Procestaal: Duits.
HvJ EU, 09-11-2023, nr. C-319/22
ECLI:EU:C:2023:837
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
09-11-2023
- Magistraten
K. Jürimäe, N. Piçarra, M. Safjan, N. Jääskinen, M. Gavalec
- Zaaknummer
C-319/22
- Conclusie
M. Campos sánchez-bordona
- Roepnaam
Onderlinge aanpassing van de wetgevingen
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:EU:C:2023:837, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 09‑11‑2023
ECLI:EU:C:2023:385, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑05‑2023
Uitspraak 09‑11‑2023
Inhoudsindicatie
Prejudiciële verwijzing — Markt voor diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van motorvoertuigen — Verordening (EU) 2018/858 — Goedkeuring van en markttoezicht op diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd — Artikel 61, leden 1 en 2 — Bijlage X, punt 6.1 — Onafhankelijke marktdeelnemers — Informatie die ‘op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden’ moet worden gepresenteerd — Verordening (EU) 2016/679 — Artikel 6, lid 1, onder c) — Verwerking van persoonsgegevens — Wettelijke verplichting voor autofabrikanten om voertuigidentificatienummers (VIN's) ter beschikking te stellen van onafhankelijke marktdeelnemers
K. Jürimäe, N. Piçarra, M. Safjan, N. Jääskinen, M. Gavalec
Partij(en)
In zaak C-319/22,*
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landgericht Köln (rechter in eerste aanleg Keulen, Duitsland) bij beslissing van 4 mei 2022, ingekomen bij het Hof op 11 mei 2022, in de procedure
Gesamtverband Autoteile-Handel eV
tegen
Scania CV AB,
wijst
HET HOF (Derde kamer),
samengesteld als volgt: K. Jürimäe, kamerpresident, N. Piçarra (rapporteur), M. Safjan, N. Jääskinen en M. Gavalec, rechters,
advocaat-generaal: M. Campos Sánchez-Bordona,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
- —
Gesamtverband Autoteile-Handel eV, vertegenwoordigd door E. Macher, M. Sacré en P. Schmitz, Rechtsanwälte,
- —
Scania CV AB, vertegenwoordigd door F. Hübener, B. Lutz en D. Wendel, Rechtsanwälte,
- —
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Bouchagiar, M. Huttunen en M. Noll-Ehlers als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 4 mei 2023,
het navolgende
Arrest
1
Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 61, leden 1 en 2, van verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van richtlijn 2007/46/EG (PB 2018, L 151, blz. 1), alsmede van artikel 6, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1, met rectificatie in PB 2021, L 74, blz. 35; hierna: ‘AVG’).
2
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Gesamtverband Autoteile-Handel eV (hierna: ‘Gesamtverband’), een Duitse brancheorganisatie voor groothandelszaken in auto-onderdelen, en Scania CV AB (hierna: ‘Scania’), een Zweedse voertuigfabrikant, over de door laatstgenoemde ter beschikking gestelde informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) en reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig.
Toepasselijke bepalingen
Verordening 2018/858
3
De overwegingen 50, 52 en 62 van verordening 2018/858 luiden:
- ‘(50)
Om de interne markt beter te doen functioneren, met name wat het vrije verkeer van goederen, het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten betreft, zijn onbeperkte toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen — via een gestandaardiseerde vorm voor het raadplegen van technische informatie — en effectieve concurrentie op de markt voor diensten die dergelijke informatie verstrekken noodzakelijk. […]
[…]
- (52)
Om op de markt daadwerkelijke concurrentie voor diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te waarborgen en duidelijk te maken dat de betreffende informatie ook informatie omvat die aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs moet worden verstrekt, zodat de onafhankelijke markt voor de reparatie en het onderhoud van voertuigen in haar totaliteit met erkende dealers kan concurreren, […] is het noodzakelijk toe te lichten welke informatie precies moet worden verstrekt met het oog op toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen.
[…]
- (62)
Wanneer de maatregelen van deze verordening het verwerken van persoonsgegevens omvatten, moeten zij worden uitgevoerd overeenkomstig [de AVG]. […]’
4
Artikel 3 van verordening 2018/858 bepaalt in de punten 40, 45, 48 en 49:
‘Voor de toepassing van deze verordening en de in bijlage II genoemde regelgevingshandelingen gelden, tenzij daarin anders bepaald, de volgende definities:
[…]
- 40.
‘fabrikant’: een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid of van de individuele goedkeuring van een voertuig, of voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor het waarborgen van de overeenstemming van de productie en voor markttoezichtaangelegenheden met betrekking tot geproduceerde voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken, ongeacht of die persoon wel of niet direct betrokken is bij alle fasen van het ontwerp en de bouw van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid;
[…]
- 45.
‘onafhankelijke marktdeelnemer’: een natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van een erkende handelaar of reparateur, die direct of indirect bij de reparatie en het onderhoud van voertuigen betrokken is, waaronder reparateurs, fabrikanten of distributeurs van reparatieapparatuur, gereedschap of reserveonderdelen, alsook uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden, bedrijven die opleidingen aanbieden voor installateurs, fabrikanten en reparateurs van uitrustingsstukken voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden; er wordt eveneens onder verstaan erkende reparateurs, handelaren en distributeurs binnen het distributiesysteem van een bepaalde voertuigfabrikant voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken;
[…]
- 48.
‘reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen’: alle informatie, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop, die nodig is voor diagnose, onderhoud en keuring van een voertuig, de voorbereiding ervan op technische controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig, of die nodig is voor de diagnostische ondersteuning op afstand van een voertuig of voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende partners, handelaren en reparateurs verstrekt of door de fabrikant met het oog op reparatie en onderhoud wordt aangewend;
- 49.
‘informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig’: informatie die is gegenereerd door een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en die informatie buiten het voertuig kan laten lezen’.
5
Artikel 61 van deze verordening, met als opschrift ‘Verplichtingen van de fabrikant om OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig te verstrekken’, bepaalt:
- ‘1.
De fabrikanten bieden onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang tot de OBD-informatie van voertuigen, diagnose- en andere apparatuur, gereedschappen, met inbegrip van de volledige referenties en beschikbare downloads van de toepasselijke software, en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen. Informatie wordt gepresenteerd op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden. […]
[…]
- 2.
Totdat de [Europese] Commissie via het werk van het Europees Comité voor normalisatie (CEN) of een vergelijkbare normalisatie-instelling een toepasselijke norm heeft vastgesteld, wordt de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig gepresenteerd in een op een gemakkelijk toegankelijke wijze dat met een redelijke inspanning door onafhankelijke marktdeelnemers kan worden verwerkt.
De OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig wordt op de websites van de fabrikanten beschikbaar gemaakt in een gestandaardiseerd formaat of, indien dit vanwege de aard van de informatie niet mogelijk is, in een ander passend formaat. Aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs wordt de informatie ook verstrekt in een machineleesbaar formaat dat elektronisch kan worden verwerkt met behulp van algemeen beschikbare IT-instrumenten en software, zodat onafhankelijke marktdeelnemers de taak kunnen uitvoeren die verband houdt met hun activiteiten in de aftermarkettoeleveringsketen.
[…]
- 4.
De bijzonderheden van de technische voorschriften voor toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, met name technische specificaties over hoe de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen moet worden verstrekt, staan in bijlage X.
[…]’
6
Overeenkomstig punt 2.5.1 van bijlage X bij die verordening, met als opschrift ‘Toegang tot OBD-informatie van voertuigen en tot reparatie- en onderhoudsinformatie’, omvat deze informatie ‘een eenduidige identificatie van het voertuig, systeem, onderdeel of de technische eenheid waarvoor de fabrikant verantwoordelijk is’.
7
Punt 6.1, derde en vierde alinea, van deze bijlage bepaalt:
‘Informatie over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het [voertuigidentificatienummer (VIN)] en door aanvullende criteria zoals wielbasis, motorvermogen, uitrustingsniveau of opties, door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen die door de voertuigfabrikant aan zijn erkende reparateurs of dealers of aan derden worden aangeboden met verwijzing naar de originele onderdeelnummers, wordt in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden ter beschikking gesteld in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is.
Deze databank omvat het VIN, de originele onderdeelnummers, de originele benaming van de onderdelen, geldigheidsattributen (datum begin en einde geldigheid), montagekenmerken en, indien van toepassing, structurele eigenschappen.’
Verordening nr. 19/2011
8
Artikel 2, punt 2, van de met ingang van 5 juli 2022 ingetrokken verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB 2011, L 8, blz. 1), blijft ratione temporis van toepassing op het hoofdgeding. Het luidde als volgt:
‘In deze verordening wordt verstaan onder:
[…]
- 2.
