Einde inhoudsopgave
Gedreven door een aspiratieve moraal (SteR nr. 61) 2023/7.3.4
7.3.4 Interne moraal tegenover externe moraal
E.W.J. van Dijk, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
E.W.J. van Dijk
- JCDI
JCDI:ADS717795:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil zeggen: ten opzichte van de interne moraal externe algemene ethische opvattingen.
Zie bijvoorbeeld het artikel ‘Advocatenkantoor Houthoff stopt alsnog met bijstaan van Russische staat’ in NRC van 3 maart 2022. Ook Jensma wijst in NRC op deze consequentie. Zie ‘Sancties tegen Rusland treffen hart rechtsstaat’ in NRC van 5 juli 2022.
Zie in dit verband ook Selznick: “An internal morality does not specify or assess particular ends or outcomes. The morality of legislation leaves unrestricted the subject matter of legislation, at least within broad limits. The morality of scholarship, publishing or carpentry does not tell us what should be studied, published, or constructed. It asks fidelity to standards that define and uphold a special competence”. P. Selznick, The moral commonwealth. Social theory and the promise of community, Berkeley, Los Angeles, 1992, p. 324.
De vierde en laatste kenmerkende eigenschap is dat de interne moraal zich onderscheidt van een externe moraal. Fuller noemde zijn interne moraal van de wetgever procedureel. In hoofdstuk 6 betoogde ik dat dit een problematische duiding is. De toevoeging ‘procedureel’ wees er slechts op dat de interne moraal over het ‘proces’ van wetgeving gaat en niet een beperking impliceert van de moraal zelf. Voor de advocatuur is deze duiding eveneens problematisch. De diensten van een advocaat kunnen we niet duiden als een proces of procedure. Alles wat de advocaat doet heeft altijd, net als hetgeen de wetgever doet, ook een inhoudelijke of materiële kant. Is het onderscheid tussen een interne en een externe moraal binnen de advocatuur (net als ten aanzien van wetgeving) desalniettemin een zinvol onderscheid? Ik meen dat dit het geval is.
Analoog aan de externe moraal bij wetgeving, kunnen we ook bij de advocatuur zeggen dat de externe moraal gaat over het onderwerp van de dienstverlening. Dat wil zeggen: het onderwerp dat op het bord van de advocaat ligt. Als een cliënt wordt vervolgd voor een zedendelict, dan is dat zedendelict het onderwerp. Is sprake van een burengeschil, dan is dat geschil het onderwerp. Zo kan op datzelfde bord ook een distributieovereenkomst voor de inkoop van staal, een echtscheidingsconvenant of een milieuvergunning voor een intensieve veehouderij komen te liggen. De essentie van de externe moraal is dat een advocaat zelf bepaalt, op basis van algemene ethische inzichten of gewoon op basis van zijn expertise of belangstelling, met welke zaken hij zijn praktijk inricht. De keuze geen verdachten van zedendelicten bij te staan, is een keuze die gaat over het onderwerp van de dienstverlening van de advocaat. Dat geldt ook voor de advocaat met een arbeidsrechtpraktijk die er voor kiest alleen werknemers bij te staan. Als een cliënt een overeenkomst wil laten opstellen waarbij het gaat om vergunbare maar wel milieubelastende activiteiten, staat het een advocaat vrij een dergelijke opdracht wel of niet aan te nemen. De keuze om een specifieke zaak wel of niet te doen is steeds een keuze die behoort tot de externe moraal. Eenmaal aan de slag, kan een advocaat zich niet meer onttrekken aan de interne moraal. Dan gaat het immers niet meer om de inrichting van zijn praktijk, maar om rolhandelingen in een specifieke zaak en dat is bij uitstek het domein van de interne moraal. Met andere woorden: zolang het gaat om de keuzes die een advocaat maakt over zijn praktijkvoering (welke zaken doe ik wel en welke niet) die zo nodig geevalueerd kunnen worden op basis van algemene ethische opvattingen1 zal een advocaat zich extern moreel kunnen verantwoorden. Binnen een advocatenpraktijk zijn dergelijke keuzes zowel gebruikelijk als noodzakelijk. Er ontstaat een probleem als een advocaat die keuzes niet in vrijheid kan maken, bijvoorbeeld doordat ze van buitenaf wordt opgedrongen. Het is onder meer deze dreiging die het onderscheid tussen de interne en de externe moraal relevant maakt.
Een illustratief voorbeeld is de maatschappelijke druk die werd uitgeoefend op advocatenkantoren naar aanleiding van de Oekraïne-crisis. Advocatenkantoren besloten begin maart 2022 als gevolg van deze ‘externe’ druk geen zaken meer te doen met de Russische overheid dan wel met Russische bedrijven.2 Met een Kantiaanse bril op zouden we de vraag kunnen stellen of Nederlandse advocatenkantoren hun banden verbraken met Russische opdrachtgevers omwille van maatschappelijke druk, of omdat zij vonden dat dit het enige goede was om te doen, dus op basis van autonomie. In het laatste geval zal deze keuze binnen de externe moraal niet problematisch zijn. In het eerste geval echter raakt het de onafhankelijkheid van de advocaat en daarmee ook de interne moraal.
De interne moraal staat in beginsel neutraal tegenover de keuzes die binnen de externe moraal worden gemaakt.3 Een strafpleiter die besluit geen zedenzaken meer te doen is nog steeds advocaat. Anders dan de externe moraal gaat de interne moraal altijd over de rolhandeling van de advocaat. Laat hij zich ten onrechte onder druk zetten door wat op zich tot de externe moraal behoort en raakt dat zijn onafhankelijkheid dan verplaatst de discussie zich naar de interne moraal. Leidt die druk ertoe dat een advocaat handelt tegengesteld aan de minimumeisen van de interne moraal, dan kan hij binnen het concept van de interne moraal alsnog geen advocaat zijn. Dat geldt ook voor de advocaat die zich in diverse rechtsgebieden heeft bekwaamd. Die keuze behoort tot de externe moraal. Ze wordt relevant voor de interne moraal als blijkt dat de advocaat te veel hooi op zijn vork heeft genomen en hij de kernwaarde deskundigheid niet meer kan waarmaken.
Hiervoor besprak ik de vier kenmerkende eigenschappen die de interne moraal van de advocaat bepalen. Een element ontbreekt nog. In hoofdstuk 6 hebben we gezien dat binnen de interne moraal van de wetgever menselijke waardigheid als een impliciete centrale waarde geldt. Kunnen we ook in de interne moraal van de advocatuur zo’n centrale waarde aanwijzen?