De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/1.1.5
1.1.5 Erfpacht op grond met bestemming wonen
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS383596:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Companen 2013 beschrijft deze zogenoemde conversie van erfpacht naar eigendom voor grond met de bestemming wonen, een onderzoek uitgevoerd op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zie Bijlage bij Kamerstukken II 2012/13, 27924, 57. Het onderzoek sloot aan bij de selectie van gemeenten van Nelisse 2008 en vormde er qua gegevens een actualisatie van. De conclusie luidt dat lokale omstandigheden bepalend zijn voor de vraag of erfpacht een waardevol instrument is.
De gemeente Utrecht achtte in 2015 erfpacht niet langer nodig en besloot bij raadsbesluit van 29 januari 2015 nieuwe percelen alleen nog in eigendom uit te geven en bij raadsbesluit van 26 november 2015 houders van bestaande erfpachtrechten de mogelijkheid te bieden de bloot eigendom te kopen, met als voornaamste argument: “Voor woongebieden biedt erfpacht niet of nauwelijks meer gemeentelijke sturingsmogelijkheden op het gebruik van de grond, met uitzondering van het gebruik ten behoeve van sociale woningbouw.”
Companen 2013, p. 4. Overigens noemde de minister in antwoord op Kamervragen een totaal aantal van 358.808 erfpachtcontracten (bedoeld zullen zijn erfpachtrechten), waarvan 242.463 erfpachtcontracten uitgegeven door gemeenten, zie het antwoord op vraag 3 Aanhangsel Handelingen II 2011/12, 3050. Beide bronnen baseren zich op gegevens van het Kadaster per 1 november 2011.
Jesterhoudt 2012, p. 7-8. Het aantal van 200.000 erfpachters betreft niet uitsluitend woningbezitters.
Algemene voorwaarden voor de uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989), Utrecht: Gemeente Utrecht 1989. Alleen bij wijziging van het gebruik of de bestemming moet de erfpachter de meerwaarde die ontstaat door waardestijging van de grond aan de gemeente afdragen.
Omzetting van erfpachtrechten naar vol eigendom (raadsbesluit 26 november 2015), Utrecht: Gemeente Utrecht 2015.
Nieuw Haags gronduitgiftesysteem (voorstel van het college van 6 februari 2008, RIS 146023), Den Haag: Gemeente Den Haag 2008.
De Jong 1984a, p. 157, 164, 166 en 169.
Nota Grondbeleid. Een nieuwe koers, op een andere manier (raadsbesluit 1 oktober 2013), Deurne: Gemeente Deurne 2013. De gemeente Deurne had veel grond in eigendom en liep daarmee omvangrijke risico’s.
Nota Grond- en Vastgoedexploitaties 2016-2025, Deurne: Gemeente Deurne 2016, p. 33: “De gemeente biedt omwille van de financierbaarheid van woningen en bedrijfshuisvesting erfpacht aan voor bedrijfskavels en woningbouwkavels met een beleidsmatige prioriteit (goedkope koopwoningen). Omdat grond niet wordt mee verkocht, betekent dit dat woningen beschikbaar komen voor een grotere doelgroep. Eenvoud en zekerheid zijn belangrijke voorwaarden waar een erfpachtovereenkomst aan moet voldoen. Behalve voor de consument zijn er ook voordelen voor de ontwikkelaar. De ontwikkelaar hoeft de grondwaarde namelijk niet voor te financieren.”
Deloitte berekende dat tussen 2013 en 2016 vijf procent meer percelen met een woonfunctie in erfpacht waren uitgegeven dan daarvoor, zie Ten Have, Celik & Vroom 2016, p. 2-3: “Dit houdt in dat van 2013 tot 2016 bijna 28.000 woningen zijn uitgegeven in erfpacht, dit is ca. 10% van het totaal aantal nieuwbouwwoningen in die periode. (…) In totaal zijn per 2016 bijna 200.000 percelen in erfpacht uitgegeven. Dit komt neer op iets meer dan 650.000 woningen op erfpachtgrond.”
Ten Have, Celik & Vroom 2016, p. 5.
Nota Grondbeleid 2009-2013, Westvoorne: Gemeente Westvoorne 2009, p. 18. Dit beleid geldt nog steeds, zo blijkt uit de Begroting 2017, p. 78 en Begroting 2018, p. 74. Voorbeelden van de uitzonderingen waarvoor wel erfpacht wordt toegepast zijn de uitgifte van grond voor sportaccommodaties of voor starterswoningen met behulp van de Koopgarant-regeling. Gemeentegrond met een woonfunctie in duingebieden wordt om strategische redenen in erfpacht en niet in eigendom uitgegeven.
