Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.2.1
6.2.2.1 Vervangende schadevergoeding
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584855:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 528: 'Onder 'andere aan de vordering verbonden nevenrechten' valt evenmin een recht op [ ... ] vervangende schadevergoeding. [ ... ] Een vorderingsrecht tot vervangende schadevergoeding wegens niet-nakoming is evenmin een nevenrecht, aangezien het juist in de plaats treedt van het recht op nakoming.' Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-Il* 2009, nr. 261; Snijders & Rank-Berenschot 2007, nr. 48; Van Achterberg 1999, nr. 12; Wibier 2009a, nr. 20; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 19; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 274; Asser/Mijnssen & De Haan 3-1 2006, nr. 283; Verhagen & Rongen 2000, par. 9.1.
Bij de overgang onder algemene titel en bij de overgang onder bijzondere titel ex art. 6:159 BW en art. 7:420 BW gaan schadevergoedingen op de nieuwe schuldeiser over. Zie voor art. 7:420 BW, M.v.T., Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), p. 355; Asser/Kortmann S-Ill 1994, nr. 159; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 266; S.Y.Th. Meijer 1999, p. 134/135; Wessels 1992, p. 84; en voor art. 6:159 BW, o.a. Losbladige Verbintenissenrecht 2009 (T.J. Mellema-Kranenburg), art. 6:159, aant. 13; Van Rijssen 2008, p. 569; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 310. Bij de overgang ex art. 6:251 BW blijven schadevergoedingsvorderingen bij de oude schuldeiser achter, omdat hij daarbij 'uit de aard der zaak steeds een eigen belang heeft'. Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 933; vgl. Losbladige Verbintenissenrecht 1999 a.c. van der Steur), art. 6:251, aant. 6 met verdere literatuurverwijzingen.
333. De vordering tot vervangende schadevergoeding ontstaat op grond van de wet in het vermogen van de schuldeiser van de hoofdvordering, die als schuldeiser schade lijdt door de tekortkoming van de schuldenaar.
Vóór de (beoogde) overgang van de hoofdvordering ontstaat de vervangende schadevergoedingsvordering in het vermogen van de oude schuldeiser. Na de overgang van de hoofdvordering ontstaat de vervangende schadevergoedingsvordering in het vermogen van de nieuwe schuldeiser. De vervangende schadevergoedingsvordering die in het vermogen van de oude schuldeiser is ontstaan, is geen aan de hoofdvordering verbonden nevenrecht, juist omdat zij in de plaats van de hoofdvordering treedt.1 Na het ontstaan van de vervangende schadevergoedingsvordering kan de hoofdvordering niet meer overgaan, omdat zij door de omzetting teniet is gegaan. De vervangende schadevergoedingsvordering is voor afzonderlijke overdracht vatbaar. Was de overdracht van de hoofdvordering beoogd en vindt de omzetting plaats vóór de levering, dan is het een kwestie van uitleg of partijen in dat geval in plaats van de hoofdvordering de vervangende schadevergoedingsvordering willen overgedragen.2
334. Ook bij de stille cessie ontstaat de vervangende schadevergoedingsvordering in het vermogen van degene die schuldeiser is van de hoofdvordering. Vóór de stille cessie van de hoofdvordering ontstaat de vordering in het vermogen van de stille cedent. Ná de stille cessie ontstaat de vordering in het vermogen van de stille cessionaris. De schuldenaar schiet immers tekort jegens de stille cessionaris als schuldeiser van de hoofdvordering. De tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW staat hieraan niet in de weg. Deze bepaling kan wel invloed hebben op de hoogte van de schadevergoedingsvordering. Op die kwestie wordt in de paragraaf hierna ingegaan.
Ontstaat de vordering in het vermogen van de stille cedent nog voordat de stille cessie heeft kunnen plaatsvinden, dan is het een kwestie van uitleg of de partijen in dit geval beoogd hebben deze vordering in plaats van de hoofdvordering stil te cederen.