Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.3.1.2.2
2.3.1.2.2 Mededingingsbeperkende strekking
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183534:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 3 september 2014, C-67/13 P ro. 53 (Cartes Bancaires).
HvJ EU 3 september 2014, C-67/13 P ro. 53 (Cartes Bancaires).
HvJ EU 6 oktober 2009, C-501/06P, ro. 58 (GlaxoSmithKline).
HvJ EU 3 september 2014, C-67/13 P ro. 57 (Cartes Bancaires).
HvJ EU 3 september 2014, C-67/13 P ro. 49 (Cartes Bancaires). Zie ook conclusie A-G N. Wahl, ro. 56 bij Cartes Bancaires. Vgl. HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 ro. 34 (Allianz). arrest ING Pensii, C‑‑172/14, EU:C:2015:484, punt 31.
HvJ EU, 3 september 2014, C-67/13 P, EU:C:2014:2204, ro. 50 en 51(Cartes Bancaires). Het Hof overweegt dat de ervaring leert dat dergelijke gedragingen leiden tot productieverminderingen en prijsstijgingen, waardoor de middelen inefficiënt worden ingezet, hetgeen inzonderheid de consumenten schaadt.
HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 (Allianz).
HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 ro. 40 (Allianz).
HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 ro. 31(Allianz).
HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 ro. 51 (Allianz).
HvJ EU, 14 maart 2013, C-32/11 ro. 47 (Allianz).
Een kartelafspraak heeft een mededingingsbeperkende strekking indien zij naar haar aard de mededinging beperkt. Een aantal vereisten moet in acht worden genomen bij de beoordeling of een afspraak ertoe strekt de mededinging te beperken. Het Hof noemt de bewoordingen en de doelstellingen van de overeenkomst, alsook de economische en juridische context.1 Bij de beoordeling van die context moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken goederen of diensten en met de daadwerkelijke voorwaarden voor het functioneren en de structuur van de betrokken markt of markten.2 Het vaststellen van een mededingingsbeperkende strekking vergt dus een grondig marktonderzoek. Aanknopingspunten voor het achterhalen van de strekking van een kartelafspraak kunnen de bewoordingen van een afspraak of andere omstandigheden, zoals partijbedoelingen, zijn.3 Het onderzoek naar de vaststelling van de mededingingsbeperkende strekking van een kartelafspraak valt daarmee in wezen samen met de vraag of die kartelafspraak op zich de mededinging in voldoende mate aantast.4
Ten aanzien van afspraken met een mededingingsbeperkende strekking blijkt als gezegd uit de rechtspraak van het Hof dat deze de goede werking van de mededinging in die mate nadelig beïnvloeden dat de gevolgen ervan niet meer hoeven te worden onderzocht.5 Die rechtspraak is ingegeven door het feit dat bepaalde vormen van coördinatie tussen ondernemingen kunnen worden geacht naar hun aard schadelijk te zijn voor de goede werking van de normale mededinging.6 In dat kader valt te denken aan prijsafspraken, marktverdeling en quoteringsafspraken en uitvoerverboden. Illustratief is de lijst van afspraken die is opgenomen in artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag (zie paragraaf 2.3.1 van dit hoofdstuk).
Om de problematiek te verduidelijken geef ik een voorbeeld. In het Allianz-arrest stond de vraag centraal of sprake was van afspraken die ertoe strekten om de mededinging te beperken.7 De casus is als volgt. Autoverzekeraars, in het bijzonder Allianz en Generali, kwamen met autoreparatiebedrijven uurtarieven en voorwaarden overeen voor de door de verzekeringsmaatschappijen te betalen reparaties in geval van schade aan verzekerde voertuigen. Het door de verzekeraar te betalen uurtarief voor de reparaties werd bovendien afhankelijk gemaakt van het aantal en het percentage verzekeringsovereenkomsten dat de dealer als tussenpersoon voor de verzekeringsmaatschappij afsloot. De autoreparatiebedrijven vervulden dus tegenover de verzekeraars een dubbele rol, waar zij enerzijds acteren als tussenpersoon die hun klanten bij de verkoop of reparatie van een voertuig een autoverzekering aanbiedt, en anderzijds als bedrijf dat beschadigde voertuigen repareert voor rekening van de verzekeraar.8 De (prejudiciële) vraag die aan het Hof werd voorgelegd was of deze (verticale) afspraken, die de vergoeding voor de reparatie van beschadigde auto’s koppelt aan die voor de bemiddeling van autoverzekeringen, een mededingings-beperkende strekking hebben.9 Volgens het Hof kunnen dergelijke afspraken van een mededingings-beperkende strekking zijn indien na een individueel en concreet onderzoek van de inhoud en het doel van de overeenkomsten en hun economische en juridische context blijkt dat zij naar hun aard schadelijk zijn voor de goede werking van de normale mededinging op een van de twee betrokken markten (in casu de autoverzekeringsmarkt en de autoreparatiemarkt).10 Van belang bij het onderzoek naar de mededinging op de autoverzekeringsmarkt acht het Hof de naar (Hongaars) nationaal recht vereiste onafhankelijke opstelling van de verzekeringstussenpersoon ten opzichte van de verzekeringsmaatschappij.11 In hoofdstuk 8 van dit boek kom ik terug op dit arrest, maar dan vanuit het perspectief van verticale samenwerking bij de schadeafwikkeling.