V-N 2017/21.7
Stichting verliest volgens A-G haar ANBI-status door gebrekkige administratie
HR (A-G) 20-03-2017, ECLI:NL:PHR:2017:219, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
20 maart 2017
- Zaaknummer
16/04238
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926219:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:1237, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑07‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:219, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑03‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑03‑2017
- Wetingang
art. 5a en 52 AWR; art. 6.33 Wet IB 2001; art. 41a lid 1 Uitv.reg. IB 2001
Essentie
A-G IJzerman is van mening dat geconstateerde gebreken in de administratie niet (achteraf) kunnen worden geheeld met getuigenbewijs. De administratieplicht is namelijk een zelfstandige plicht. Aan deze plicht kan volgens de A-G alleen worden voldaan indien de administratie zelf adequaat is.
Samenvatting
De heer A overlijdt in 1992. A bezat bedrijven in Brazilië en Paraguay. Belanghebbende, stichting X, is in 1996 opgericht door de broers van A, B en C om een deel van de nalatenschap ten goede te laten komen aan (de gezinnen van) werknemers van deze bedrijven. In geschil is of haar status van algemeen nut ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.