Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.5:4.5.5 Actie op grond van artikel 7:682 BW
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.5.5
4.5.5 Actie op grond van artikel 7:682 BW
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS297508:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dichter bij een met het oude kennelijk onredelijke ontslag te vergelijken situatie komt die van het nieuwe artikel 7:682 BW. Dit artikel biedt in zijn algemeenheid namelijk de werknemer de mogelijkheid zich tot de kantonrechter te wenden als opgezegd is met verkregen toestemming van UWV (op de voet van artikel 7:671a BW) en daarbij in strijd met artikel 7:669 lid 1 of lid 3 onder a. (verval arbeidsplaats) is gehandeld. Het is een verkapte vorm van beroep tegen de beslissing van UWV, waar die mogelijkheid vóór de Wwz uit de zgn. kennelijk-onredelijk-ontslagprocedure bij de kantonrechter bestond. Hier dringt zich echter onontkoombaar op dat de wetgever bedoeld heeft zowel artikel 7:669 BW als artikel 7:671a BW niet te laten gelden in geval van een opzegging door de curator, al is dit nergens expliciet genoemd. Ook letterlijke lezing van dit artikel 7:682 BW leidt ertoe dat een succesvol beroep op artikel 7:682 lid 1 BW door de werknemer van de gefailleerde werkgever wel erg veel lenigheid van geest bij de lezer vraagt, nu artikel 7:682 BW, blijkens de aanhef, bedoeld is voor gevallen waarin is opgezegd met toestemming van UWV, en dat zal per definitie niet het geval zijn bij de opzegging door de curator. Daarmee is – zo kan worden geconcludeerd – met invoering van de Wwz de werknemer de mogelijkheid, die hij nog wel had onder het oude recht via de leer van Van Gelder Papier, ontnomen zich in bijzondere gevallen te verzetten tegen een ontslag door de curator, bijvoorbeeld als daarbij door de curator een kennelijk onredelijke maatstaf is aangelegd bij de selectie van voor ontslag in aanmerking komend personeel. Dit is betreurenswaardig, zeker nu geen sprake lijkt van een welbewust besluit van de wetgever. Dat valt te betreuren en vraagt om een reparatie van de regelgeving. Dit zou kunnen door artikel 7:682 uit te breiden met gevallen waarin door een curator wordt opgezegd. Een alternatieve oplossing zou, in ieder geval wat het in het Van Gelder Papier-arrest van de Hoge Raad genoemde voorbeeld betreft, gevonden kunnen worden in een preventief toezicht door de rechter-commissaris op de eventuele selectie van voor ontslag in aanmerking komende personeelsleden.