NJ 1938/141:Beschadiging van eene als deklading vervoerde partij fineerhout, doordat, bij een hagelbui, de vervoerder, aan wien de expediteur (eischeres tot cassatie) het vervoer had opgedragen, opzettelijk de dekkleeden had gebruikt om eene kostbare partij tabak, waarvan de dekkleeden verloren waren geraakt, te beschermen. „Ontrouw" in den zin van art. 95 lid 2 K.? Arrest vernietigd wat toekenning moratoire interessen betreft. Overigens cassatieberoep verworpen. Geen compensatie van kosten.