‘voertuigidentificatienummer’ (VIN): de alfanumerieke code die door de fabrikant aan een voertuig wordt toegekend om de adequate identificatie van elk voertuig mogelijk te maken’.
9
Bijlage I bij verordening nr. 19/2011, met als opschrift ‘Technische voorschriften’, bepaalde in deel B, punt 1.2: ‘Het VIN is uniek en wordt ondubbelzinnig aan één bepaald voertuig toegewezen.’
AVG
10
Artikel 2, lid 1, AVG, met als opschrift ‘Materieel toepassingsgebied’, bepaalt:
‘Deze verordening is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.’
11
Artikel 4 van deze verordening luidt als volgt:
‘Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- 1)
‘persoonsgegevens’: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon […]; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;
- 2)
‘verwerking’: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;
[…]
- 7)
‘verwerkingsverantwoordelijke’: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; […]
[…]’
12
Artikel 6 van deze verordening, met als opschrift ‘Rechtmatigheid van de verwerking’, bepaalt:
- ‘1.
De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
[…]
- c)
de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
[…]
- 3.
De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij:
- a)
Unierecht; of
- b)
lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is.
Het doel van de verwerking wordt in die rechtsgrond vastgesteld […]. Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.
[…]’
Richtlijn 1999/37
13
Punt II.5 van bijlage I bij richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB 1999, L 138, blz. 57), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/127/EG van de Commissie van 23 december 2003 (PB 2004, L 10, blz. 29), preciseert dat het kentekenbewijs van een voertuig het VIN, de naam en het adres van de houder van dat kentekenbewijs moet bevatten, respectievelijk voorafgegaan door de geharmoniseerde communautaire codes E en C.
14
Overeenkomstig de punten II.5 en II.6 van die bijlage kan een natuurlijke persoon in dat certificaat worden aangeduid als eigenaar van het voertuig (codes C.2 en C.4) of als een persoon die in een andere juridische hoedanigheid dan de eigenaar over het voertuig kan beschikken (code C.3).
Richtlijn 2019/1024
15
Overweging 35 van richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB 2019, L 172, blz. 56) luidt:
‘Een document moet als machinaal leesbaar worden beschouwd als de structuur van het bestandsformaat ervoor zorgt dat softwaretoepassingen in dat document gemakkelijk specifieke gegevens kunnen identificeren, herkennen en extraheren. […]’
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
16
Scania, een van de grootste vrachtwagenproducenten in Europa en een ‘fabrikant’ in de zin van artikel 3, punt 40, van verordening 2018/858, verleent onafhankelijke marktdeelnemers via een website manuele toegang tot voertuiginformatie, reparatie- en onderhoudsinformatie en OBD-informatie. Dankzij deze website kan informatie worden opgevraagd hetzij aan de hand van algemene informatie over voertuigen, zoals het model, de motor of het bouwjaar, hetzij aan de hand van gegevens betreffende een specifiek voertuig, namelijk door de laatste zeven cijfers van het VIN van dat voertuig in te voeren. De resultaten van deze opzoekingen kunnen alleen worden afgedrukt of als pdf-bestand op de computer worden opgeslagen, hetgeen een geautomatiseerde verwerking van gegevens onmogelijk maakt. De zoekresultaten met betrekking tot informatie over reserveonderdelen kunnen worden opgeslagen in de vorm van een XML-bestand.
17
Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat Scania het VIN niet ter beschikking stelt van onafhankelijke marktdeelnemers. Alleen reparateurs, bij wie het voertuig voor onderhoud of reparatie door de klant is binnengebracht, hebben toegang tot deze gegevens via het kentekenbewijs of de vermelding op het chassis van het voertuig.
18
De leden van Gesamtverband vertegenwoordigen 80 % van de omzet van de vrije handel in auto-onderdelen in Duitsland. Van mening dat de door Scania verleende toegang tot de informatie ontoereikend is in vergelijking met de haar bij artikel 61, leden 1 en 2, van verordening 2018/858 opgelegde verplichting, heeft Gesamtverband het Landgericht Köln (rechter in eerste aanleg Keulen, Duitsland), de verwijzende rechter, verzocht Scania ertoe te veroordelen andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs in de zin van artikel 3, punt 45, van deze verordening toegang te verlenen tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen in de zin van artikel 3, punt 48, van diezelfde verordening, en dit door middel van een databank-interface die een geautomatiseerde raadpleging mogelijk maakt en waaruit de resultaten kunnen worden gedownload in de vorm van gegevensbestanden, geschikt voor elektronische verwerking.
19
De verwijzende rechter is van oordeel dat de uitkomst van het bij hem aanhangige geding afhangt van de uitlegging van de leden 1 en 2 van artikel 61 van verordening 2018/858. In de eerste plaats vraagt hij zich af of de bij dit lid 1 aan de voertuigfabrikanten opgelegde verplichting om de informatie ‘op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden’ te presenteren, betrekking heeft op alle reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen in de zin van artikel 3, punt 48, van die verordening, dan wel alleen op informatie over reserveonderdelen als bedoeld in punt 6.1, derde alinea, van bijlage X bij die verordening, waarnaar artikel 61, lid 4, van diezelfde verordening verwijst.
20
In de tweede plaats merkt de verwijzende rechter op dat de leden 1 en 2 van artikel 61 van verordening 2018/858 de autofabrikant weliswaar niet uitdrukkelijk verplichten om een databank-interface tot stand te brengen, maar niettemin vereisen dat de informatie op ‘gemakkelijk toegankelijke’ wijze wordt gepresenteerd. Volgens deze rechter voldoet de manuele raadpleging van deze informatie niet aan dit vereiste, aangezien hij deze vorm van raadpleging als een omslachtige wijze van toegang beschouwt.
21
In de derde plaats vraagt de verwijzende rechter zich af of artikel 61, leden 1 en 2, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat het de autofabrikant toestaat om de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te beperken tot gerichte opzoeking via het VIN, zonder dat hij evenwel een bijgewerkte lijst van alle VIN's van zijn voertuigen ter beschikking stelt van onafhankelijke marktdeelnemers.
22
In de vierde plaats merkt de verwijzende rechter op dat artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858, voor zover het de verplichting oplegt om aan onafhankelijke marktdeelnemers informatie te verstrekken in de vorm van ‘machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden’, niet impliceert dat het bestandsformaat rechtstreeks elektronisch kan worden verwerkt, zonder een tussenstap zoals de omzetting in een ander bestandsformaat. Hij betwijfelt evenwel of de tabellen en de teksten van een pdf-bestand kunnen worden geacht in overeenstemming te zijn met richtlijn 2019/1024, waarvan overweging 35 aangeeft dat een document slechts als machinaal leesbaar formaat wordt beschouwd als de structuur van het bestandsformaat ervoor zorgt dat softwaretoepassingen in dat document gemakkelijk specifieke gegevens kunnen identificeren, herkennen en extraheren.
23
In de vijfde plaats vraagt de verwijzende rechter zich af of, in de veronderstelling dat het VIN in het algemeen geen persoonsgegevens bevat, artikel 61 van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat het autofabrikanten een wettelijke verplichting tot verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG oplegt.
24
Tegen deze achtergrond heeft het Landgericht Köln de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:
- ‘1)
Heeft het in artikel 61, lid 1, tweede volzin, van verordening 2018/858 geformuleerde vereiste […] ook betrekking op de reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig in de zin van artikel 3, punt 48, van deze verordening, of is dat vereiste beperkt tot zogenoemde informatie over reserveonderdelen […] als bedoeld in punt 6.1 van bijlage X bij die verordening?
