Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.4.1:5.4.1 Inleiding
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.4.1
5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS301781:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II (2017), paragraaf 50, Spier/Hartlief (2015), p. 270 en Dijkshoorn (2011), p. 257 e.v.
HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1799, r.o. 3.10, NJ 2011/251 (Fortis/De Bourgonje) en HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, r.o. 5.5.1, NJ 2012/182 (De Treek/Dexia).
Hijma & Olthof (2014), 26.396.
Akkermans (2002), p. 30 en Pijls (2009b), p. 185.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vierde deelvraag betreft de vraag of er een causaal verband bestaat tussen de beroepsfout en de schade? In het Nederlandse privaatrecht wordt het causaal verband in twee stappen vastgesteld.1 De eerste stap betreft het conditio sine qua non-verband (‘csqn-verband’) (artikelen 6:74 BW en 6:162 BW). Het csqn- verband is een ondergrens. Zonder het csqn-verband zou het gevolg niet zijn ingetreden. De rechter komt pas toe aan de tweede stap, indien het csqn-verband vaststaat.2 De tweede stap betreft de leer van de redelijke toerekening. Hier-bij dient de vraag beantwoord te worden of het ook redelijk is om de schade aan de aangesproken accountant toe te rekenen (artikel 6:98 BW). Het kan ook als volgt worden uitgedrukt: voor de ‘vestiging van aansprakelijkheid’ is niet meer dan een csqn-verband vereist. De ‘omvang van de schadevergoedingsverbintenis’ is vervolgens afhankelijk van de leer van de redelijke toerekening.3 Beide stappen moeten per schadepost worden doorlopen.4 Zodoende moet voor iedere schadepost afzonderlijk worden getoetst of is voldaan aan beide stappen.