Belastingadvies 2016/21.1
Herwaardering van landbouwgronden ondervindt thans wel ‘waardering’ bij de Hoge Raad
HR 30-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2199
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 2016
- Zaaknummer
15/01003
- JCDI
JCDI:ADS924652:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2199, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2015:2355, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑11‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2015
- Wetingang
Essentie
De landbouwvrijstelling, thans geregeld in artikel 3.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (nader: IB), en voor de vennootschapsbelasting overeenkomstig van toepassing via artikel 8 lid 1 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (nader: Vpb), is een weerbarstige fiscale vrijstelling met vele voetangels en klemmen.
Samenvatting
Algemeen
De, reeds gedurende veel decennia bestaande, landbouwvrijstelling stelt, kortweg, de (positieve, maar ook negatieve!) waardeveranderingen van gronden (waaronder eveneens begrepen de ondergrond van gebouwen) vrij van belastingheffing, voor zover deze zich hebben voorgedaan binnen de bestemming van gronden voor de uitoefening van een landbouwbedrijf (de landbouwbestemming). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.