- 2)
Moeten artikel 61, lid 1, tweede volzin, [en lid 2, tweede alinea,] van verordening 2018/858 aldus worden uitgelegd dat de autofabrikant zijn overeenkomstige verplichtingen alleen nakomt indien hij
- a)
de informatie via het internet beschikbaar maakt door middel van een machinaal gestuurde raadpleging via een databank-interface, waarbij de resultaten kunnen worden gedownload, of volstaat het dat hij op een website enkel voorziet in de mogelijkheid van een handmatige opzoeking door een menselijke gebruiker op een beeldscherm en dat het resultaat van de raadpleging beperkt is tot de zichtbare inhoud van de pagina's op het beeldscherm;
en
- b)
ervoor zorgt dat de informatie die in de databank is gekoppeld aan zijn [VIN's] kan worden opgezocht aan de hand van VIN's die hij in een afzonderlijke lijst beschikbaar stelt, en los daarvan ook kan worden opgezocht,
- —
aan de hand van andere criteria ter identificatie van voertuigen, als bedoeld in punt 6.1, derde alinea, van bijlage X bij verordening 2018/858
- —
en aan de hand van overige door hem gebruikte begrippen voor categorieën (zoals categorieën van componenten, reserveonderdelen, reparatie- en onderhoudsinstructies en technische illustraties) en andere vermeldingen in de databanken in willekeurige combinaties,
of is het voldoende dat de fabrikant enkel voorziet in de mogelijkheid van een gerichte opzoeking aan de hand van het VIN van een specifiek voertuig, zonder dat hij een bijgewerkte lijst van alle VIN's van zijn voertuigen ter beschikking stelt;
en
- c)
deze gegevens ter beschikking stelt in bestanden waarvan het formaat van dien aard is dat de in die bestanden vervatte gegevens rechtstreeks elektronisch kunnen worden verwerkt, met vermelding van de overeenkomstige beschrijving van de gegevens (in geval van teksten en tabellen), of is het hiervoor voldoende dat hij louter een beeldschermafdruk in een willekeurig gebruikelijk bestandsformaat, zoals een pdf-bestand, ter beschikking stelt?
- 3)
Houdt artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 een wettelijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG voor voertuigfabrikanten in, die de openbaarmaking van VIN's of informatie in verband met VIN's aan onafhankelijke marktdeelnemers als andere verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, punt 7, van de algemene verordening gegevensbescherming rechtvaardigt?’
Beantwoording van de prejudiciële vragen
Eerste vraag
25
Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 61, lid 1, tweede volzin, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat de verplichting om de in dat lid bedoelde informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden te presenteren betrekking heeft op alle ‘reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig’ in de zin van artikel 3, punt 48, van die verordening, dan wel alleen op de in bijlage X, punt 6.1, bij die verordening genoemde informatie over reserveonderdelen.
26
Artikel 61, lid 1, eerste volzin, van verordening 2018/858 verplicht autofabrikanten om aan onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang te bieden tot met name ‘reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen’ in de zin van artikel 3, punt 48, van die verordening. Overeenkomstig artikel 61, lid 1, tweede volzin, van die verordening moet al deze informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden worden gepresenteerd.
27
Uit de bewoordingen zelf van laatstgenoemde bepaling volgt dus dat de daarin neergelegde verplichting betrekking heeft op dezelfde informatie als die vermeld in artikel 61, lid 1, eerste volzin, van die verordening, met name de reparatie- en onderhoudsinformatie.
28
Hoewel artikel 61, lid 4, van verordening 2018/858 bepaalt dat ‘[d]e bijzonderheden van de technische voorschriften voor toegang tot […] reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, met name technische specificaties over hoe [deze informatie] moet worden verstrekt, […] in bijlage X [staan]’ en punt 6.1, derde alinea, van die bijlage enkel betrekking heeft op informatie over voertuigonderdelen die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen, neemt dit niet weg dat deze laatste bepaling zelf niet de omvang van de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie regelt. Deze bepaling kan dus niet tot gevolg hebben dat laatstgenoemde informatie wordt beperkt tot informatie over reserveonderdelen.
29
Gelet op het voorgaande moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 61, lid 1, tweede volzin, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat de verplichting om de in dat lid bedoelde informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden te presenteren betrekking heeft op alle ‘reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig’ in de zin van artikel 3, punt 48, van die verordening, en niet alleen op de in bijlage X, punt 6.1, bij die verordening genoemde informatie over reserveonderdelen.
Tweede vraag
30
Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 61, lid 1, tweede volzin, en lid 2, tweede alinea, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat het autofabrikanten verplicht om, ten eerste, reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen toegankelijk te maken via een databank-interface die een geautomatiseerde raadpleging mogelijk maakt waarbij de resultaten kunnen worden gedownload, ten tweede, een databank op te zetten waarmee opzoekingen niet alleen via het VIN maar ook aan de hand van aanvullende criteria mogelijk zijn, en, ten derde, deze informatie ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen in bestanden waarvan het formaat wordt gebruikt voor rechtstreekse elektronische verwerking van de in die bestanden vervatte gegevens.
31
In de eerste plaats verplicht artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858, zoals in punt 26 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht, de autofabrikanten om onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang te bieden tot onder meer reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen en deze informatie ‘op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden’ te presenteren.
32
Artikel 61, lid 2, tweede alinea, eerste volzin, verplicht die fabrikanten om op hun website reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig beschikbaar te stellen in een gestandaardiseerd formaat of, indien dit vanwege de aard van de informatie niet mogelijk is, in een ander passend formaat. De tweede volzin van deze alinea verplicht die fabrikanten om deze informatie aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs te verstrekken in een machineleesbaar formaat dat elektronisch kan worden verwerkt met behulp van algemeen beschikbare IT-instrumenten en software, zodat die marktdeelnemers de taak kunnen uitvoeren die verband houdt met hun activiteiten in de aftermarkettoeleveringsketen (zie in die zin arrest van 27 oktober 2022, ADPA en Gesamtverband Autoteile-Handel, C-390/21, EU:C:2022:837, punt 28).
33
Totdat de Commissie een passende norm heeft vastgesteld, moeten diezelfde fabrikanten krachtens artikel 61, lid 2, eerste alinea, van verordening 2018/858 deze informatie presenteren in een ‘gemakkelijk toegankelijk’ formaat, zodat onafhankelijke marktdeelnemers deze informatie met een ‘redelijke inspanning’ kunnen verwerken.
34
Artikel 61 van die verordening voorziet echter niet in een verplichting voor autofabrikanten om een geschikte interface op te zetten voor de raadpleging van de databanken van deze fabrikanten.
35
In de tweede plaats volgt uit de bewoordingen van punt 6.1, derde alinea, van bijlage X bij verordening 2018/858, waarnaar artikel 61, lid 4, van deze verordening verwijst, dat ‘[i]nformatie over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het VIN en door aanvullende criteria zoals wielbasis, motorvermogen, uitrustingsniveau of opties, door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen die door de voertuigfabrikant aan zijn erkende reparateurs of dealers of aan derden worden aangeboden met verwijzing naar de originele onderdeelnummers, […] in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden ter beschikking [wordt] gesteld in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is’.
36
Uit de formulering zelf van dit punt 6.1, derde alinea, volgt dat, wat betreft de informatie over voertuigonderdelen die door reserveonderdelen kunnen worden vervangen, de fabrikanten verplicht zijn een databank op te zetten (zie in die zin arrest van 19 september 2019, Gesamtverband Autoteile-Handel, C-527/18, EU:C:2019:762, punt 32) waarmee niet alleen het VIN maar ook de in die bepaling bedoelde ‘aanvullende criteria’ kunnen worden opgevraagd.
37
Deze uitlegging is in overeenstemming met de doelstelling om effectieve concurrentie op de markt voor diensten die reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen verstrekken te waarborgen, zoals vermeld in de overwegingen 50 en 52 van verordening 2018/858. Daartoe moeten onafhankelijke marktdeelnemers, zoals uitgevers van technische informatie en fabrikanten van onderdelen, met alle in het vorige punt van het onderhavige arrest genoemde criteria opzoekingen kunnen verrichten om hun activiteiten in de aftermarkettoeleveringsketen te kunnen uitvoeren.
38
In de derde plaats moet de in artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 neergelegde verplichting voor fabrikanten om reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen in een formaat dat elektronisch kan worden verwerkt, die marktdeelnemers toestaan om ‘technische informatie te raadplegen’ (zie in die zin arrest van 27 oktober 2022, ADPA en Gesamtverband Autoteile-Handel, C-390/21, EU:C:2022:837, punt 27).
39
Bovendien moet worden opgemerkt dat, volgens overweging 35 van richtlijn 2019/1024, een document slechts als machinaal leesbaar kan worden beschouwd als de ‘structuur van het bestandsformaat ervoor zorgt dat softwaretoepassingen in dat document gemakkelijk specifieke gegevens kunnen identificeren, herkennen en extraheren’.
40
Uit de verwijzingsbeslissing blijkt echter dat de terbeschikkingstelling van informatie in het formaat dat Scania aanbiedt, alleen voor indirecte elektronische verwerking geschikt is en vereist dat deze marktdeelnemers tussenstappen uitvoeren voor de omzetting van bestanden, aangezien die geen geautomatiseerde verwerking in een rechtstreeks verwerkbaar formaat mogelijk maken. Onder voorbehoud van de verificaties die uiteindelijk aan de verwijzende rechter staan, kan een dergelijke terbeschikkingstelling niet worden geacht in overeenstemming te zijn met artikel 61, lid 1, tweede volzin, en lid 2, tweede alinea, van verordening 2018/858.
