RFR 2023/68
Staan art. 7 en 9 Wkkgz aan toewijzing in de weg van een vordering op grond van art. 843a Rv tot inzage van een intern incidentenregister?
HR 10-02-2023, ECLI:NL:HR:2023:202
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 februari 2023
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
21/05254
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS701426:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:202, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑02‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:588, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑06‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑12‑2021
- Wetingang
Samenvatting
Een patiënt is op basis van een rechterlijke machtiging opgenomen in een instelling voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg. Aldaar berooft hij zichzelf van het leven. Na zijn overlijden krijgen zijn ouders desgevraagd inzage in (delen van) zijn medisch dossier en de calamiteitenrapportage. De gevraagde inzage in het PRISMA-onderzoeksrapport wordt door de zorginstelling geweigerd met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Een PRISMA-rapport wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.