Nota Grondbeleid 2013, Lingewaarde: Gemeente Lingewaard 2013 p. 43: “Uitgangspunt is uitgifte van de grond in eigendom, maar indien uitgifte van de grond in erfpacht ertoe kan bijdragen dat terreinen niet braak blijven liggen, bedrijven zich toch vestigen en de gemeente er bovendien financieel niet op achteruit gaat is ook uitgifte in erfpacht een mogelijkheid.” Uit de begroting 2018 blijkt dat de gemeente Lingewaard erfpacht vooral inzet als instrument voor de uitbreiding en verbetering van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, Begroting 2018, par. 7 Grondbeleid, programma 3 bedrijvigheid.
Grondprijsbeleid 2013 (Raadsvoorstel), Enschede: Gemeente Enschede 2013, p. 2: “Afgezien van een stimulans in de uitgifte, vraagt ook de markt om meer maatwerk. De afnemer is kritischer en veelal minder kredietwaardig. Om de investeringen en werkgelegenheid te blijven stimuleren zal meer openheid en meer maatwerk een bijdrage kunnen leveren. In bepaalde situaties zoals onderscheidende duurzaamheidsmaatregelen, social return on investment, verkoop van reststroken of minder courante kavels kan de afnemer tegemoet gekomen worden. Daarbij kan gedacht worden aan een tegemoetkoming in de grondprijs, inzet van erfpacht, reserveringstermijnen, moment van afname e.d. We hebben de afgelopen jaren al een aantal praktijkervaringen opgedaan.”
Programmabegroting 2018, Goes: Gemeente Goes 2018, p. 68 (hoofdstuk grondbeleid). De erfpachtvoorwaarden van de eeuwigdurende rechten omvatten een grondprijs die gedurende de uitgifte gelijk blijft, een jaarlijks geïndexeerde canon en een koopoptie op het bloot eigendom tegen de oorspronkelijke grondwaarde, bron: <www.goes.nl/in-de-gemeente/bouwkavels_44196/>, geraadpleegd 25 november 2017. Vgl. ook NRC Handelsblad 26 april 2017, ‘Goes is wel blij met erfpacht’.
Respectievelijk art. 19 Woningwet en art. 47 lid 1 sub a Woningwet.
Nelisse 2008, p. 70 en 76: de gemeente Rotterdam voerde in 1916 een erfpachtstelsel in voor uitgifte van grond aan woningbouwverenigingen, Leiden deed hetzelfde in 1933 en Den Bosch in 1959. Zie ook Vonck 2013, p. 16. De gemeente Amsterdam stelde voor de uitgifte aan woningcorporaties afzonderlijke algemene erfpachtvoorwaarden op.
Vonck 2013, p. 24-39 behandelt twee varianten van deze constructies met de corporatie als erfverpachter. Zie over MGE uitvoerig Venema 1984a, Venema 1984b en De Vries-Kalff 1986.
Art. 27 lid 1 sub a Woningwet 2015 jo. art. 22-26a Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Art. 23 van het Besluit bepaalt dat een corporatie een woongelegenheid mag verkopen aan de zittende huurder voor eigen gebruik ‘tegen een prijs van minder dan 90% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde’ (lid 1) of ‘tegen een prijs van ten minste 75% van de getaxeerde marktwaarde vrij van huur en gebruik of de WOZ-waarde’ mits de huurder een bepaald maximum inkomen heeft (lid 2). Een van de aanvullende regels luidt dat de huurder de woning niet binnen tien jaar mag doorverkopen.
Companen 2012, bijlage bij Kamerstukken II 2012/13, 31757, 47 (Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 oktober 2012).
Art. 1 lid 1 Waterschapswet.
Ketelaar 1978, p. 14 en p. 136-144 en De Blécourt & Fischer 1969, p. 94-96 en 175-179. Dijken werden beschouwd als zaken die niet in de handel waren in de zin van art. 593 OBW en aan de Staat behoorden, of aan publieke lichamen die de zaak namens de Staat beheerden, zoals dijkscollegiën en dergelijke, Voorduin 1837, deel III, p. 354.
Asser/Beekhuis 1977, p. 205, De Jong & Ploeger 2008, p. 4, Van Velten 2009, p. 468-469.