41
Deze uitlegging is in overeenstemming met de doelstelling om effectieve concurrentie op de markt voor diensten die reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen verstrekken te waarborgen, zoals vermeld in de overwegingen 50 en 52 van verordening 2018/858. Daartoe is het van wezenlijk belang, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen heeft verklaard, dat onafhankelijke marktdeelnemers technische gegevens kunnen extraheren uit het formaat waarin de fabrikanten hun de nodige informatie ter beschikking stellen, en deze gegevens onmiddellijk na het verzamelen ervan kunnen opslaan met het oog op hergebruik.
42
Gelet op het voorgaande moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 61, lid 1, tweede volzin, en lid 2, tweede alinea, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat:
- —
het autofabrikanten niet verplicht om reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen toegankelijk te maken via een databank-interface die een geautomatiseerde raadpleging mogelijk maakt waarbij de resultaten kunnen worden gedownload, maar hen wel verplicht deze informatie ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen in bestanden waarvan het formaat wordt gebruikt voor rechtstreekse elektronische verwerking van de in die bestanden vervatte gegevens;
- —
het, gelezen in samenhang met artikel 61, lid 4, van deze verordening en punt 6.1, derde alinea, van bijlage X daarbij, de autofabrikanten verplicht om een databank op te zetten aan de hand waarvan niet alleen op basis van het VIN maar ook op basis van de in laatstgenoemde bepaling bedoelde aanvullende criteria informatie kan worden opgevraagd over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig door de voertuigfabrikant is uitgerust.
Derde vraag
43
Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 aldus moet worden uitgelegd dat het een ‘wettelijke verplichting’ in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG inhoudt voor voertuigfabrikanten — als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van artikel 4, punt 7, van deze verordening — om de VIN's van de door hen geproduceerde voertuigen ter beschikking te stellen van onafhankelijke marktdeelnemers.
44
In eerste instantie moet, ter beantwoording van deze vraag, worden onderzocht of het VIN onder het begrip ‘persoonsgegeven’ valt in de zin van artikel 4, punt 1, AVG, dat dit begrip definieert als ‘alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’.
45
Deze definitie is van toepassing wanneer die informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde natuurlijke persoon [arrest van 8 december 2022, Inspektor v Inspektorata kam Visshia sadeben savet (Doel van de verwerking van persoonsgegevens — Strafrechtelijk onderzoek), C-180/21, EU:C:2022:967, punt 70]. Om te bepalen of een natuurlijke persoon direct of indirect identificeerbaar is, moet worden gekeken naar alle middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door degene die voor de verwerking verantwoordelijk is, in de zin van artikel 4, punt 7, AVG, dan wel door enige andere persoon kunnen worden ingezet om deze persoon te identificeren, zonder dat vereist is dat alle informatie aan de hand waarvan de betrokken persoon kan worden geïdentificeerd, bij een en dezelfde entiteit berust (zie in die zin arrest van 19 oktober 2016, Breyer, C-582/14, EU:C:2016:779, punten 42 en 43).
46
Zoals de advocaat-generaal in de punten 34 en 39 van zijn conclusie heeft opgemerkt, verkrijgt een gegeven als het VIN — dat in artikel 2, punt 2, van verordening nr. 19/2011 wordt gedefinieerd als de alfanumerieke code die door de fabrikant aan een voertuig wordt toegekend om de adequate identificatie van elk voertuig mogelijk te maken en daardoor als zodanig geen ‘persoonlijk’ karakter heeft — een dergelijk karakter voor degenen die redelijkerwijs over de middelen beschikken om het aan een bepaalde persoon te liëren.
47
Uit punt II.5 van bijlage I bij richtlijn 1999/37 volgt dat het VIN moet worden vermeld op het kentekenbewijs van een voertuig, evenals de naam en het adres van de houder van dat kentekenbewijs. Bovendien kan een natuurlijke persoon op grond van punt II.5 en punt II.6 van die bijlage in dat kentekenbewijs worden aangeduid als eigenaar van het voertuig of als een persoon die in een andere juridische hoedanigheid dan die van eigenaar over het voertuig kan beschikken.
48
Gelet daarop vormt het VIN een persoonsgegeven in de zin van artikel 4, punt 1, AVG van de natuurlijke persoon die op hetzelfde kentekenbewijs is vermeld, voor zover degene die er toegang toe heeft over de middelen kan beschikken om het redelijkerwijs in te zetten voor de identificatie van de eigenaar van het voertuig of van een persoon die in een andere juridische hoedanigheid dan die van eigenaar over het betrokken voertuig kan beschikken.
49
Zoals de advocaat-generaal in de punten 34 en 41 van zijn conclusie heeft opgemerkt, vormt het VIN, wanneer de onafhankelijke marktdeelnemers redelijkerwijs kunnen beschikken over middelen waarmee een VIN kan worden gekoppeld aan een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, hetgeen de verwijzende rechter dient te verifiëren, voor deze marktdeelnemers een persoonsgegeven in de zin van artikel 4, punt 1, AVG, en is het VIN dit ook indirect voor de autofabrikanten die het ter beschikking stellen, ook al is het VIN op zich voor laatstgenoemden geen persoonsgegeven en is het dat niet met name wanneer het voertuig waaraan dit VIN is toegekend niet aan een natuurlijke persoon toebehoort.
50
51
Het begrip ‘verwerking’ wordt gedefinieerd in artikel 4, punt 2, AVG als een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen. Dit begrip omvat dus de terbeschikkingstelling van een VIN door de ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van artikel 4, punt 7, van deze verordening, wanneer dit VIN het mogelijk maakt een natuurlijke persoon te identificeren.
52
Artikel 6 AVG stelt de voorwaarden vast voor de rechtmatigheid van de verwerking van dergelijke gegevens. Volgens lid 1, onder c), van dit artikel is de verwerking die noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, rechtmatig.
53
Artikel 6, lid 3, AVG preciseert bovendien dat die verwerking moet worden vastgesteld bij Unierecht of bij het lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is, en dat deze juridische grondslag de doeleinden van de verwerking moet definiëren en moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang alsook evenredig moet zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.
54
Volgens overweging 62 van verordening 2018/858 dienen de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens te worden toegepast telkens als de maatregelen van deze verordening het verwerken van persoonsgegevens omvatten.
55
In tweede instantie moeten de inhoud en de strekking van artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 in het licht van het voorgaande worden onderzocht.
56
Zoals reeds is opgemerkt in de punten 26 en 31 van het onderhavige arrest, verplicht deze bepaling om te beginnen de autofabrikanten om onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang te bieden tot onder meer reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, die in artikel 3, punt 48, van deze verordening is gedefinieerd als ‘alle informatie, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop, die nodig is voor diagnose, onderhoud en keuring van een voertuig, de voorbereiding ervan op technische controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig, of die nodig is voor de diagnostische ondersteuning op afstand van een voertuig of voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende partners, handelaren en reparateurs verstrekt of door de fabrikant met het oog op reparatie en onderhoud wordt aangewend’.
57
Bovendien wordt in punt 2.5.1 van bijlage X bij verordening 2018/858, waarnaar artikel 61, lid 4, van die verordening verwijst, gepreciseerd dat reparatie- en onderhoudsinformatie ‘een eenduidige identificatie van het voertuig’ omvat. Voorts moet het VIN overeenkomstig punt 6.1, vierde alinea, van deze bijlage worden opgenomen in de databank die de fabrikant krachtens dat punt 6.1, derde alinea, moet aanleggen met betrekking tot de onderdelen waarmee het voertuig door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen.
58
Deze Unierechtelijke bepalingen leggen de autofabrikanten dus de ‘wettelijke verplichting’ in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG op om, naast andere gegevens, het VIN ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen. Een dergelijke ‘wettelijke verplichting’ voldoet aan de eerste, in punt 52 van het onderhavige arrest genoemde voorwaarde voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens.
59
Vervolgens definieert artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 de doelstelling van de verplichting tot verwerking van persoonsgegevens, te weten de onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang aanbieden tot met name reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen in de zin van artikel 3, punt 48, van deze verordening. De ‘wettelijke verplichting’, opgelegd aan de fabrikanten om de VIN's van hun voertuigen ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen, beantwoordt aan de doelstelling van overweging 52 van deze verordening om effectieve en onvervalste concurrentie op de markt voor diensten die reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen verstrekken te waarborgen.
