Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.2.2
6.2.2 Voorstel voor een zesde richtlijn
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291655:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
E. Bours, Rapport inzake de toepassing van de BTW op transacties in onroerende goederen binnen de Gemeenschap, Europese Commissie: Brussel 1971, p. 98.
Toelichting op art. 5 lid 1 Voorstel voor een zesde richtlijn, V-N 1973/18A, p. 753. In gelijke zin: B.G. van Zadelhoff, Onroerende goederen en belasting over de toegevoegde waarde (diss.), Deventer: FED 1992, p. 255.
In art. 14, B, onderdeel m Voorstel voor een zesde richtlijn heeft de Europese Commissie voorgesteld om de levering van terreinen, andere dan de bouwterreinen bedoeld in art. 4 lid 3, onderdeel c Voorstel voor een zesde richtlijn vrij te stellen van btw-heffing. Hieruit volgt dat de Europese Commissie de levering van de bouwterreinen aan btw-heffing wilde onderwerpen. In art. 4 lid 3, onderdeel c Voorstel voor een zesde richtlijn stelde de Europese Commissie voor om als bouwterreinen aan te merken:
de bouwrijp gemaakte terreinen, of de terreinen met gebouwen in aanbouw of met gebouwen die voor sloop bestemd zijn, alsmede de rechten tot het hoger optrekken van een reeds bestaand gebouw;
de terreinen, andere dan de bovenbedoelde, indien de verkrijger bij het verwerven ervan zich heeft verplicht hierop binnen een termijn van vier jaar een gebouw op te richten.”
In de definitie van het begrip ‘bouwterrein’ zijn de Franse invloeden duidelijk waarneembaar (zie paragraaf 6.2.1). Toch is niet onverkort gekozen voor de Franse definitie van het begrip ‘bouwgrond’. Het afhankelijk stellen van de bebouwing van de grond binnen de termijn van vier jaar – een toekomstige gebeurtenis – heeft de Europese Commissie alleen wenselijk geacht voor maagdelijke grond en niet (ook) voor de levering van grond waarop gebouwen staand die bestemd zijn te worden gesloopt, onvoltooide gebouwen en rechten tot verhoging van bestaande gebouwen. Die keuze van de Europese Commissie hangt vermoedelijk samen met de door Bours geconstateerde rechtsonzekerheid waartoe deze afhankelijkheid van een toekomstige gebeurtenis leidt. Dat bouwrijp gemaakte terreinen op grond van art. 4 lid 3, onderdeel c Voorstel voor een zesde richtlijn steeds als een bouwterrein worden aangemerkt, lijkt te zijn ontleend aan (Bours interpretatie van) de Nederlandse wetgeving.1 Wanneer sprake is van een bouwrijp gemaakt terrein heeft de Europese Commissie niet expliciet aangegeven. Niettemin valt uit de toelichting op art. 5 lid 1 Voorstel voor een zesde richtlijn af te leiden dat terreinen bouwrijp gemaakt worden door infrastructuurwerken, wegenaanleg, egalisatie, aanleg van waterleiding, riolering, elektrische installaties etc.2