Bijvoorbeeld HR 5 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK0870, TBR 2010/93, m.nt. F.J. Vonck (Willems/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) en HR 5 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK0871 (Kater/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier). Zie ook Rb. Amsterdam 5 januari 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BO9943 (Stichting erfpachters en opstalhouders Hollands Noorderkwartier/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) en Hof Amsterdam 21 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1789 (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/Stichting erfpachters en opstalhouders Hollands Noorderkwartier c.s.). En daarnaast Rb. Den Haag 18 augustus 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5001 (Stichting Belangenbehartiging Opstalhouders Haarlemmermeer c.s./Hoogheemraadschap van Rijnland), Hof Den Haag 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0519 (Stichting Belangenbehartiging Opstalhouders Haarlemmermeer c.s./Hoogheemraadschap van Rijnland) en HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3071,NJ 2015/13, m.nt. P.C.E. van Wijmen (Stichting Belangenbehartiging Opstalhouders Haarlemmermeer c.s./Hoogheemraadschap van Rijnland).
Erfpacht is het meest bekend van de toepassing wonen. Uitgifte in erfpacht van grond met een woonbestemming komt relatief veel voor en allerlei soorten grondeigenaren maken er gebruik van. Naast gemeenten zijn dit andere overheidsorganisaties zoals waterschappen en natuurbeheerders die incidenteel woningen in natuurgebieden in erfpacht uitgeven, maar ook particulieren en rechtspersonen. Woningcorporaties nemen een bijzondere positie in en kunnen zowel erfverpachter als erfpachter zijn. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen grondeigenaren die veel en stelselmatig grond voor woningbouw in erfpacht uitgeven en grondeigenaren die incidenteel grond met woonbestemming in erfpacht uitgeven. Dit laatste wordt regel, de stelselmatige uitgifte neemt af. Tegenwoordig zijn nieuwe uitgiftes voornamelijk incidenteel en/of dienen zij als financieringsinstrument.
Een aantal grote gemeenten heeft in de twintigste eeuw voor een kortere of langere periode alle gemeentegrond die bestemd was voor woningbouw stelselmatig in erfpacht uitgegeven op grond van door de raad vastgesteld beleid. Tegenwoordig hanteert alleen de gemeente Amsterdam nog een erfpachtstelsel voor alle gemeentegrond terwijl in andere gemeenten geen erfpacht wordt toegepast of een gedifferentieerd beleid wordt gehanteerd waarbij stelselmatige erfpacht is beperkt tot stadsvernieuwingsgebieden en/of bepaalde bestemmingen en bestaat keuzevrijheid bij nieuwe gronduitgiftes. Bestaande stelsels worden geleidelijk opgeheven door de bloot eigendom van de grond aan de zittende erfpachters te koop aan te bieden.1 De betekenis van canoninkomsten neemt af, erfpacht is tegenwoordig vooral een sturingsinstrument, een vorm van maatwerk waarmee het grondgebruik meer in detail geregeld kan worden dan met behulp van publiekrechtelijke regelingen mogelijk is, bijvoorbeeld ten behoeve van herstructurering.2 Erfpacht wordt voor woonbestemmingen ook gebruikt als instrument voor de financiering van de grond en/of de woning, met als doel het stimuleren van de lokale woningmarkt en eigenwoningbezit voor starters. Per november 2012 stonden in de kadastrale registratie 145.000 erfpachtcontracten bij gemeenten geregistreerd, waarvan 93.000 van particuliere woningeigenaren, 40.500 van woningcorporaties en 11.500 van andere partijen.3 Erfpachters zijn voor het grootste deel particuliere woningbezitters die de woning zelf bewonen en voor een klein deel woningcorporaties die woningen verhuren of in ondererfpacht uitgeven.
Bij stelselmatige uitgifte stellen gemeenten algemene erfpachtvoorwaarden op die op alle individuele uitgiftes van toepassing worden verklaard. Kenmerkende erfpachtvoorwaarden bij woonbestemmingen zijn de onbepaalde duur van het recht, de mogelijkheid om de canon in één keer te voldoen voor de gehele duur van het recht of voor de duur van een tijdvak, de verplichting op de grond een woning te bouwen, de wettelijk verplichte opstalvergoeding bij beëindiging van het recht en de opzegging in het algemeen belang. Bij erfpacht als financieringsinstrument zijn daarentegen kenmerkend de bepaalde duur van het recht en de koopoptie voor de erfpachter en/of de terugkoopverplichting van de erfverpachter. Stedelijke erfpacht met een woonbestemming stuitte al vanaf de aanvang op verzet, met name bij stelselmatige uitgifte, en de laatste jaren hebben zich ook problemen voorgedaan met de financiering van particuliere erfpacht. Kritiekpunten vormen met name de onvoorzienbare lastenverzwaring als gevolg van herziening van de canon, tussentijds of bij verlenging of heruitgifte na het einde van een tijdelijk recht.