60
Volgens overweging 50 van verordening 2018/858 is een dergelijke concurrentie noodzakelijk om de interne markt beter te doen functioneren, met name wat het vrije verkeer van goederen, de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten betreft. Bijgevolg is de in het vorige punt genoemde doelstelling van algemeen belang en dus legitiem (zie naar analogie arrest van 1 augustus 2022, Vyriausioji tarnybinės etikos komisija, C-184/20, EU:C:2022:601, punt 75). Aldus is voldaan aan de tweede, in punt 53 van het onderhavige arrest genoemde voorwaarde voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens.
61
Wat ten slotte de derde voorwaarde voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens betreft, zoals opgelegd in artikel 6, lid 3, AVG, volgens hetwelk deze verwerking ‘evenredig moet zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel’, volstaat het op te merken, zoals de advocaat-generaal in punt 52, vierde streepje, van zijn conclusie heeft gedaan, dat enerzijds alleen het zoeken aan de hand van het VIN tot een exacte identificatie van de voor een bepaald voertuig relevante gegevens leidt, en anderzijds het dossier waarover het Hof beschikt geen andere, minder ingrijpende identificatiemethode bevat die de doeltreffendheid van het zoeken aan de hand van het VIN waarborgt en het tegelijk mogelijk maakt om de in het vorige punt uiteengezette doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken Artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 voldoet dus aan de derde, in punt 53 van het onderhavige arrest genoemde voorwaarde.
62
Gelet op het voorgaande moet op de derde vraag worden geantwoord dat artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858, gelezen in samenhang met lid 4 van dit artikel en punt 6.1 van bijlage X bij die verordening, aldus moet worden uitgelegd dat het een ‘wettelijke verplichting’ in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG inhoudt voor voertuigfabrikanten — als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van artikel 4, punt 7, van deze verordening — om de VIN's van de door hen geproduceerde voertuigen ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen.
Kosten
63
Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:
- 1)
Artikel 61, lid 1, tweede volzin, van verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van richtlijn 2007/46/EG
moet aldus worden uitgelegd dat
de verplichting om de in dat lid bedoelde informatie op gemakkelijk toegankelijke wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden te presenteren betrekking heeft op alle ‘reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig’ in de zin van artikel 3, punt 48, van die verordening, en niet alleen op de in bijlage X, punt 6.1, bij die verordening genoemde informatie over reserveonderdelen.
- 2)
Artikel 61, lid 1, tweede volzin, en lid 2, tweede alinea, van verordening 2018/858
moet aldus worden uitgelegd dat
- —
het autofabrikanten niet verplicht om reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen toegankelijk te maken via een databank-interface die een geautomatiseerde raadpleging mogelijk maakt waarbij de resultaten kunnen worden gedownload, maar hen wel verplicht deze informatie ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen in bestanden waarvan het formaat wordt gebruikt voor rechtstreekse elektronische verwerking van de in die bestanden vervatte gegevens;
- —
het, gelezen in samenhang met artikel 61, lid 4, van deze verordening en punt 6.1, derde alinea, van bijlage X daarbij, de autofabrikanten verplicht om een databank op te zetten aan de hand waarvan niet alleen op basis van het voertuigidentificatienummer (VIN) maar ook op basis van de in laatstgenoemde bepaling bedoelde aanvullende criteria informatie kan worden opgevraagd over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig door de voertuigfabrikant is uitgerust.
- 3)
Artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858, gelezen in samenhang met lid 4 van dit artikel en punt 6.1 van bijlage X bij die verordening,
moet aldus worden uitgelegd dat
het een ‘wettelijke verplichting’ in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) inhoudt voor voertuigfabrikanten — als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van artikel 4, punt 7, van deze verordening — om de voertuigidentificatienummers van de door hen geproduceerde voertuigen ter beschikking van onafhankelijke marktdeelnemers te stellen.
ondertekeningen
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 09‑11‑2023
Conclusie 04‑05‑2023
Inhoudsindicatie
Prejudiciële verwijzing — Markt voor diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van motorvoertuigen — Verordening (EU) 2018/858 — Onafhankelijke marktdeelnemers — Gemakkelijk toegankelijke informatie in machineleesbaar en elektronisch verwerkbaar formaat — Voertuigidentificatienummer (VIN) — Bescherming van persoonsgegevens — Verordening (EU) 2016/679 — Voorwaarden waaronder verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is — Artikel 6, lid 1, onder c)
M. Campos sánchez-bordona
Partij(en)
Zaak C-319/221.
Gesamtverband Autoteile-Handel e.V.
tegen
Scania CV AB
[verzoek van het Landgericht Köln (rechter in eerste aanleg Keulen, Duitsland) om een prejudiciële beslissing]
1.
De Uniewetgever beoogt op de interne markt de concurrentie in de sector reparatie en onderhoud van motorvoertuigen te waarborgen, zodat fabrikanten van deze motorvoertuigen de verrichting van dergelijke diensten niet monopoliseren (zelf of via hun erkende dealers en reparateurs).
2.
Daartoe zijn autofabrikanten op grond van verordening (EU) 2018/8582. verplicht om ‘onafhankelijke marktdeelnemers’ onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang te bieden tot informatie over bepaalde systemen, apparatuur en gereedschappen van voertuigen en over de reparatie en het onderhoud van die voertuigen.
3.
De toepassing van verordening 2018/858 (of een van de daarbij gewijzigde verordeningen) heeft geleid tot geschillen tussen voertuigfabrikanten enerzijds en onafhankelijke marktdeelnemers anderzijds. In een aantal procedures waarbij een orgaan3. betrokken is waarvan de leden 80 % van de omzet van de vrije handel in reserveonderdelen van motorvoertuigen in Duitsland vertegenwoordigen, heeft er een prejudiciële verwijzing plaatsgevonden.4.
4.
In dit verzoek om een prejudiciële beslissing legt het Landgericht Köln (rechter in eerste aanleg Keulen, Duitsland) drie vragen voor die betrekking hebben op respectievelijk:
- —
de inhoud van de informatie die fabrikanten ter beschikking moeten stellen van onafhankelijke marktdeelnemers (namelijk of dit alle reparatie- en onderhoudsinformatie in de zin van artikel 3, punt 48, van verordening 2018/858 dan wel alleen informatie over reserveonderdelen betreft);
- —
de wijze waarop en het formaat waarin de fabrikanten deze informatie moeten verstrekken;
- —
de verplichting om onafhankelijke marktdeelnemers het voertuigidentificatienummer (hierna: ‘VIN’)5. te verstrekken, uit het oogpunt van artikel 6, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2016/6796..
5.
Op aangeven van het Hof zal ik in mijn conclusie uitsluitend ingaan op de derde vraag.
I. Toepasselijke bepalingen
A. Verordening 2018/858
6.
Overweging 50 luidt:
‘Om de interne markt beter te doen functioneren, met name wat het vrije verkeer van goederen, het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten betreft, zijn onbeperkte toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen — via een gestandaardiseerde vorm voor het raadplegen van technische informatie — en effectieve concurrentie op de markt voor diensten die dergelijke informatie verstrekken noodzakelijk […].’
7.
In overweging 52 staat te lezen:
‘Om op de markt daadwerkelijke concurrentie voor diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te waarborgen en duidelijk te maken dat de betreffende informatie ook informatie omvat die aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs moet worden verstrekt, zodat de onafhankelijke markt voor de reparatie en het onderhoud van voertuigen in haar totaliteit met erkende dealers kan concurreren, ongeacht of de voertuigfabrikant die informatie rechtstreeks aan erkende dealers en reparateurs verstrekt dan wel die informatie gebruikt voor de reparatie en het onderhoud zelf, is het noodzakelijk toe te lichten welke informatie precies moet worden verstrekt met het oog op toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen.’
8.
In overweging 62 wordt uiteengezet:
‘Wanneer de maatregelen van deze verordening het verwerken van persoonsgegevens omvatten, moeten zij worden uitgevoerd overeenkomstig [de AVG] […].’
9.
In artikel 3 zijn de volgende definities opgenomen:
‘[…]
- 45.
‘onafhankelijke marktdeelnemer’: een natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van een erkende handelaar of reparateur, die direct of indirect bij de reparatie en het onderhoud van voertuigen betrokken is, waaronder reparateurs, fabrikanten of distributeurs van reparatieapparatuur, gereedschap of reserveonderdelen, alsook uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden, bedrijven die opleidingen aanbieden voor installateurs, fabrikanten en reparateurs van uitrustingsstukken voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden; er wordt eveneens onder verstaan erkende reparateurs, handelaren en distributeurs binnen het distributiesysteem van een bepaalde voertuigfabrikant voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken;
[…]
- 48.
