NJB 2024/2681:Cautieplicht voor verhoor van verdachte art. 29 Sv en mededelingsplicht recht op rechtsbijstand voorafgaand aan het eerste verhoor van verdachte art. 27c lid 2 jo 28 lid 1: in casu heeft het hof ten onrechte aangenomen dat geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit (art. 27 lid 1 Sv), aangezien de opsporingsambtenaar al voordat hij de verdachte aansprak, hem had herkend op camerabeelden waarop de dader van de diefstal of verduistering van een crossmotor te zien zou zijn. Bovendien was sprake van een verhoor als bedoeld in artikel 29 lid 2 Sv nu de opsporingsambtenaar vervolgens de verdachte heeft geconfronteerd met die herkenning, hem heeft gezegd dat hij de verdachte had zien rijden op een crossmotor die van diefstal afkomstig was en dat het de opsporingsambtenaar verbaasde dat de verdachte ‘betrokkenheid heeft bij dit soort praktijken’, waarmee de opsporingsambtenaar kennelijk een reactie van de verdachte met betrekking tot zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit – kort gezegd: diefstal of verduistering van die crossmotor – wilde verkrijgen.