Enige voorbeelden van erfpachtgemeenten. De gemeente Amsterdam (ruim 811.000 inwoners) kent sinds 1896 een erfpachtstelsel gericht op controle over stadsuitbreiding en inkomsten voor de stad, maar heeft het beleid in 2016 gewijzigd waarbij de inkomstendoelstelling is vervallen. Bij aanvang van een nieuw recht wordt de keuze geboden tussen eenmalige afkoop van de canon of een jaarlijkse canonbetaling, die nog wel wordt geïndexeerd maar niet meer periodiek herzien. Canonherziening vindt alleen nog plaats bij bestemmingswijziging. Voor bestaande erfpachtrechten is in 2017 een overgangsregeling vastgesteld. De gemeente Amsterdam is monopolist op de lokale grondmarkt omdat zij gemeentegrond uitsluitend in erfpacht geeft en waar mogelijk grond bijkoopt, vooral in het kader van stadsvernieuwing. In 2012 was circa zeventig procent van het grondgebied van Amsterdam eigendom van de gemeente, waarvan ongeveer 3.500 ha in erfpacht was uitgegeven aan ongeveer 200.000 erfpachters. De grond in de stad die voor 1900 al bebouwd was is veelal particulier eigendom.4 Er gelden verschillende algemene erfpachtvoorwaarden, afhankelijk van wanneer een recht gevestigd werd. De gemeente Utrecht (ruim 311.000 inwoners) heeft in 2015 het erfpachtstelsel afgeschaft en biedt de gemeentegrond sindsdien in eigendom aan. Zittende erfpachters kunnen de canon eeuwigdurend afkopen5 en daarna eventueel de bloot eigendom van de grond kopen.6 De gemeente Den Haag (ca. 500.000 inwoners) hanteert geen stelselmatige erfpachtuitgifte meer en biedt de vele zittende erfpachters de bloot eigendom van de grond te koop aan. Omdat eerder de canon eeuwigdurend kon worden afgekocht is het animo voor grondaankoop gering. Veel erfpachters zien geen verschil tussen een eeuwigdurend gebruiksrecht zonder vergoeding en eigendom.7 De gemeente Deurne (ruim 31.000 inwoners) kwam uit het onderzoek van De Jong naar voren als een gemeente die landbouwgrond in erfpacht uitgaf om greep te houden op de ontwikkeling van de intensieve veehouderij.8 Ruim dertig jaar later koos deze gemeente opnieuw voor erfpacht, maar nu werd de voorheen actieve rol van de gemeente op de grondmarkt als een voor eigen risico ontwikkelende partij vervangen door een faciliterend grondbeleid waarbij de gemeente met behulp van de sturingsmogelijkheden uit de Wro gewenste ontwikkelingen in particuliere exploitaties ondersteunde.9 Ten aanzien van mensen met een zwakke positie op de woningmarkt behoudt de gemeente een actieve rol, net als voor herontwikkeling van binnenstedelijke gebieden en bedrijventerreinen. Per gebied of project wordt de inbreng van de gemeente afgewogen, met sturing aan de hand van een gedifferentieerd grondprijsbeleid. De herziening van het grondbeleid in 2016 bevestigde de toepassing van erfpacht als instrument om de beleidsdoelen woningen voor starters en maatwerk op het gebied van bedrijfshuisvesting te realiseren.10
Voor gemeenten is erfpacht een sturingsinstrument dat met name gewicht krijgt in tijden van economische crisis om tegen lagere kosten dan bij verkoop nieuwe woningen of bedrijventerreinen te realiseren. Zodra de economie zich herstelt wordt de voorkeur gegeven aan verkoop van grond en blijft erfpacht beperkt tot financieringsinstrument op maat voor zwakke groepen zoals starters op de woningmarkt, bedrijfsruimte voor zzp’ers en om bouwprojecten op gewenste (herontwikkel)locaties te sturen.11 Steeds meer gemeenten maken gebruik van erfpacht voor percelen met een woonfunctie, 62% in 2013 en 69% in 2016, maar het leeuwendeel van de uitgiftes vindt nog steeds plaats in de vier grote steden: 84% van de erfpachtuitgiften met een woonfunctie zijn te vinden in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Voorbeelden van kleinere en middelgrote gemeenten met een sterke groei in woonpercelen uitgegeven in erfpacht zijn de gemeenten Westvoorne, Lingewaard, Enschede en Goes.12 De markt voor gebiedsontwikkeling trok weliswaar aan, maar de aangescherpte regels voor de verstrekking van hypotheken veroorzaakten eveneens een toename van erfpacht. Een korte blik op de ontwikkelingen in de genoemde gemeenten toont de diversiteit van de toepassingen. De gemeente Westvoorne voert een actief grondbeleid en geeft grond in beginsel uit in eigendom, tenzij om strategische en/of maatschappelijke redenen voor uitgifte in erfpacht wordt gekozen.13 Ook de gemeente Lingewaard hanteert geen erfpachtstelsel en geeft grond in beginsel in eigendom uit.14 Voor de gemeente Enschede vormen eigendom en beheer van vastgoed geen kerntaak, maar wordt erfpacht toegepast als een van de instrumenten om bedrijven die zich in de stad willen vestigen bij veranderende marktomstandigheden tegemoet te komen.15 De gemeente Goes ten slotte voert een actief strategisch grondbeleid en heeft een erfpachtregeling opgesteld voor nieuwbouwprojecten voor woningen en bedrijven, als tijdelijk middel om de woningmarkt vlot te trekken.16 De ontwikkeling van erfpacht bij gemeenten gaat in de richting van minder stelselmatige toepassing en meer maatwerk ten behoeve van concrete beleidsdoelen.