‘reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig’: alle informatie, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop, die nodig is voor diagnose, onderhoud en keuring van een voertuig, de voorbereiding ervan op technische controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig, of die nodig is voor de diagnostische ondersteuning op afstand van een voertuig of voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende partners, handelaren en reparateurs verstrekt of door de fabrikant met het oog op reparatie en onderhoud wordt aangewend;
- 49.
‘informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig’: informatie die is gegenereerd door een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en die informatie buiten het voertuig kan laten lezen;
[…]’
10.
Artikel 61 (‘Verplichtingen van de fabrikant om OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig te verstrekken’) bepaalt:
- ‘1.
De fabrikanten bieden onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang tot de OBD-informatie van voertuigen, diagnose- en andere apparatuur, gereedschappen, met inbegrip van de volledige referenties en beschikbare downloads van de toepasselijke software, en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen. Informatie wordt gepresenteerd op gemakkelijk toegankelijk wijze in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden. Onafhankelijke marktdeelnemers krijgen toegang tot de diensten voor diagnose op afstand die door fabrikanten en hun erkende dealers en reparateurs worden gebruikt.
De fabrikanten stellen een gestandaardiseerde, veilige en niet-plaatsgebonden structuur ter beschikking om onafhankelijke reparatiebedrijven in de gelegenheid te stellen werkzaamheden te verrichten die ingrepen in het veiligheidssysteem van het voertuig vereisen.
- 2.
Totdat de [Europese] Commissie via het werk van het Europees Comité voor normalisatie (CEN) of een vergelijkbare normalisatie-instelling een toepasselijke norm heeft vastgesteld, wordt de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig gepresenteerd in een gemakkelijk toegankelijk formaat dat met een redelijke inspanning door onafhankelijke marktdeelnemers kan worden verwerkt.
De OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig wordt op de websites van de fabrikanten beschikbaar gemaakt in een gestandaardiseerd formaat of, indien dit vanwege de aard van de informatie niet mogelijk is, in een ander passend formaat. Aan andere onafhankelijke marktdeelnemers dan reparateurs wordt de informatie ook verstrekt in een machineleesbaar formaat dat elektronisch kan worden verwerkt met behulp van algemeen beschikbare IT-instrumenten en software, zodat onafhankelijke marktdeelnemers de taak kunnen uitvoeren die verband houdt met hun activiteiten in de aftermarkettoeleveringsketen.
[…]
- 4.
De bijzonderheden van de technische voorschriften voor toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, met name technische specificaties over hoe de OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen moet worden verstrekt, staan in bijlage X.
[…]
- 11.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage X, teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden of misbruik te voorkomen door de voorschriften voor toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen […] te actualiseren […].’
11.
Punt 6.1 van bijlage X (‘Toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen’) schrijft voor:
‘[…]
Informatie over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het VIN en door aanvullende criteria zoals wielbasis, motorvermogen, uitrustingsniveau of opties, door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen die door de voertuigfabrikant aan zijn erkende reparateurs of dealers of aan derden worden aangeboden met verwijzing naar de originele onderdeelnummers, wordt in de vorm van machineleesbare en elektronisch verwerkbare gegevensbestanden ter beschikking gesteld in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is.
Deze databank omvat het VIN, de originele onderdeelnummers, de originele benaming van de onderdelen, geldigheidsattributen (datum begin en einde geldigheid), montagekenmerken en, indien van toepassing, structurele eigenschappen.
[…]’
B. Verordening nr. 19/2011
12.
Punt 2 van artikel 2 (‘Definities’) luidt:
‘‘voertuigidentificatienummer’ (VIN): de alfanumerieke code die door de fabrikant aan een voertuig wordt toegekend om de adequate identificatie van elk voertuig mogelijk te maken’.
13.
In bijlage I (‘Technische voorschriften’), deel B [‘Voertuigidentificatienummer (VIN)’], wordt in punt 1.2 bepaald:
‘Het VIN is uniek en wordt ondubbelzinnig aan één bepaald voertuig toegewezen.’
C. AVG
14.
In artikel 4, punt 1, worden ‘persoonsgegevens’ gedefinieerd als ‘alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (‘de betrokkene’); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online-identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon’.
15.
Artikel 6 (‘Rechtmatigheid van de verwerking’) luidt als volgt:
- ‘1.
De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
[…]
- c)
de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
[…]
- 3.
De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij:
- a)
Unierecht; of
- b)
lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is.
Het doel van de verwerking wordt in die rechtsgrond vastgesteld […]. Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.
[…]’
D. Richtlijn 1999/37
16.
In bijlage I (‘Deel I van het kentekenbewijs’) bij richtlijn 1999/37/EG7. staan de volgende punten:
‘[…]
- II.5.
Deel I van het kentekenbewijs moet ook de volgende gegevens bevatten, die worden voorafgegaan door de bijbehorende geharmoniseerde communautaire codes:
[…]
- (C)
persoonsgegevens:
- (C.1)
houder van het kentekenbewijs:
- (C.1.1)
achternaam of firmanaam,
[…]
- (C.1.3)
adres in de lidstaat van inschrijving op de datum van afgifte van het document;
- (C.4)
indien de gegevens van punt II.6, code C.2, niet op het kentekenbewijs worden vermeld, de vermelding dat de houder van het kentekenbewijs:
- a)
de eigenaar van het voertuig is,
[…]
[…]
- (E)
voertuigidentificatienummer;
[…]
- II.6.
Deel I van het kentekenbewijs kan bovendien de volgende gegevens bevatten, die worden voorafgegaan door de bijbehorende geharmoniseerde communautaire codes:
- (C)
persoonsgegevens:
- (C.2)
eigenaar van het voertuig (voor elk van de eigenaars) […]
[…]
- (C.3)
natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een andere juridische hoedanigheid dan die van eigenaar over het voertuig mag beschikken […]
[…]
[…]
[…]’
II. Feiten, hoofdgeding en prejudiciële vragen
17.
Scania CV AB (hierna: ‘Scania’) is een van de grootste fabrikanten van bedrijfsvoertuigen, in het bijzonder zware vrachtwagens, in Europa. In haar hoedanigheid van houder van EG-typegoedkeuringen is zij een fabrikant in de zin van artikel 3, punt 40, van verordening 2018/858 en moet zij de in artikel 61, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde informatie verstrekken.
18.
Scania verleent onafhankelijke marktdeelnemers (zoals de leden van Gesamtverband A.-H.) via een website toegang tot voertuiginformatie, reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen en OBD-informatie van voertuigen.
19.
Op deze manier stelt Scania de menselijke gebruiker in staat informatie over een bepaald voertuig op te zoeken door de laatste zeven cijfers van het VIN in te voeren, dan wel aan de hand van algemene voertuiginformatie ruimere informatie te verkrijgen die geen betrekking heeft op een specifiek voertuig.8.
20.
Scania verstrekt onafhankelijke marktdeelnemers evenwel geen VIN's. Alleen de reparateur kent het VIN van het voertuig dat moet worden onderhouden of gerepareerd, aangezien dit nummer vermeld staat op het chassis van het voertuig dat de klant aan de reparateur heeft toevertrouwd; fabrikanten en distributeurs van reserveonderdelen hebben geen toegang tot individuele VIN's, zonder welke het zoeken aan de hand van algemene criteria enkel onnauwkeurige resultaten oplevert.9.
21.
Gesamtverband A.-H. en Scania zijn het in het hoofdgeding oneens over de vorm, de inhoud en de omvang van de verplichtingen van de fabrikant uit hoofde van artikel 61, leden 1 en 2, van verordening 2018/858.
22.
In die omstandigheden heeft het Landgericht Köln besloten zich tot het Hof te wenden met drie prejudiciële vragen. Ik zal alleen ingaan op de laatste vraag, die als volgt luidt:
‘Houdt artikel 61, lid 1, van verordening [2018/858] een wettelijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), van de [AVG] voor voertuigfabrikanten in, die de openbaarmaking van [VIN's] of informatie in verband met [VIN's] aan onafhankelijke marktdeelnemers als andere verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, punt 7, van de [AVG] rechtvaardigt?’
III. Procedure bij het Hof
23.
Het verzoek om een prejudiciële beslissing is bij de griffie van het Hof ingekomen op 11 mei 2022.
24.
Gesamtverband A.-H., Scania en de Commissie hebben schriftelijke opmerkingen ingediend.
25.
Het houden van een terechtzitting is niet noodzakelijk geacht.
IV. Beoordeling
26.
Met zijn derde prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 een wettelijke verplichting [in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG] voor voertuigfabrikanten inhoudt, die de openbaarmaking van VIN's of informatie in verband met VIN's aan onafhankelijke marktdeelnemers rechtvaardigt.
