NJ 2017/95
Aansprakelijkheidsrecht. Effectenbemiddeling; verjaring; zorgplicht; opzegging. Vorderingen gebaseerd op schending zorgplicht zijn verjaard en overigens ook geen aansprakelijkheid bank wegens dergelijke schending. Opzegging bancaire relatie niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Hof Den Haag 03-03-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:332
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
3 maart 2015
- Magistraten
Mrs. C.A. Joustra, J.M. van der Klooster, P.M. van der Zanden
- Zaaknummer
200.137.406/01
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS154199:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2015:332, Uitspraak, Hof Den Haag, 03‑03‑2015
- Wetingang
Art. 3:310, 6:248 BW; art. 30 Algemene Bankvoorwaarden 1995
Essentie
Aansprakelijkheidsrecht. Effectenbemiddeling; verjaring; zorgplicht; opzegging.
Vorderingen gebaseerd op schending zorgplicht zijn verjaard en overigens ook geen aansprakelijkheid bank wegens dergelijke schending. Opzegging bancaire relatie niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Samenvatting
In 2002 is de besloten vennootschap 23 April opgericht, waarvan alle aandelen indirect worden gehouden door een der betrokkenen. Bedoeling was dat deze zijn belang in vastgoedfonds VHS zou verdubbelen en later weer verkopen tegen hogere prijs. 23 April heeft met Staalbankiers een overeenkomst van effectenbemiddeling en een kredietovereenkomst gesloten. In 2003 heeft Staalbankiers bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) melding gemaakt van met de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.