De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/9.3.1:9.3.1 Verplichte raad van toezicht
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/9.3.1
9.3.1 Verplichte raad van toezicht
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS392062:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk voorbeeld van een onderwerp dat mijns inziens op sectorniveau (in een sectorwet of een sectorcode) thuis hoort, is de verplichting of het advies tot het instellen van een raad van toezicht (of een one tier board met uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders). De vraag of een raad van toezicht voorgeschreven zou moeten worden hangt immers mede af van het doel van de stichting: is dat een zuiver privaat doel of bevat het ook maatschappelijke of publieke elementen? In het verlengde daarvan (als uitvloeisel van de stichtingsdoelstelling) is relevant welke belangen bij de stichting zijn betrokken en hoe het stichtingsvermogen is samengesteld. Is het vermogen gevormd met privaat en/of publiek geld?
Naar mijn mening bevat Boek 2 BW terecht geen algemene regeling voor “grote stichtingen” (“structuurstichtingen”) waarin een verplichte raad van toezicht met een aantal wettelijke bevoegdheden is voorgeschreven. In verband met de vraag of een raad van toezicht ingesteld moet worden, is niet alleen de grootte van de onderneming (het aantal werknemers) en/of de omvang van het stichtingsvermogen relevant, maar is vooral van belang welke (soorten) belangen blijkens het stichtingsdoel bij de stichting betrokken zijn.