27.
Uitgangspunt van deze vraag is dat, mocht een dergelijke verplichting bestaan, het voor de nakoming van die verplichting noodzakelijk zou zijn persoonsgegevens te verwerken.
28.
Om de vraag te beantwoorden, moet in de eerste plaats de aard van het VIN worden geanalyseerd en moet in de tweede plaats — zodra vaststaat dat het VIN een persoonsgegeven is — de eventuele rechtsgrond voor de rechtmatigheid van de verwerking ervan worden onderzocht.
A. Persoonlijke aard van het VIN
29.
Is het VIN een persoonsgegeven? Zo niet, dan zou het probleem meteen opgelost zijn, omdat de AVG eenvoudigweg niet van toepassing zou zijn. De verwijzende rechter geeft echter toe dat hieromtrent enige onzekerheid bestaat.
30.
Hij vat de standpunten van beide partijen in het hoofdgeding samen als volgt:
- —
Volgens Gesamtverband A.-H. zijn VIN's geen persoonsgegevens voor fabrikanten, voor zover zij feitelijk noch rechtens de mogelijkheid hebben om aan de hand van het VIN conclusies te trekken omtrent de identiteit van een natuurlijke persoon. Dit geldt in het bijzonder voor Scania, aangezien kopers van bedrijfsvoertuigen in de regel geen natuurlijke personen zijn. Voor zover het VIN in individuele gevallen een persoonsgegeven is, zou het verlenen van toegang tot de informatie door Scania in elk geval toegestaan zijn op grond van artikel 6, lid 1, onder c), AVG. Artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 is een geschikte rechtsgrond omdat het fabrikanten verplicht om de aan een VIN gekoppelde informatie beschikbaar te maken.
- —
Volgens Scania zijn VIN's persoonsgegevens en verbiedt de AVG de doorgifte ervan wanneer daar geen rechtsgrond voor bestaat. Als rechtvaardigingsgrond zou alleen artikel 6, lid 1, onder c), AVG in aanmerking komen. Artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 houdt echter geen dergelijke wettelijke verplichting in. De regeling is niet voldoende nauwkeurig, het doel van de verwerking wordt niet duidelijk omschreven en verordening 2018/858 laat zich niet uit over gegevensbescherming.
31.
Na beide opvattingen te hebben uiteengezet, erkent de verwijzende rechter dat er argumenten zijn die voor het ene en voor het andere standpunt pleiten:
- —
Voor de uitlegging van Scania kan pleiten dat verordening 2018/858 geen uitdrukkelijke overwegingen inzake gegevensbescherming bevat.
- —
Voor het standpunt van Gesamtverband A.-H. pleit dat VIN's in het algemeen geen persoonsgegevens zijn voor fabrikanten, zodat de AVG mogelijkerwijze a priori niet van toepassing is. Hoe dan ook kan artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858 de vereiste ‘wettelijke verplichting’ in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), AVG zijn en een grondslag voor een gegevensverwerking overeenkomstig de AVG vormen.
32.
De twijfel zou (grotendeels) zijn weggenomen door het arrest van het Hof van 24 februari 2022, Valsts ieņēmumu dienests (Verwerking van persoonsgegevens voor fiscale doeleinden)10.. In dat arrest werden met name de verlening van toegang tot bepaalde VIN's en de terbeschikkingstelling van informatie over door een marktdeelnemer op een internetportaal geplaatste advertenties aangemerkt als de verstrekking van ‘persoonsgegevens’.11.
33.
In die zaak heeft advocaat-generaal Bobek geconcludeerd dat ‘het chassisnummer [het VIN] […] ‘informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare persoon’ [is]’. VIN's kunnen zijns inziens derhalve worden beschouwd als ‘persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 1, AVG’, aangezien ‘[a]an de hand van die informatie […] autoverkopers, en dus potentiële belastingplichtigen, [kunnen] worden geïdentificeerd’.12.
34.
Volgens mij hebben de verwijzende rechter en Gesamtverband A.-H. het echter bij het rechte eind dat VIN's niet op zich en niet in elk geval persoonsgegevens zijn. Dat geldt althans ‘in het algemeen […] voor [voertuig]fabrikanten’13. en zeker wanneer het voertuig niet aan een natuurlijke persoon toebehoort.
35.
In de zaak Valst ieņēmumu dienests werden de betrokken gegevens, waaronder de VIN's van op een internetportaal geadverteerde voertuigen, gevorderd door een belastingdienst. In die context waren de VIN's duidelijk ‘persoonsgegevens’ in de zin van artikel 4, punt 1, AVG, namelijk ‘informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’.
36.
Aangezien het in de zaak Valsts ieņēmumu dienests een overheidsinstantie was die de betrokken informatie opvroeg, konden de VIN's dienen om de eigenaren van de voertuigen met die nummers te identificeren. Tot ‘alle middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs […] in te zetten zijn’ door een overheidsinstantie om een persoon te identificeren, behoort de toegang tot het (openbare) register van kentekenbewijzen.
37.
Zoals ik reeds heb aangegeven, is het VIN in beginsel slechts een ‘alfanumerieke code die door de fabrikant aan een voertuig wordt toegekend’ en die strikt genomen alleen dient om de adequate identificatie van het voertuig mogelijk te maken. Gesteld kan dus worden dat het om een gegeven ad rem gaat en niet om een gegeven ad personam.
38.
Uit de rechtspraak van het Hof volgt evenwel het volgende:
- —
De definitie van ‘persoonsgegevens’ in de zin van artikel 4, punt 1, AVG is ‘van toepassing […] wanneer die informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde persoon’.14.
- —
‘[O]m te bepalen of een persoon identificeerbaar is, [moet] worden gekeken naar alle middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door degene die voor de verwerking verantwoordelijk is, dan wel door enige andere persoon, kunnen worden ingezet om voornoemde persoon te identificeren’. Hieruit vloeit voort dat ‘voor de kwalificatie van een gegeven als ‘persoonsgegeven’ […] niet vereist is dat alle informatie aan de hand waarvan de betrokkene kan worden geïdentificeerd, bij een en dezelfde persoon berust’.15.
39.
Op grond van deze rechtspraak geldt dat gegevens die in beginsel geen ‘persoonlijk’ karakter hebben (omdat zij op zichzelf en zonder ze te combineren met andere gegevens geen informatie bevatten over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon), een dergelijk karakter verkrijgen voor degenen die redelijkerwijs over de middelen beschikken om ze aan een bepaalde persoon te liëren.
40.
Tot die middelen behoren kentekenbewijzen, die noodzakelijkerwijs het VIN en de identiteit van de eigenaar van het voertuig moeten bevatten16.. Op basis van deze kentekenbewijzen en door het VIN te koppelen aan de eigenaar van het voertuig, zou een onafhankelijke marktdeelnemer bijvoorbeeld de distributie en verkoop van een reserveonderdeel kunnen traceren tot aan de eigenaar van het voertuig waarin dat onderdeel is ingebouwd.17.
41.
Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of, zoals het geval lijkt te zijn, de leden van Gesamtverband A.-H. redelijkerwijs kunnen beschikken over middelen waarmee een VIN kan worden gekoppeld aan een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Indien dat het geval is, dan zou het VIN voor hen (en indirect voor de fabrikant die het VIN ter beschikking stelt) een persoonsgegeven zijn waarvan de verwerking onder de AVG valt.
42.
Bij wijze van voorlopige conclusie ben ik dan ook van mening dat een VIN een persoonsgegeven is in de zin van artikel 4, punt 1, AVG, voor zover degene die er toegang toe heeft, over de middelen kan beschikken om het redelijkerwijs in te zetten voor de identificatie van de eigenaar van het voertuig waarop het betrekking heeft. Het staat aan de verwijzende rechter om per geval na te gaan of dit inderdaad zo is.
B. Verplichting tot verstrekking van het VIN en de AVG
43.
In tegenstelling tot wat wordt aangevoerd met sommige argumenten die in de verwijzingsbeslissing zijn weergegeven, sluit verordening 2018/858 de toepassing van de gegevensbeschermingsregels niet uit. In overweging 62 van die verordening staat immers te lezen dat ‘[w]anneer de maatregelen van deze verordening het verwerken van persoonsgegevens omvatten, […] zij [moeten] worden uitgevoerd overeenkomstig [de AVG]’.
44.
Volgens artikel 6, lid 1, AVG is de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig indien is voldaan aan ten minste een van de daarin genoemde voorwaarden, bijvoorbeeld de voorwaarde dat de verwerking noodzakelijk is ‘om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust’ [onder c)] (cursivering van mij).
