Belastingadvies 2020/21.5
Rekenrente van 4% verplicht bij waardering stamrechtverplichting
Hof Arnhem-Leeuwarden 30-06-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5098
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
30 juni 2020
- Zaaknummer
19/00905
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS234992:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2020:5098, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 30‑06‑2020
- Wetingang
Art. 3.29 Wet IB 2001
Essentie
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever heeft voorzien en aanvaard dat toepassing van het waarderingsvoorschrift voor stamrechtverplichtingen kan leiden tot een (belaste) vrijval. Dat oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden.
Samenvatting
Y brengt zijn ontslagvergoeding van € 268.000 onder in X bv, een stamrecht-bv. X bv waardeert de stamrechtverplichting in 2010 op € 272.000. Bij de waardering van die verplichting hanteert de bv 3% rekenrente. De inspecteur corrigeert de aangifte. Volgens de inspecteur moet X bv een rekenrente van 4% hanteren. Dit vloeit voort uit art. 3.29 Wet IB 2001. X bv is daarentegen van mening dat art. 3.29 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.