NJB 2023/2827
Prejudiciële procedure. Verzettermijn. Oneerlijk beding. Volgt uit het Unierecht dat de wettelijke verzettermijn buiten toepassing moet blijven als uit een verstekvonnis niet blijkt of de rechter heeft onderzocht of de vordering is gebaseerd op een consumentenovereenkomst met oneerlijke bedingen? Hoge Raad: Ontkennend.
HR 24-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1627
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
23/01007
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1627, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:817, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑09‑2023
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële procedure. Verzettermijn. Oneerlijk beding. Volgt uit het Unierecht dat de wettelijke verzettermijn buiten toepassing moet blijven als uit een verstekvonnis niet blijkt of de rechter heeft onderzocht of de vordering is gebaseerd op een consumentenovereenkomst met oneerlijke bedingen? Hoge Raad: Ontkennend.
Partij(en)
De huurder, niet verschenen, vs. de verhuurder, adv. mr. M.A.J.G. Janssen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft een verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand gevorderd. De vorderingen zijn bij verstek toegewezen.
De huurder heeft verzet ingesteld met overschrijding van de wettelijke verzettermijn. De kantonrechter heeft de prejudiciële vraag gesteld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.