De 'beheersexecuteur'.
Ook voor de zogeheten 'legaten tegen inbreng' zie ik in deze geen problemen. In feite is hier sprake van twee op zich staande verplichtingen uit legaat: een legaat van het goeddrukkend opdeerfgenameneneen sublegaat van een geldbedrag drukkend op de legataris. Er is geen sprake van een verkrijging onder ontbindende voorwaarde zoals bij een last. Blijkens art. 4:125 en art. 6:38 BW hoeft de opeisbaarheid van de legaten ook niet aan elkaar gekoppeld te zijn. Indien er geen inbrengverplichting is, kan de legataris zijn 'goede wil' tonen door in de geest van art. 4:122 BW de 'oplegverklaring' af te leggen.
WPNR (2004) 6585.
STEPHANI ADAMS, Interessenkonflikte des Testamentsvollstreckers (diss. Bochum 1996), Frankfurt am Main: Peter Lang 1997, p. 70.
STEPHANI ADAMS, Interessenkonflikte des Testamentsvollstreckers (diss. Bochum 1996), Frankfurt am Main: Peter Lang 1997, p. 70.
M.IWE. HILLEN-MUNS,Verblijvensbeding en onherroepelijke volmacht,WPNR (2007) 6697, p. 137.
Thans komt aan de orde de vraag in hoeverre het Nederlandse erfrecht mogelijkheden schept voor een 'Vermachtnisvollstrecker' oftewel een 'legaten-executeur'. Een vraag die na raadpleging van de in art. 4:144 BWopgenomen taken van de executeur, eenvoudig beantwoord kan worden.
Een van de taken is de voldoening van de schulden van de nalatenschap. Een van de schulden van de nalatenschap is het uitkeren van de legaten, zo blijkt uit art. 4:7 lid 1 letter h BW. De vreugde rondom deze erfrechtelijke geboorte wordt tegelijk weer getemperd door het feit dat thans, zij het onder de vigeur van Nederlands recht, weer dezelfde vragen opkomen, die hiervoor reeds naar Duits recht beantwoord zijn. Een executeur is immers een vertegenwoordiger en een quasi-lasthebber. Wij betreden dan het speelveld van de Nederlandse1 selbsteintritt, te weten art. 3:68 BWen art. 7:416 BW, waarbij de laatste bepaling enigszins strenger is dan de eerste. Deze bepalingen zijn hiervoor in het algemeen deel reeds besproken, waarnaar ik verwijs. De soep wordt echter niet zo heet gegeten als opgediend, omdat art. 3:68 BW van regelend recht is, bij een legaat de inhoud van de rechtshandeling in beginsel nauwkeurig vaststaat ('Erfullung einer Verbindlichkeit') en op een vereffenaar, anders dan bij een executeur, art. 3:68 BW in art. 4:215 lid 4 wel met zoveel woorden van overeenkomstige toepassing is verklaard.2
In de (concept)modellen nieuw erfrecht3 van de KNB, wordt wat de onderhavige kwestie ook in Nederland betreft het zekere voor het onzekere genomen door bij de executeurbenoeming de navolgende, niets aan duidelijkheid overlatende, bepaling op te nemen:
'De executeur kan ook als wederpartij van zichzelf optreden.'
De 'Vermachtnisvollstrecker' krijgt derhalve ook onder het Nederlandse erfrecht in beginsel vrij baan.4 De KNB werk groep deontologie nieuw erf-recht5 is van mening dat, het feit dat de executeur een vertegenwoordiger is van de erfgenamen, met zich brengt dat voor het passeren een concept van de akte houdende afgifte legaat aan de erfgenamen toegezonden moet worden. Ook artikel 43 Notariswet gaat hiervan uit. Een termijn van twee weken voor het passeren lijkt mij, behoudens bijzondere omstandigheden, redelijk. Deze verplichting voor de executeur zou reeds in de uiterste wil opgenomen kunnen worden.6 Wel wijs ik er uitdrukkelijk op dat het toezenden van een concept ter informatie niet met zich brengt dat de notaris op de 'goedkeuring' van de erfgenamen hoeft te wachten alvorens tot het passeren van de akte over te gaan. Of in de woorden van Adams:7
'[...] Freilich ware ein Vollstrecker an einen etwaigen Widerspruch der Erben nicht gebunden.'
En in de woorden van de werkgroep: 'Vinden deze de rechtshandeling onredelijk, dan hebben zij de mogelijkheid een kort geding aan te spannen.' Men mag aan de andere kant niet uit het oog verliezen dat, gelet op het bepaalde in art. 3:77 BW, de executeur als vertegenwoordiger optreedt namens erflater en dat de wil van erflater haaks kan staan op die van de erfgenamen. Hillen-Muns8 merkt dan ook terecht op, zij het over een vereffenaar:
'Hoewel de benoeming van een vereffenaar niets verandert aan het feit dat de erfgenamen partij zijn bij de akte, moet het ervoor worden gehouden dat indien de notaris jegens de op de voet van art. 4:204 lid 1 sub a BW benoemde vereffenaar voldoet aan zijn uit art. 43 Wna voortvloeiende informatieplicht, hij ook jegens de desbetreffende onvindbare dan wel weigerachtige erfgenamen aan die verplichting heeft voldaan. Een andere opvatting zou de effectiviteit van de benoeming van een vereffenaar zeer verminderen hetgeen strijdt met de bedoeling van de wetgever ten aanzien van de vereffeningsprocedure. Aan de belangen van de erfgenamen wordt voldoende tegemoetgekomen doordat de vereffenaar rekening en verantwoording is verschuldigd aan de erfgenamen.'
Voor de vereffenaar kan mijns inziens gelezen worden: 'de executeur.'