NJB 2023/478
Indien aan een intrekkingsgrond van de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus is voldaan, bestaat geen ruimte om wegens het evenredigheidsbeginsel toch van die intrekking af te zien. Tegelijkertijd moet bij het verstrekken van onjuiste persoonsgegevens, alvorens tot intrekking wordt overgegaan, wél worden bezien of de staatssecretaris bij bekendheid met de juiste gegevens eveneens tot inwilliging van de oorspronkelijke asielaanvraag zou zijn overgegaan.
ABRvS 25-01-2023, ECLI:NL:RVS:2023:230
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
25 januari 2023
- Magistraten
Mrs. Verburg, de Moor-van Vugt, Baldinger
- Zaaknummer
202106391/1/V1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2023:230, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 25‑01‑2023
- Wetingang
(art. 14 Kwalificatierichtlijn)
Essentie
Indien aan een intrekkingsgrond van de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus is voldaan, bestaat geen ruimte om wegens het evenredigheidsbeginsel toch van die intrekking af te zien. Tegelijkertijd moet bij het verstrekken van onjuiste persoonsgegevens, alvorens tot intrekking wordt overgegaan, wél worden bezien of de staatssecretaris bij bekendheid met de juiste gegevens eveneens tot inwilliging van de oorspronkelijke asielaanvraag zou zijn overgegaan.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 september 2021 in zaak nr. NL20.11696 in het geding tussen: de vreemdeling en de Staatssecretaris ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.