Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/12.3.3:12.3.3 ‘Negligent misstatement’ en ‘assumption of responsibility’
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/12.3.3
12.3.3 ‘Negligent misstatement’ en ‘assumption of responsibility’
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS346085:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Morse 2015, par. 8.2222.
House of Lords, 8 februari 1990, http://www.bailii.org/uk/cases/UKHL/1990/2.html(Caparo Industries Plc v Dickman and Others).
Mortimor 2013, p. 578.
House of Lords, 30 april 1998, http://www.bailii.org/uk/cases/UKHL/1998/17.html(Williams v Natural Life Limited).
HR 31 januari 1958, NJ 1958, 251 (Van Dullemen/Sala).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het recht van het Verenigd Koninkrijk is een vertegenwoordiger in beginsel niet aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad voor een zogenoemde ‘negligent misstatement’ namens de vertegenwoordigde:
“In the case of negligent misstatement the general test for liability in tort is whether the defendant has assumed responsibility for the delivery of the services provided.”1
Een vertegenwoordiger die in de uitoefening van zijn vertegenwoordigingsfunctie door ‘slordigheid/nalatigheid’ een verkeerde voorstelling van zaken geeft aan de derde ten aanzien van omstandigheden die relevant zijn in de relatie tussen de derde en de vennootschap, zal daarvoor op grond van het recht van het Verenigd Koninkrijk in beginsel dus niet persoonlijk aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad.
Een vertegenwoordiger (en dus ook een bestuurder) kan echter wel persoonlijk voor een ‘negligent misstatement’ aansprakelijk worden gehouden op grond van onrechtmatige daad, wanneer sprake is van zogenoemde ‘assumption of responsibility’ (de bestuurder heeft dan zogenaamd verantwoordelijkheid op zich genomen). Deze ‘assumption of responsibility’ kan zijn gebaseerd op het feit dat de vertegenwoordiger persoonlijk een garantie heeft afgegeven ten aanzien van de door hem gedane mededelingen namens de vertegenwoordigde, maar ook op andere omstandigheden die maken dat de bestuurder persoonlijk een zogenoemde ‘duty of care’ heeft gecreëerd jegens de derde. Of daarvan sprake is zal volgens de House of Lords afhankelijk zijn van een aantal omstandigheden, namelijk (i) de afstand tussen de bestuurder en de benadeelde (‘proximity’ of ‘neighbourhood’), (ii) de voorzienbaarheid van de schade (‘forseeability’) (iii) de redelijkheid om een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting aan te nemen (‘reasonableness of imposing a personal duty of care’)2 en met name (iv) de vraag of de derde redelijkerwijs mocht vertrouwen op deze ‘duty of care’ (‘reliance’).3 Zo overwoog de House of Lords:4
“Obviously, the impact of what a defendant says or does must be judged in the light of the relevant contextual scene. (…). The test is not simply reliance in fact. The test is whether the plaintiff could reasonably rely on an assumption of personal responsibility by the individual who performed the services on behalf of the company.”
De rechtsfiguur is vergelijkbaar met de (in Nederland bekende) wilsvertrouwensleer. Heeft de bestuurder het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hij zelf zou instaan voor (de gevolgen van) de door de vennootschap verrichtte of te verrichten (rechts)handelingen waardoor de bestuurder een ‘duty of care’ op zich heeft genomen, waarvan schending een onrechtmatige daad oplevert? De toepassing van de rechtsfiguur is ook goed te vergelijken met de uitkomst in het arrest Van Dullemen/Sala.5