NJ 2025/84
Cassatieberoep OM in Caribische zaak is niet-ontvankelijk, gelet op de Rijkswet en de uitleg van art. 427 lid 2 aanhef en sub b Sv. Bagatel.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:292
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/03088 C
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2075:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:292, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1338, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑09‑2023
- Wetingang
Art. 1 lid 1 Rijkswet; art. 427 lid 2 aanhef en onder b Sv
Essentie
Het cassatieberoep van het OM in een Caribische zaak, waarin geldboetes van in totaal 275 NAf. werden opgelegd, is niet-ontvankelijk, gelet op de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor de Cariben, in samenhang met de uitleg van art. 427 lid 2 aanhef en onder b Sv. Bagatel.
Samenvatting
- 1.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van het openbaar ministerie, voor zover gericht tegen de veroordelingen voor overtredingen tot geldboetes van in totaal 275 NAf.
De tekst van art. 427 Sv is vastgesteld bij de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie die op 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.