Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/299
299 Regeling
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS457051:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
De misbruikleer werd vóór de codificatie in art. 3:13 BW in 1992 al toegepast. Rodenburg 1985, p. 3-4. In 1927 oordeelde de Hoge Raad dat van elk recht een onnodig en onredelijk gebruik kan worden gemaakt (HR 17 februari 1927, NJ 1927, p. 391, m.nt. P. Scholten (Carel de Wild/Utrechtsche Hypotheekbank). Het misbruikartikel is geplaatst in boek 3 BW, dat het vermogensrecht behandelt. Toepassing van art. 3:13 BW in het burgerlijk procesrecht wordt mogelijk gemaakt door art. 3:15 BW, inhoudende dat art. 3:13 BW buiten het vermogensrecht van toepassing is, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. Rodenburg 1985, p. 68-69. Het voorlopig getuigenverhoor is een bevoegdheid waarvan misbruik kan worden gemaakt. Zie voor een toepassing op het voorlopig getuigenverhoor de beschikking Enka/Dupont (HR 29 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG4989, NJ 1986, 242, m.nt. L. Wichers Hoeth en W.H. Heemskerk).
Schrage 2012, p. 87-88. Zie ook Rodenburg 1985, p. 6, 91-102.
Misbruik van bevoegdheid is geregeld in art. 3:13 BW.1 Een bevoegdheid kan “onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen” (art. 3:13 lid 2 BW).
Het leerstuk van misbruik, en dan met name misbruik op grond van de eerste twee criteria van lid 2, kent een lange en uitgebreide historie. De Romeinen kenden al teksten waaruit kan worden opgemaakt dat een bevoegdheid niet mocht worden gebruikt met als enige doel een ander te schaden. Ook onderkennen rechtssystemen die niet expliciet een misbruikbepaling kennen, wel de idee van misbruik van bevoegdheid, dat dan echter enkel vorm krijgt in concrete regelingen.2