NJ 2010, 267
Art. 6 en 35 EVRM. Rechtsmacht ratione personae. Nederland niet aansprakelijk voor vermeende schending van art. 6 EVRM in procedure voor het Joegoslavië-tribunaal. Niet-ontvankelijk.
EHRM 09-06-2009, ECLI:NL:XX:2009:BJ7507, m.nt. E.A. Alkema
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
9 juni 2009
- Magistraten
J. Casadevall, E. Fura-Sandström, C. Bîrsan, B. M. Zupančič, A. Gyulumyan, L. López Guerra, A. Power
- Zaaknummer
22617/07
- Noot
E.A. Alkema
- LJN
BJ7507
- JCDI
JCDI:ADS118345:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal strafrecht / Internationale misdrijven
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:2009:BJ7507, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 09‑06‑2009
- Wetingang
Samenvatting
Stanislav Galić is door het Joegoslavië-tribunaal in hoger beroep tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens het plegen van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Voor het EHRM stelt hij dat het Joegoslavië-tribunaal zijn rechten onder art. 6 EVRM heeft geschonden en dat Nederland hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld.
Naar analogie met Behrami en Behrami tegen Frankrijk en Saramati tegen Frankrijk, Duitsland en Noorwegen (2 mei ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.