NJ 1934, p. 1648
Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst. Schadeplichtigheid. Overmacht of toeval. Dwaling.
HR 12-04-1934, ECLI:NL:HR:1934:213, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 april 1934
- Magistraten
Mrs. Visser, van den Dries, Polak, de Menthon Bake, Servatius
- Zaaknummer
[12041934/NJ_1934,_p._1648]
- Conclusie
Tak
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS129067:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:213, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑1934
- Wetingang
(BW art. 1687a.)
Essentie
Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst. Schadeplichtigheid. Overmacht of toeval. Dwaling.
Samenvatting
De schadevergoeding, bedoeld in het laatste lid van art. 1637x B. W. wordt door den arbeider verschuldigd door het enkele feit, dat deze zijn in dat art. bedoelde verplichting niet is nagekomen, behoudens de bevoegdheid van den rechter het bedrag op grond van bovenmatigheid te verminderen.
is.)
De vergoedingsplicht, welke van het niet nakomen van een verbintenis het gevolg is, wordt wel opgeheven, indien dat niet-nakomen aan overmacht of toeval is te wijten, doch de omstandigheid, dat de schuldenaar omtrent het voortbestaan der door hem aangegane verbintenis in dwaling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.