Woningcorporaties zijn verenigingen en stichtingen die uitsluitend werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting, met als taak het ‘huisvesten of doen huisvesten van personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting.’17 Bij het bouwen, verhuren en verkopen van woningen kunnen corporaties op verschillende manieren met erfpacht te maken krijgen. In het verleden kozen gemeenten soms expliciet voor een erfpachtstelsel om de bouw van woningen voor mensen met lage inkomens te bevorderen door de gemeentegrond uit te geven aan een woningcorporatie die daarop woningen bouwde en deze ging verhuren.18 In andere gemeenten waren de corporaties zelf grondeigenaar. Vanaf het midden van de jaren zeventig experimenteerden corporaties met overdracht van woningen aan huurders voor een gunstige prijs en onder stringente voorwaarden, met als doel de bevordering van het eigen woningbezit en ontstond in Rotterdam de vorm die maatschappelijk gebonden eigendom (MGE) werd genoemd. Hierbij werd de woning door de corporatie verkocht aan de huurder en werd voor het gebruik van de grond een erfpachtrecht gevestigd zodat de voormalige huurder erfpachter van de grond werd waardoor voor de aankoop minder financiering nodig was dan voor een woning op eigen grond. Sindsdien zijn ook andere vormen van koopstimulering ontwikkeld en veelal spelen erfpachtrechten daarin een rol.19 De wetgever heeft deze verkoop onder voorwaarden willen ondersteunen.20 Corporaties kunnen zelf de koopvorm en de bijbehorende voorwaarden kiezen en er zijn in de loop der tijd verschillende tussenvormen tussen huur en koop ontstaan. Uit onderzoek naar koopstarters op de woningmarkt blijkt dat de instrumenten Koopgarant en Starterslening het meest effectief zijn.21 Koopgarant is een koopstimuleringsinstrument dat in licentie wordt uitgegeven aan woningcorporaties en ontwikkelaars, die het vervolgens aanbieden aan kopers van woningen. De koper koopt alleen de woning, voor het gebruik van de grond wordt een erfpachtrecht gevestigd. De corporatie verplicht zich de woning en het erfpachtrecht weer terug te kopen wanneer de koper wil verhuizen onder afrekening van de waardeontwikkeling van de woning volgens een vooraf bepaalde methode. Het erfpachtrecht wordt voor onbepaalde duur gevestigd, de canon wordt in één keer afgekocht (en maakt deel uit van de koopprijs) en bij terugkoop gaat het recht teniet door vermenging.
Waterschappen zijn openbare lichamen op grond van art. 133 Gw die tot doel hebben de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied.22 Waterschappen zijn van oudsher grondbezitters, onder meer van de dijken die zij aanlegden rond de drooggelegde polders. Dijkgronden hadden een strategische betekenis voor het waterbeheer waardoor zij niet verkocht konden worden, wel konden percelen dijkgrond worden uitgegeven aan dijkbewoners in ‘gebruikseigendom tot wederopzegging’, een bekende vorm van grondgebruik onder het oudvaderlands recht.23 Na de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 (OBW) werden dijkgronden in erfpacht of in opstal uitgegeven.24 Deze rechten hebben de afgelopen jaren aanleiding gegeven tot rechtszaken over onder meer de bevoegdheden van de waterschappen als grondeigenaar.25 In deze zaken is ook gediscussieerd over de vraag of waterschapserfpacht een eigen karakter heeft.