45.
Deze wettelijke verplichting is te vinden in artikel 61, leden 1 en 4, van verordening 2018/858, gelezen in samenhang met punt 6.1 van bijlage X. Volgens deze bepalingen moeten fabrikanten van motorvoertuigen bepaalde gegevens, waaronder uitdrukkelijk ook het VIN, ter beschikking stellen van onafhankelijke marktdeelnemers.
46.
In punt 6.1 van bijlage X bij verordening 2018/858 is de informatie opgenomen die door de fabrikant moet worden verstrekt in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is. Deze informatie heeft onder meer betrekking op ‘alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het VIN […], door de voertuigfabrikant is uitgerust’. In dat punt staat ook dat de databank die de fabrikant verplicht is aan te leggen, ‘het VIN [omvat]’.
47.
Artikel 61, lid 4, van verordening 2018/858 bepaalt specifiek dat dat de bijzonderheden van de technische voorschriften voor toegang tot die informatie in bijlage X staan. Zoals ik zojuist heb aangegeven, legt punt 6.1 van die bijlage de fabrikant de verplichting op om ‘door [middel van] het VIN’ informatie te verstrekken over het voertuig en over de onderdelen waarmee hij het voertuig heeft uitgerust.
48.
Bijgevolg rust op elke voertuigfabrikant de ondubbelzinnige verplichting om het VIN aan onafhankelijke marktdeelnemers te verstrekken.
49.
Voor zover het VIN een persoonsgegeven is18., houdt het verlenen van toegang daartoe een ‘verwerking’ in de zin van artikel 4, punt 2, AVG in.
50.
51.
Van de in artikel 6, lid 1, AVG opgesomde rechtmatigheidsvoorwaarden is in casu de onder c) genoemde voorwaarde van belang. Aan die voorwaarde is in deze zaak voldaan omdat, zoals reeds vermeld, de verlening van toegang tot het VIN een ‘wettelijke verplichting’ voor voertuigfabrikanten is (artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858). Een fabrikant die onafhankelijke marktdeelnemers geen toegang tot het VIN van zijn voertuigen verleent, schendt die wettelijke verplichting.
52.
Het is echter niet voldoende dat de betrokken verwerking noodzakelijk is om aan een wettelijke verplichting te voldoen. De verwerking moet ook voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 3, AVG. Mijns inziens is dat in deze zaak om de volgende redenen het geval:
- —
De ‘rechtsgrond voor de […] verwerking’ (die moet zijn ‘vastgesteld bij […] Unierecht; of […] lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is’) is namelijk precies in verordening 2018/858 te vinden.
- —
Het ‘doel van de verwerking’ (dat ‘in die rechtsgrond [wordt] vastgesteld’) wordt uiteengezet in artikel 61, lid 1, van verordening 2018/858, te weten de bevordering van de concurrentie in de sector20. door onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte, gestandaardiseerde en niet-discriminerende toegang te bieden tot bepaalde informatie over de uitrusting van voertuigen en over de reparatie en het onderhoud van die voertuigen.
- —
De Unierechtelijke regeling ter zake beantwoordt aan een ‘doelstelling van algemeen belang’, aangezien — zoals de Commissie heeft opgemerkt21. — de opgelegde verplichting ‘de interne markt beter [doet] functioneren, met name wat het vrije verkeer van goederen, het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten betreft’22..
- —
De rechtsgrond is ‘evenredig […] met het nagestreefde gerechtvaardigde doel’: uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat alleen het zoeken aan de hand van het VIN tot een exacte identificatie van de voor een bepaald voertuig relevante gegevens leidt. Zoals ook de Commissie heeft benadrukt23., stelt de verwijzende rechter geen andere, minder indringende identificatiemethode voor die de doeltreffendheid van het zoeken aan de hand van het VIN waarborgt en het tegelijk mogelijk maakt om de hierboven uiteengezette doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken. De Uniewetgever heeft deze evenredigheidstoets zelf uitgevoerd in verordening 2018/858.
V. Conclusie
54.
Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging de derde prejudiciële vraag van het Landgericht Köln te beantwoorden als volgt:
‘Artikel 61, leden 1 en 4, van verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van richtlijn 2007/46/EG, gelezen in samenhang met punt 6.1 van bijlage X bij die verordening,
moet aldus worden uitgelegd dat
deze bepaling voor fabrikanten van motorvoertuigen een wettelijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, onder c), en lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) inhoudt, die het ter beschikking stellen van voertuigidentificatienummers (VIN's) aan onafhankelijke marktdeelnemers rechtvaardigt.’
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 04‑05‑2023
Oorspronkelijke taal: Spaans.
Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van richtlijn 2007/46/EG (PB 2018, L 151, blz. 1).
Gesamtverband Autoteile-Handel e.V. (hierna doorgaans: ‘Gesamtverband A.-H.’).
Arresten van 19 september 2019, Gesamtverband Autoteile-Handel (C-527/18, EU:C:2019:762), en 27 oktober 2022, ADPA en Gesamtverband Autoteile-Handel (C-390/21, EU:C:2022:837).
Het VIN is een alfanumerieke code die door de fabrikant aan een voertuig wordt toegekend om de identificatie ervan mogelijk te maken. De voorschriften betreffende het VIN zijn opgenomen in verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB 2011, L 8, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 249/2012 van de Commissie van 21 maart 2012 (PB 2012, L 82, blz. 1).
Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1 hierna: ‘AVG’).
Richtlijn van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB 1999, L 138, blz. 57), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/127/EG van de Commissie van 23 december 2003 (PB 2004, L 10, blz. 29).
Het zoekresultaat dat een menselijke gebruiker op het beeldscherm ziet nadat hij een VIN of een algemene zoekterm heeft ingevoerd, kan alleen worden afgedrukt of als pdf-bestand op de computer worden opgeslagen. De inhoud van een dergelijke afdruk of het aldus gegenereerde pdf-bestand is derhalve beperkt tot de informatie die op het beeldscherm is weergegeven.
Informatie over reserveonderdelen wordt op dezelfde manier aan onafhankelijke marktdeelnemers verstrekt. Het enige verschil is dat de gebruiker hierbij tevens de mogelijkheid heeft om het op de website weergegeven zoekresultaat als XML-bestand op zijn computer op te slaan.
Zaak C-175/20, EU:C:2022:124 (hierna ‘arrest Valsts ieņēmumu dienests’).
Arrest Valsts ieņēmumu dienests, punten 36 en 37.
Conclusie van advocaat-generaal Bobek in de zaak Valsts ieņēmumu dienests (Verwerking van persoonsgegevens voor fiscale doeleinden) (C-175/20, EU:C:2021:690, punt 36). Cursivering overgenomen uit die conclusie.
Blz. 80 van de originele Duitstalige versie van de verwijzingsbeslissing.
Arrest van 8 december 2022, Inspektor/Inspektorata kam Visshia sadeben savet (C-180/21, EU:C:2022:967, punt 70), onder verwijzing naar het arrest van 20 december 2017, Nowak (C-434/16, EU:C:2017:994, punt 35).
Arrest van 19 oktober 2016, Breyer (C-582/14, EU:C:2016:779, punten 42 en 43).
Bijlage I, punt II.5, code E, van richtlijn 1999/37.
Zoals de Commissie in punt 53 van haar opmerkingen aangeeft, moet ook rekening worden gehouden met verbonden voertuigen, die informatie kunnen verstrekken die via het VIN aan een persoon kan worden gekoppeld. Zie punt 29 van de richtsnoeren 01/2020 inzake de verwerking van persoonsgegevens in het kader van verbonden voertuigen en mobiliteitsgerelateerde toepassingen (versie 2.0), die zijn vastgesteld op 9 maart 2021 (https://edpb.europa.eu/system/files/2021-08/edpb_guidelines_202001_connected_vehicles_v2.0_adopted_nl.pdf).
Zie punt 42 van deze conclusie.
Arresten van 16 januari 2019, Deutsche Post (C-496/17, EU:C:2019:26, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak); 24 september 2019, GC e.a. (Verwijdering van links naar gevoelige gegevens) (C-136/17, EU:C:2019:773, punt 64), en 22 juni 2021, Latvijas Republikas Saeima (Strafpunten) (C-439/19, EU:C:2021:504, punten 96, 99, 100 en 102).
Volgens overweging 52 van verordening 2018/858 heeft de verordening tot doel ‘op de markt daadwerkelijke concurrentie voor diensten voor reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te waarborgen’.
Punt 65 van haar opmerkingen.
Zie overweging 50 van verordening 2018/858.
Punt 67 van haar opmerkingen.