De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.1:6.5.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.1
6.5.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396076:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.1.
Zie hieromtrent ook Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 114.
Zie ook ABRvS 15 februari 2012, AB 2012, 213, m.nt. A. Drahmann, r.o. 2.3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de meeste Europese subsidieregelingen geldt dat de EU aan de lidstaten voor de uitvoering daarvan een beperkt budget ter beschikking stelt. Nederland weet derhalve precies hoeveel Europees geld in de desbetreffende programmaperiode beschikbaar is en dus ook hoeveel Nederlandse cofinanciering moet worden bijgelegd. In de Europese subsidieregelgeving is geen bepaling te vinden die voorschrijft dat nationale uitvoeringsorganen een subsidieaanvraag dienen af te wijzen, indien er onvoldoende budget beschikbaar is.1 Uiteraard impliceert het beperkte budget wel dat niet iedere aanvraag voor een Europese subsidie kan worden toegewezen. In zoverre is sprake van schaarse Europese subsidies. Nederlandse bestuursorganen worden daarom voor de vraag gesteld op welke wijze de schaarse Europese subsidies moeten worden verdeeld.
Verdelingsvraagstukken doen zich ook bij nationale subsidies voor. Voor veel nationale subsidies geldt doorgaans dat de aanvraagdruk hoog is, maar geen onbeperkte gelden beschikbaar zijn. Om te voorkomen dat meer subsidies worden verstrekt dan er geld beschikbaar is, is het voor nationale subsidies heel gebruikelijk om een subsidieplafond vast te stellen. In de meeste subsidie-kaderwetten is dit zelfs verplicht voorgeschreven.2 De subsidietitel van de Awb bevat regels omtrent het vaststellen en de gevolgen van een subsidieplafond. Er bestaan ook enkele regels over de verdeling van de beschikbare subsidies. Deze regels zijn in beginsel ook van toepassing indien in het kader van het verstrekken van Europese subsidies en de nationale cofinanciering een subsidieplafond wordt vastgesteld. De Europese subsidieregelgeving staat niet aan het vaststellen van een subsidieplafond in de weg.3
In deze paragraaf komt een aantal vragen en problemen aan de orde waarmee Nederlandse bestuursorganen worden geconfronteerd bij de verdeling van schaarse Europese subsidies. Paragraaf 6.5.2 bespreekt in hoeverre een wettelijke grondslag voor het vaststellen van een subsidieplafond kan worden gevonden in de Europese subsidieregelgeving. Ingevolge artikel 4:25, eerste lid, van de Awb kan een subsidieplafond immers slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift worden vastgesteld. Paragraaf 6.5.3 gaat in op de bij Europese subsidies gebruikelijke onderrealisatie. In veel gevallen wordt een Europese subsidie op een lager bedrag vastgesteld dan het oorspronkelijk verleende subsidiebedrag. Dit heeft tot gevolg dat aanvragen voor Europese subsidies moeten worden afgewezen omdat het subsidieplafond voor het verlenen van Europese subsidies is bereikt, terwijl het Nederlands bestuursorgaan weet dat weer Europese gelden beschikbaar komen bij de vaststelling van de Europese subsidies die reeds zijn verleend. Bij de verstrekking van Europese subsidies doet zich in dat verband een vervelende complicatie voor. Ten slotte bespreek ik in paragraaf 6.5.4 op welke wijze de beschikbare Europese gelden door Nederlandse bestuursorganen worden verdeeld en in hoeverre dit overeenstemt met de in hoofdstuk 5, paragraaf 5.4 geformuleerde Europese eisen.