De gereedschapskist van het grondbeleid
Einde inhoudsopgave
De gereedschapskist van het grondbeleid (SBR Praktijk) 2024/5.4.9:5.4.9 Gedoogplicht maatregelen toevalsvondst bodemverontreiniging
De gereedschapskist van het grondbeleid (SBR Praktijk) 2024/5.4.9
5.4.9 Gedoogplicht maatregelen toevalsvondst bodemverontreiniging
Documentgegevens:
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans, Prof. mr. J.W.A. Rheinfeld, Mr. R.T. Wiegerink, Mr. D. Krijvenaar, datum 07-05-2024
- Datum
07-05-2024
- Auteur
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans, Prof. mr. J.W.A. Rheinfeld, Mr. R.T. Wiegerink, Mr. D. Krijvenaar
- JCDI
JCDI:ADS977777:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedoogplicht in artikel 10.10a van de Omgevingswet verplicht een rechthebbende te gedogen dat tijdelijke beschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 19.9c van de Omgevingswet worden uitgevoerd, ter voorkoming of beperking van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid als gevolg van een ‘toevalsvondst’ van verontreiniging op of in de bodem. Artikel 19.9c geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid beschermingsmaatregelen te nemen, zoals het plaatsen van een omheining. De gedoogplicht bewerkstelligt dus dat acuut kan worden ingegrepen wanneer een (bij toeval ontdekte) bodemverontreiniging gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Om diezelfde reden – acuut moeten kunnen ingrijpen – is het tweede lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.