RFR 2018/72
Omgang. Heeft de GI in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling onrechtmatig gehandeld jegens vader?
Hof Arnhem-Leeuwarden 23-01-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1248
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
23 januari 2018
- Magistraten
Mrs. B.J.H. Hofstee, J.D.S.L. Bosch, J. Smit
- Zaaknummer
200.163.279/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928768:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2018:1248, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 23‑01‑2018
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 8 EVRM; art. 150 Rv
Essentie
Ondertoezichtstelling. Naleven omgangsregeling. Omgang.
Kan het handelen van de GI in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling gekwalificeerd worden als onrechtmatig jegens vader? Is er sprake van een ongeoorloofde inbreuk op het in art. 8 EVRM gewaarborgde recht op family life?
Samenvatting
Na de scheiding van ouders in 2000 hebben talloze procedures plaatsgevonden over het hoofdverblijf van de drie kinderen en over de vaststelling, wijziging en nakoming van de omgangsregeling. In verband met de niet aflatende hevige scheidingsstrijd en de daardoor ontstane ontwikkelingsbedreiging van de kinderen, zijn zij in 2007 onder toezicht gesteld van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.