Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.4.2
2.5.4.2 De uitoefening van powers
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717502:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 357-358; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 29-074, 29-078, 29-079 en 33-100; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 163. Zie voor een uitzondering op deze regel: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 33-010, 29-081 t/m 29-083, G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 359, J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nrs. 36-002 en 36-003.
Zie voor een uitgebreide uiteenzetting van de wil en verklaring paragraaf 2.5.4.1.
Teneinde in het Anglo-Amerikaanse recht over te kunnen gaan tot de uitoefening van een power, dient de persoon die voornemens is de desbetreffende power uit te oefenen, in beginsel aan dezelfde materiële vereisten te voldoen die gelden voor de creatie van powers.1 De intentie van de verkrijger van de power dient derhalve tot uiting te zijn gebracht in een daarmee overeenstemmende verklaring.2 Voorts kan de uitoefening van powers – evenals de creatie van powers – gedurende het leven, inter vivos, alsmede bij uiterste wilsbeschikking, testamentary, geschieden.