NJB 2024/322
Ontnemingsprocedure, art. 36e Sr: in casu is de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede gebaseerd op een feit (een eerdere hennepoogst) waarvan de betrokkene in de strafzaak is vrijgesproken. Hoge Raad volgt CAG: het hof heeft daarmee alsnog de schuld van de betrokkene aangenomen aan een strafbaar feit waarvoor hij is vrijgesproken, hetgeen in strijd is met EHRM 1 maart 2007, nr. 30810/03 (Geerings/Nederland).
HR 23-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:69
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
21/04532 P
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:69, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:990, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑11‑2023
- Wetingang
(art. 36e Sr)
Essentie
Ontnemingsprocedure, art. 36e Sr: in casu is de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede gebaseerd op een feit (een eerdere hennepoogst) waarvan de betrokkene in de strafzaak is vrijgesproken. Hoge Raad volgt CAG: het hof heeft daarmee alsnog de schuld van de betrokkene aangenomen aan een strafbaar feit waarvoor hij is vrijgesproken, hetgeen in strijd is met EHRM 1 maart 2007, nr. 30810/03 (Geerings/Nederland).
Uitspraak
Inleiding
Ontnemingsprocedure. Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede heeft gebaseerd op een feit (een eerdere oogst van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.